Opinie

    • Maarten Schinkel

En nu: terug naar de jaren negentig

Er kan een boel gebeuren, maar als de Nederlandse economie dit jaar en in 2017 zo uitpakt als het Centraal Planbureau in zijn jongste juni-raming voorziet, dan gaat het lang niet slecht. Kijk maar eens mee: gemiddeld 2 procent economische groei, lage inflatie. Een koopkrachtexplosie van 2,6 procent dit jaar, vooral dankzij de 5 miljard aan premature lastenverlichting die op de jongste Prinsjesdag werd uitgedeeld. Investeringen die al een tijdje harder groeien dan het bruto binnenlands product en consumptieve bestedingen van huishoudens die dat bbp bijhouden. De export doet aardig mee, zeker gezien de afzwakkende wereldhandel. Alleen de overheid staat op de rem. Maar dat resulteert dan weer in een begrotingstekort dat volgend jaar daalt naar 1 procent van het bbp en een staatsschuld die mede daardoor zakt naar 63 procent. Wat China probeert te bereiken hebben wij hier tijdelijk voor elkaar: een economie die vooral draait op de binnenlandse vraag.

De vraag is natuurlijk hoe lang dat duurt. Er is al lang en breed gewezen op de meewind die nodig was om dit allemaal te bereiken. De koers van de euro is nog steeds laag, met 1,13 euro per dollar. De rentevoet neigt intussen naar non-existentie. Zeker nu de Europese Centrale Bank deze week begint met het (nog verder) naar beneden drukken van de rentes op bedrijfsleningen.

De stijgende koopkracht, maar vooral die lage rentes, voeden het begin van een nieuwe hausse op de woningmarkt zoals die nu plaatsvindt. En daarmee zou een nieuwe spiraal kunnen starten zoals we die het best kennen van de tweede helft van de jaren negentig.

Wie in een huis woont dat meer waard wordt, wordt op papier rijker. Wie op papier rijker wordt, voelt zich rijker. En wie zich rijker voelt, geeft meer uit. Er zijn allerlei schattingen van dit ‘vermogenseffect’. Bij de meer wispelturiger aandelenmarkten rekenen economen niet zo heel snel met toegenomen papieren rijkdom. Bij huizen zit dat anders. Daarvan wordt de gestegen waarde veel meer als zekerheid beschouwd.

Met een flinke slag om de arm, zou dat vermogenseffect uit woningen mogen worden geschat op een procent of vijf. Dus: vijf procent van de totale waardestijging van koopwoningen vindt zijn weg naar extra consumptie. Het zou impliceren dat we, op basis van het huidige tempo van de prijsstijgingen van huizen, dit jaar een half procentpunt van onze economische groei te danken hebben aan de woningmarkt.

Daar krijgt de economie dus een flinke slinger van. En de spiraal naar boven lonkt: meer groei, minder werkloosheid en hogere bestedingen kunnen er voor zorgen dat de huizenprijsstijging zelf ook weer versnelt. Enzovoort.

Naar beneden kan uiteraard ook: dat hebben we bij de huizendip na de financiële crisis gezien. Maar nu wijst de spiraal weer naar boven. En ja, dat eindigt uiteindelijk vaak in tranen. Vooral in Nederland.

Onze bevolking heeft verhoudingsgewijs heel veel vermogen én heel hoge (hypotheek-)schulden. Zo’n ‘lang balanstotaal’ maakt de economie extra gevoelig voor schommelingen in het vermogen en in de rentevoet. Het CPB onderzocht dat vorig jaar, in een verkenning naar de ‘volatiliteit’ van de consumptie in Nederland.

Is er iets aan te doen? Op korte termijn niet. Brexit, Trump of andere calamiteiten daargelaten, kan de woninghausse misschien nog wel even doorgaan. De kans neemt daarom toe dat de economische groei dit en volgend jaar nog veel meer gaat meevallen dan we nu nog denken. Wenselijk of niet, onze grote polsstok werkt voorlopig in ons voordeel.

    • Maarten Schinkel