‘China, Duitsland en de Britten meest gastvrij voor vluchtelingen’

nrc.checkt Dat schreef Amnesty International onlangs in een persbericht.

Syrische vluchtelingen zwaaien nadat ze zijn gearriveerd op het station van München in Duitsland. Foto AP / Michael Probst

De aanleiding

Amnesty heeft een onderzoek laten doen onder 27.000 mensen in 27 landen. Op basis hiervan is een Refugees Welcome Index opgesteld. Daarin staan China, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk op respectievelijk de plaatsen één, twee en drie. Onderaan staan Polen, Thailand, Indonesië en Rusland. In Nederland is geen onderzoek gedaan.

Waar is het op gebaseerd?

De ondervraagden kregen twee stellingen voorgelegd en een vraag. 1) Mensen moeten bescherming kunnen vinden in andere landen om te ontkomen aan oorlog of vervolging. 2) Onze regering zou meer moeten doen om vluchtelingen te helpen die voor oorlog of vervolging vluchten. 3) Hoe dichtbij zou u persoonlijk mensen accepteren die voor oorlog of vervolging vluchten? Antwoorden gingen van ‘in mijn huis’ tot ‘in mijn land’, of helemaal niet.

En, klopt het?

In het onderzoek wordt geen rekening gehouden met het aantal vluchtelingen dat al in een land aanwezig is. Achter China, dat een strikt vluchtelingenbeleid voert en bijvoorbeeld geen Syrische vluchtelingen heeft opgenomen, staat Duitsland, waar vorig jaar ongeveer 1,1 miljoen migranten zijn binnengekomen, en het Verenigd Koninkrijk, waar de regering een strikter toelatingsbeleid voert dan de andere landen in West- en Noord-Europa. Daardoor is de context van de antwoorden verschillend.

Amnesty concludeert dat 73 procent van de ondervraagden het ‘sterk’ of ‘enigszins’ eens is met de eerste stelling. Dat geldt bij de tweede stelling voor tweederde van de ondervraagden. Verrassend daarbij is bijvoorbeeld dat 84 procent van de ondervraagde Jordaniërs vindt dat de regering meer moet doen voor de opvang van vluchtelingen – terwijl dat land al onderdak biedt aan 650.000 Syrische vluchtelingen. Voor Spanje, Australië en het Verenigd Koninkrijk, landen met een restrictief toelatingsbeleid, zijn die percentages 82 procent, 71 procent en 70 procent.

Amnesty trekt uit de antwoorden op de twee stellingen de conclusie dat populistische retoriek tegen vluchtelingen niet rijmt met de opvattingen van de burgers en dat „de onmenselijke antwoorden van regeringen op de vluchtelingencrises” (algemeen secretaris Salil Shetty) zijn losgezongen van de publieke opinie. Dat zou kunnen gelden voor Spanje, Australië en het Verenigd Koninkrijk, maar de harde opstelling van bijvoorbeeld de Poolse regering wordt volgens het onderzoek juist weer wel gesteund door de Poolse burgers. Een woordvoerder van Amnesty Nederland zegt het aan de telefoon wat genuanceerder: er zit in veel landen ruimte tussen wat politici doen en wat mensen willen.

De Refugees Welcome Index is gebaseerd op de vraag in hoeverre ondervraagden zelf bereid zouden zijn mensen die voor oorlog of vervolging vluchten, te accepteren. Daarbij kon worden gekozen voor: in mijn huishouding, mijn buurt (vreemd genoeg beide goed voor 100 punten), mijn stad (67 punten), mijn land (33 punten), of niet. Als je alleen kijkt naar de eerste twee mogelijkheden waren de Britse, Chinese, Duitse, Canadese en Australische ondervraagden het meest gastvrij.

Conclusie

Op basis van het onderzoek is alleen iets te zeggen over de opstelling van inwoners van een land, niet over de opstelling van regeringen. Bovendien wordt niet in aanmerking genomen dat de houding van burgers beïnvloed kan worden door het daadwerkelijk aantal aanwezige vluchtelingen. Dat verschilt aanzienlijk in de onderzochte landen. Daarom beoordelen we de uitspraak als ongefundeerd.

    • Marc Leijendekker