De Verschrikkelijke, misschien de sterkste schaker zonder wereldtitel

Hij werd vier keer kampioen van de toenmalige Sovjet-Unie en speelde matches om de wereldtitel. Voor het Kremlin werd hij een volksvijand.

Viktor Kortsjnoj, een van de grootste schakers van de vorige eeuw, stierf gisteren, 85 jaar oud, in een ziekenhuis in zijn Zwitserse woonplaats Wohlen. Hij schreef eens dat hij hoopte te sterven aan het schaakbord, maar na een beroerte in 2012 zat hij daar niet vaak meer, al wilde hij wel. Toen hem werd gevraagd hoe hij na zijn dood herinnerd wilde worden, zei hij met zijn karakteristieke schaterlach: „Als iemand die geen engel was.”

Hij werd ‘De Verschrikkelijke’ genoemd; voor een deel omdat hij altijd op winst speelde en geen moeite hem te veel was. Als hij een toernooi kon winnen met twee punten voorsprong, deed hij er nog alles aan om het drie punten te laten worden.

Het was ook omdat hij in de persoonlijke omgang niet de gemakkelijkste was. Naarmate hij ouder werd, werd hij steeds knorriger en vooral jonge spelers las hij duchtig de les.

Viktor Kortsjnoj werd op 23 maart 1931 geboren in Leningrad, wat betekende dat hij in de Tweede Wereldoorlog het Duitse beleg van Leningrad, dat tussen 1941 en 1944 door honger en ziektes ongeveer een miljoen burgerslachtoffers eiste, als kind meemaakte. Hij schreef vaak dat bepaalde schaakstellingen geschikt waren voor mensen met een moeilijke jeugd, en dan bedoelde hij niet zichzelf, maar mensen met wie hij een beetje de gek wilde steken. Maar weinig mensen hadden zo’n moeilijke jeugd als hij.

Slachtoffer van perscampagne

Kortsjnoj werd vier keer kampioen van de Sovjet-Unie en hij deed voor het eerst mee aan een kandidatentoernooi om het wereldkampioenschap in 1962, in Curaçao. Tot 1991 zou hij wereldkampioenskandidaat blijven en in die tijd speelde hij drie keer een WK-match tegen Anatoli Karpov, in 1974, 1978 en 1981. Alle keren won Karpov. De match van 1974 in Moskou zou de grootste invloed op zijn leven hebben. Officieel ging het toen niet direct om het wereldkampioenschap, want de winnaar zou tegen Bobby Fischer moeten spelen. Doordat Fischer niet wilde, werd Karpov, die Kortsjnoj met klein verschil verslagen had, in 1975 tot wereldkampioen gekroond.

In die tijd werd het Kortsjnoj duidelijk dat Karpov de lieveling van de sovjetautoriteiten was, en niet hij. Bevriende grootmeesters werden bang om hem te helpen, er kwam een perscampagne tegen hem en hij kreeg anti-semitische dreigbrieven. Toen besloot hij de Sovjet-Unie te verlaten.

Na het IBM-toernooi in Amsterdam in 1976 vroeg Kortsjnoj asiel aan in Nederland, maar in de jaren daarna vestigde hij zich eerst in West-Duitsland en toen in Zwitserland, waar de vrouw woonde met wie hij later zou trouwen en die hem tot zijn dood verzorgd heeft.

In 1977 mocht ik zijn secondant zijn bij de kandidatenmatch tegen Tigran Petrosian, die in Italië werd gespeeld in een geïsoleerd hotel op een bergtop. Kortsjnoj was officieel een volksvijand van de Sovjet-Unie geworden. In de trein naar Italië lazen we een brief van een andere Russische emigrant die hem waarschuwde dat vanuit een laboratorium in Moskou een straal op het schaakcentrum van zijn hersenen gericht kon worden. We lachten er om, maar nadat hij Petrosian had verslagen, merkte ik dat hij de radiozender op die berg opdracht had gegeven om als stoorzender te werken tegen de straling uit Moskou.

Ik stond paf en vroeg hem of hij echt in die onzin geloofde. „Natuurlijk niet, maar misschien werkt het ook als je er niet in gelooft”, zei hij met zijn gierende schaterlach.

Na Petrosian versloeg Kortsjnoj in de kandidatenmatches ook Poloegajevski en Spasski. Die laatste match was wonderlijk. Spasski, die al gauw op grote achterstand was gekomen, meende dat Kortsjnoj hem hypnotiseerde. Hij reageerde door achter de coulissen van het theaterpodium in Belgrado zijn zetten te bedenken en alleen af en toe op het podium te verschijnen om ze uit te voeren.

Een leeg podium

Toen Spasski een paar partijen gewonnen had, ging Kortsjnoj hetzelfde doen, zodat de toeschouwers naar een leeg podium keken, waarop alleen af en toe een schaker, als een weermannetje dat uit zijn huisje kwam, naar het bord liep om dan weer snel te verdwijnen.

Kortsjnoj won ook die tweekamp en speelde in 1978 tegen Karpov in Baguio City op de Filippijnen een bijna eindeloze WK-match van 48 partijen. Het ging om zes winstpartijen en nadat het 5-5 had gestaan won Karpov de beslissende partij.

Vanuit de Filippijnen vloog Kortsjnoj meteen naar Buenos Aires om daar voor Zwitserland op de Olympiade te spelen. Schaken was alles voor hem.

Hij kon wantrouwig zijn en verbeten, maar ook gul en vrolijk, en hij was misschien wel de sterkste schaker die nooit wereldkampioen werd.

    • Hans Ree