Alcoholprobleem moet worden gezien als ziekte

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: hoe het UWV zijn eigen arts wil ontslaan en diefstal van borrelnootjes.

Uitkeringsinstantie UWV wilde af van zijn eigen verzekeringsarts. Niet omdat hij zou disfunctioneren, maar vanwege veelvuldige afwezigheid als gevolg van een hardnekkig alcoholprobleem. Als werkgever had het UWV hem geholpen van zijn verslaving af te komen. Hij kreeg ruimte om therapieën te volgen en afwezig te zijn wegens opname in een afkickkliniek.

Maar de bedrijfsarts verzon af en toe ook excuses voor zijn afwezigheid, terwijl achteraf bleek dat er tóch alcohol in het spel was. Sinds 2012 was hij met grote regelmaat afwezig, vaak ook van langere duur, zo betoogde UWV afgelopen april voor de rechter, ter motivatie van zijn verzoek om de arbeidsovereenkomst met de verzekeringsarts te beëindigen. Zonder de verplichting om hem nog een ontslagvergoeding (transitievergoeding) mee te geven. De maat was vol. Ondanks intensieve begeleiding was hij stelselmatig controle-afspraken niet nagekomen. De arbeidsverhoudingen waren ernstig verstoord.

De arts zelf betoogde dat er, ondanks zijn alcoholprobleem, al die tijd op zijn functioneren weinig aan te merken was. Dat kon hij staven met verslagen van functioneringsgesprekken. Er was dus geen sprake van verstoorde arbeidsverhoudingen en hij had ook altijd meegewerkt aan behandeling van zijn verslaving. Bovendien zat hij nu midden in een reïntegratietraject om nog voor aanstaande zomer weer geschikt te zijn voor zijn oude functie.

Volgens de rechter had het UWV hem bij de ontslagaanvraag moeten beschouwen als een zieke werknemer. Naar geldend recht moet alcoholisme „als ziekte worden aangemerkt”. En de arts heeft op geen enkel moment behandeling van zijn ziekte tegengewerkt. Op zijn functioneren was geen kritiek, aldus de rechter, de verstoorde arbeidsverhoudingen waren het gevolg van zijn veelvuldige afwezigheid. Basis voor het ontslagverzoek was dus zijn ziekte, oordeelde de rechter.

De arts was over een lange periode ziek, maar zijn officiële onafgebroken arbeidsongeschiktheidsperiode is nooit langer dan twee jaar geweest, nodig om ontbinding van de arbeidsovereenkomst goed te keuren. Het ontslagverzoek werd daarom afgewezen.

    • Jos Verlaan