In de donkere steegjes van Sur woedde een guerrilla-oorlog

Turkije In Diyarbakir werd afgelopen halfjaar gevochten tussen het Turkse leger en de Koerdische PKK. Achter politieblokkades zijn straten weggevaagd.

Bewoners van de historische wijk van Diyarbakir slepen met persoonlijke eigendommen die ze hebben gered uit hun zwaar beschadigde woningen. Mahmut Bozarslan/AP

Winkelier Hussein Araz (60) peutert aan een kogelgat naast zijn hoofd, in de pui van één van zijn vier winkeltjes. „Een jaar geleden ging alles ons zo goed”, treurt hij. Nu proberen ondernemers op de bazaar in het centrum van Diyarbakir hun rolluiken uit te deuken. De kleine zaakjes met zuivel, gedroogd fruit en ijzerwaren hebben zwaar te lijden gehad onder de oorlog in dit deel van de stad. Het afgelopen half jaar was dit een verboden zone waar speciale eenheden probeerden Koerdische guerrillastrijders van de PKK te verdrijven die zich het gebied hadden toegeëigend.

Een paar dagen geleden is voor veertien straatjes in de wijk Sur het uitgaansverbod opgeheven. Hussein Araz heeft al het puin uit zijn winkeltjes bij elkaar geveegd. Het ligt tussen twee halve muren op de plek waar ooit zijn vrieskist stond.

Opstandelingen hadden in december het ijs in de vrieskist vervangen voor explosieven. Door de ontploffing vloog de pui van de winkel eruit. De luchtdruk moet ook het dak boven de bazaar hebben opgetild. De golfplaten hangen als lamme vleugels naar beneden.

Araz was toen al gevlucht. Hij werd een van de ruim 300.000 ontheemden in Zuidoost-Turkije, waar ook in andere steden zwaar wordt gevochten. Slachtoffers van de heropgelaaide strijd tussen de Koerdische Arbeiderspartij PKK en de Turkse strijdkrachten.

(De tekst gaat verder onder deze video)

Een jaar geleden was de hoop op een vreedzaam einde aan die al veertig jaar durende gewapende strijd op een hoogtepunt. Bij de parlementsverkiezingen van 7 juni 2015 haalde de uit de Koerdische beweging voortgekomen Halklarin Demokratik Partisi (HDP, Democratische Partij van het Volk) voor het eerst de kiesdrempel. In Diyarbakir werd tot diep in de nacht op straat gefeest. Er was toen al 2,5 jaar een wapenstilstand, de positieve effecten waren zichtbaar. De binnenstad bloeide. Monumenten waren gerestaureerd. Toeristen stroomden toe om de eeuwenoude stad aan de Tigris te bewonderen.

Op luchtbeelden is te zien hoe de historische wijk een zandvlakte is geworden

Diyarbakir, Amed in het Koerdisch, is de informele hoofdstad van de regio waar Koerden in de meerderheid zijn, en de stad is hun trots. Het hart wordt gevormd door Sur, een wijk met nauwe stegen waar venters rondgaan met hun waar op handkarren. Sur is omringd door 5,5 kilometer lange zware basalten stadsmuren uit de Romeinse tijd.

Foto Marloes de Koning

Foto Marloes de Koning

Vroeger was dit de wijk van ‘de ongelovigen’, de Joden en Armeniërs. Die wonen er bijna niet meer, maar het erfgoed, waaronder de gerestaureerde Sint Giragos kerk, was een toeristentrekker. In juli 2015 werden de oude binnenstad van Diyarbakir en de tuinen die het stadshart verbinden met de rivier op de werelderfgoedlijst van Unesco geplaatst. Een jaar later geldt voor Diyarbakir een negatief reisadvies. Bij de poorten in de stadsmuur van Sur staan militaire checkpoints. Grote delen zijn nog altijd hermetisch afgegrendeld, hoewel de gevechten midden maart werden beëindigd.

Autoriteiten zeggen dat die tijd nodig is om explosieven te verwijderen en het terrein veilig te maken. Dezelfde nauwe stegen in de stad op de vroegere Zijderoute lenen zich ook uitstekend voor een stadsguerrilla. Daags na de erkenning door Unesco eindigde de wapenstilstand. De PKK koos de binnenstad van Diyarbakir, tegelijk met wijken in andere steden waar de PKK veel steun heeft, als nieuwe frontlinie.

„Zij die uit de bergen kwamen (de PKK, red.) groeven loopgraven en plaatsten explosieven”, zegt een winkelier schuin tegenover Araz die ook in de zuivel zit. „Vaak hadden ze eerst in Kobani gevochten. De man van een klant liet zich overhalen mee te vechten. Die is nu dood. ” Hij wil niet met zijn naam in de krant. Klanten wagen zich hier nog niet, alleen bewoners komen kijken wat er van hun huis over is.

De overwinning op IS in de Syrische stad Kobani op de grens met Turkije maakte de PKK overmoedig. Jongeren-eenheden besloten dat het tijd was in Turkije het heft in eigen hand te nemen en zelfbestuur uit te roepen.

Sur werd een oorlogszone

Sur veranderde in een paar maanden tijd in een oorlogszone. In het labyrint van donkere steegjes maakten de PKK en speciale eenheden van de Turkse politie en het leger elkaar af. Het leger voert anti-guerrillaoperaties uit in eigen land en tegen eigen burgers. Dat is hoogst ongebruikelijk voor een NAVO-lidstaat. De cijfers zijn onmogelijk te controleren, maar alleen al in deze wijk gaat het om honderden doden onder de opstandelingen en tientallen omgekomen politieagenten en militairen.

Foto Marloes de Koning

Foto Marloes de Koning

Tussen de kantelen op de hoge stadsmuren schuilen nu scherpschutters. Aan de muren wapperen Turkse vlaggen waar de meeste Koerden graag de Koerdische driekleur (rood-wit-groen) zouden zien. Het onderstreept wie de gewapende strijd heeft gewonnen.

De bazaar ligt in een buurtje dat tien dagen geleden door de gouverneur van de provincie is vrijgegeven en waar de schade relatief beperkt is. Achter de politieblokkades zijn hele straten weggevaagd. Op luchtbeelden is te zien hoe de historische wijk een zandvlakte is geworden met nog hier en daar een monument.

Achter de politiebarricades is gegrom van bulldozers en sloophamers te horen. Mensen die naar restanten inboedel willen zoeken moeten op afstand blijven.

Op 21 maart is per decreet besloten tot ‘urgente onteigening’. In een klap kwamen 6.292 van de 7.714 percelen in Sur in handen van de staat en waren de gevluchte inwoners hun huizen definitief kwijt. Ze wachten nog op compensatie. „Sur is in het Midden-Oosten een plaats van belang, voor de Perzische én de Arabische cultuur. Met zulke grootschalige onteigening verander je het karakter,” zegt Ahmet Özmen, van de Orde van Advocaten. Hij vervangt voorzitter Tahir Elci die is doodgeschoten terwijl hij protesteerde tegen de schade aan monumenten door de beschietingen.

De advocatenorde vecht de onteigening aan, hoewel de mogelijkheden om in beroep te gaan bij ‘urgente onteigening’ beperkt zijn. „Zelfs als het ons lukt de onteigening ongedaan te maken dan is het nogal laat”, zegt Özmen.

„De wijk zal nooit meer worden wat hij was.”

Foto Marloes de Koning

Foto Marloes de Koning

„Het wordt militaire architectuur”, zegt Hisyar Özsoy telefonisch, „met brede straten en overal cameratoezicht.” Hij is parlementslid namens de HDP en van huis uit antropoloog. „Een ontvolkte bezette zone zoals Nablus in de Palestijnse gebieden.” Op 19 mei hief het Turkse parlement de immuniteit op voor leden waartegen een onderzoek loopt, onder wie Özsoy. Het was nog geen jaar nadat de partij de kiesdrempel haalde. Het leidde tot verontruste reacties van Europese politici, die openlijk twijfelen of Turkije wel een democratie genoemd mag worden.

Özsoy wordt, zoals vrijwel de hele HDP-fractie, waarschijnlijk op korte termijn vervolgd. „Een eer”, zegt hij cynisch. Wie wordt vervolgd en veroordeeld is volgens hem puur een beslissing van ‘het paleis’ oftewel president Erdogan. HDP’ers ‘boeien en opsluiten’ leidt volgens Özsoy alleen tot verdere escalatie van de strijd.

„Erdogan voert sinds 7 juni voortdurend campagne. In plaats daarvan moet hij gaan zitten en nadenken. Anders wordt de Koerdische kwestie zijn einde.”

Huilende mensen

Foto: Ilyas Akengin/AFP

Beschadigde huizen en een moskee in de hostorische wijk van Diyarbakir. Foto: Ilyas Akengin/AFP

Toen een aantal straten werd geopend stond Nevin Soyukaya tussen de mensen die huilend vanaf de daken over de barricades naar de restanten van Sur keken. Ze is hoofd van de afdeling Cultureel Erfgoed en Toerisme van de gemeente Diyarbakir en was verantwoordelijk voor het verkrijgen van de Unesco-status. Begin december was ze voor het laatst in Sur. Toen werd het door de gouverneur afgekondigde gebiedsverbod een dag opgeheven zodat inwoners konden vluchten. Soyukaya gebruikte die uren om zoveel mogelijk schade te fotograferen.

Sindsdien is het gebied ook voor het hoofd van de afdeling cultureel erfgoed verboden toegang. „Intussen zien we wel de kiepwagens en bulldozers heen en weer gaan. Zo gevaarlijk zal het dus wel niet zijn”, zegt ze bitter.

De gemeente Diyarbakir wordt bestuurd door de HDP en daardoor gewantrouwd door de nationale overheid die denkt dat de HDP de PKK helpt. Soyukaya wordt niet bij plannen voor de wijk betrokken. Ze fulmineert tegen de regering. Gevraagd naar de schuld van de PKK breekt ze het gesprek af en zegt naar een vergadering te moeten.

Foto Marloes de Koning

Foto Marloes de Koning

Rechtendocent Vahap Coskun van de Dicle universiteit is opgegroeid in Sur en schrijft politieke commentaren over het vredesproces. „De HDP heeft een kans gemist”, zegt hij op zijn werkkamer. „Ze hadden vanaf het begin tegen de loopgraven moeten protesteren. Waarom zitten ze anders in het parlement? Ze hadden de kinderen die de barricades verdedigen daar niet moeten laten. We wisten dat ze om zouden komen.”

Nu ziet hij regeringspartij AKP blunderen in de overwinningsroes. Met wapens is voorlopig van de PKK gewonnen, zegt Coskun. „Maar ze zullen ook aan de democratische wensen van de mensen tegemoet moeten komen. De Koerdische kwestie is niet opgelost.” Eerder het tegendeel. De wonden zijn verdiept. Het vervolgen van parlementariërs versterkt het geloof dat er geen politieke weg is naar een oplossing.

Araz wil alleen vrede zegt hij.

„Iedereen die hier omkomt is iemands zoon of dochter.” En Sur terug, zoals het was. Maar dat is er niet meer.”

    • Marloes de Koning