Het tij van het kabinet-Rutte

Aan de timing van het kabinet Rutte-Asscher lijkt het op het eerste gezicht niet te liggen. In een ideaal scenario voert een regeringscoalitie in de eerste jaren van haar bewind de lastige maatregelen door, en geniet tegen het einde van een aantrekkende economie. Dat lijkt in grote lijnen wat de ploeg van Rutte aan het overkomen is. Vorige week publiceerde het Centraal Planbureau (CPB) zijn juni-ramingen. Dat zijn de laatste prognoses vóór de Macro-Economische Verkenningen die de komende Miljoenennota in september zullen begeleiden.

Voor dit jaar voorziet het CPB een economische groei van 1,8 procent, en voor 2017, het verkiezingsjaar, 2,1 procent. De consumptie trekt sterk aan, en de investeringen doen het relatief goed. Als 2015 wordt meegerekend zit Nederland, als de prognose uitkomt, in de beste economische periode sinds de financiële crisis begon in 2008. De werkloosheid daalt tot 6,2 procent volgend jaar. De koopkracht neemt dit jaar toe met maar liefst 2,6 procent. Daar is de lastenverlichting met 5 miljard euro, die vorig jaar werd afgesproken, vooral debet aan.

Het zijn goede cijfers. Maar er zijn ook kanttekeningen. De staatshuishouding wordt flink geholpen door de extreem lage rente op staatsleningen. Vandaag bracht minister Dijsselbloem een vijfjarige staatslening uit met een rentecoupon van nul procent.

Het blijft de vraag of de lastenverlichting van vorig jaar niet te fors en te voorbarig was. Het effect van die vijf miljard euro ebt weg: voor 2017 wordt de koopkrachtstijging volgens het CPB slechts 0,2 procent. De aanvechting om dat bij de komende ‘verkiezingsbegroting’ te repareren zal deze zomer, als de laatste hand aan de begroting 2017 wordt gelegd, groot zijn.

De ruimte is beperkt. Het kabinet stevent voor 2017 af op een begrotingstekort van 1 procent van het bruto binnenlands product. Dat is keurig, en er zal enige rek in zitten. Maar er zijn andere prioriteiten dan koopkrachtreparatie. Defensie is daar, gezien de gebrekkige capaciteit van de strijdkrachten en de internationale druk om het budget op te hogen, een goed voorbeeld van.

Het blijft daarom spijtig dat het grootste deel van de begrotingsruimte in wezen vorig jaar al is weggegeven. Het nogmaals verbeteren van de koopkracht voor 2017 dreigt de resterende ruimte nu grotendeels op te eisen.

De omstandigheden in de wereldeconomie, de eurozone en in Nederland zelf hebben gezorgd voor een bijna perfecte timing voor dit kabinet. Jammer dat het nu, door de premature en te forse lastenverlichting van vorig jaar, zichzelf het meest in de weg zit.