Dode ogen na een absurde proloog

peterwinnen0

Mooi, schitterend zelfs, de parade van smartelijke Christuskoppen op zondagmiddag in Critérium du Dauphiné. Een voor een passeerden ze de eindstreep op Mont Chéry alsof alleen de Vader in de hemel soelaas kon bieden. De live uitzending had veel weg van een college kunstgeschiedenis: het lijden van de gekruisigde mensenzoon door de eeuwen heen verbeeld.

Ik zag Contador de winnende tijd neerzetten met het hoofd van een gerookte makreel. Christopher Froome die in de klauterproloog een seconde of vijftien toegaf keek uit zijn ogen als een in de wind gedroogde stokvis. Richie Porte was een platvis op de visafslag. Woutje realiseerde de zesde tijd. Onlangs staarde een in olie en knoflook gebakken garnaal met dezelfde mengeling van wanhoop en dankbaarheid me aan.

Achteraf weerklonk er geweeklaag op twitter. De Duitse proloogspecialist Tony Martin sprak van een „circusnummer”. Wie haalt het in zijn hoofd de eindstreep van een proloog te trekken op een geitenpad met absurde stijgingspercentages waar geen onderscheid meer gemaakt kan worden tussen hemel en aarde?

Meestal zijn het de kanslozen die klagen. Maar er kwam elektronische repliek van een andere kansloze proloogspecialist: Tom Dumoulin. Dumoulin vond dat de macabere dans omhoog een cadeautje was voor de smachtende wielerliefhebber. Ik begrijp dat wielrenners uitsluitend nog met elkaar communiceren via Twitter.

Maar wie had het eigenlijk bedacht, een klimproloog van een kilometer of vier op de walgelijke Mont Chéry? Het is de koersdirecteur van de Dauphiné, tevens oud professioneel wielrenner Thierry Gouvenou. Gouvenou houdt van spectaculaire uitspattingen. Ik ben er heel zeker van dat hij de voorliefde ontwikkelde na zijn professionele carrière.

Wie had het eigenlijk bedacht, een klimproloog op de walgelijke Mont Chéry?

Een jaar of acht geleden beklom ik de Mont Chéry omdat ik toevallig in de buurt op vakantie was. Ik ging omhoog omdat „Mont Chéry” op de richtingaanwijzer me zo lieftallig voorkwam. Halverwege keerde ik om omdat op mijn racefiets nu eenmaal geen moutainbikeversnellingen waren gemonteerd. Mijn perverse gedachten toen: wat een prachtbeklimming om het professionele peloton de duimschroeven aan te draaien. Toen ging ik niet zachtzinnig om met de Nachwuchs.

Het is maandagochtend. In mijn onvolprezen ochtendblad De Limburger lees ik een verslag van de proloogtijdrit. Het woord „meelijwekkend” valt. Ik vind het een heel goed woord als samenvatting van de vertoning. Hoe expressief de koppen er ook uitzagen, van kopman tot knecht, iedereen wekte deernis.

Ik heb er geen probleem mee als coureurs na een lange Alpenrit met dode ogen binnenkomen. Maar dode ogen na vier kilometer?

In De Limburger lees ik ook het verslag van dertien vermetelen die voor het goede doel 24 uur in een karretje op een houten achtbaan doorbrachten.

De absurde proloog op Mont Chéry had veel weg van een goede doelen actie, zonder dat een goed doel voorhanden was.