Opinie

De koning van de ring, daarbinnen én daarbuiten

De grootste, de koning. Het zijn twee van de bijnamen die de op 74-jarige leeftijd overleden bokser Muhammad Ali zichzelf gaf, voordat anderen hem deze konden toedichten. Zijn schaamteloze onbescheidenheid, destijds voor sommigen een ergernis, voor anderen een bron van inspiratie en emancipatie, markeert de jaren zestig waarvan hij een onbetwist icoon werd.

Ali’s strijd was er een binnen én buiten de ring. Tussen de touwen was hij een formidabel kampioen en, zoals vrijwel alle groten in de sport, een radicale vernieuwer. Daarbuiten speelde hij een belangrijke rol in de strijd tegen de rassendiscriminatie in de Verenigde Staten en werkte mee aan een nieuw bewustzijn van de Afro-Amerikaanse bevolking. Zijn fotogenieke voorkomen, zijn snelle tong en schier eindeloze zelfvertrouwen waren onmisbare en waardevolle wapens in die strijd.

Er is, bijvoorbeeld door The New York Times, gewezen op Muhammad Ali’s ogenschijnlijke tegenstrijdigheden. Hij was bokser én pacifist. Verdediger van het gezin als hoeksteen terwijl hij zelf vier maal trouwde. Activist tegen discriminatie die tegenstander Joe Frazier tartte met diens donkere huidskleur en voorkomen.

Dat alles tekent niet alleen Ali zelf, maar ook de verwarring van de jaren zestig en zeventig, toen grootse maatschappijvisies wel vaker persoonlijke motieven en aanvechtingen verhulden en consequent zijn een lastige opdracht bleek in de wervelstorm die de maatschappij toen was.

Ali’s symboliek gaat veel verder dan dat. Hij was de eerste werkelijk mondiale superster in de sport. Maar ook de jongen die in 1960 zijn olympische gouden medaille niet mocht vieren in een slechts voor blanken toegankelijk restaurant. Een van de eerste exponenten van de miljoenencontracten die later gewoon zouden worden. En een van de eerste bekende voorbeelden van de hersenschade die beoefenaren van gewelddadige sporten op latere leeftijd ondervinden.

De bokssport is geen schim meer van wat ze toen was. Dat kan niet gezegd worden van de discriminatie waartegen Ali zich zo krachtig verzette. Die is er nog steeds, ondanks de eerste ‘zwarte’ president in VS die Ali al voorspelde. En ondanks zijn blijvende inzet, óók nadat Parkinson en dementie hem langzaam wegvraten.

Er zijn twee beelden van Ali die misschien wel het meest beklijven: zijn onverwachte overwinning op Sonny Liston in 1964, superieur en onkwetsbaar. En zijn even onverwachte ontsteken van de olympische vlam bij de opening van de Spelen in Atlanta in 1996, bevend, onzeker en trots. Kwetsbaarheid is een krachtiger wapen dan agressie.