Dit gebeurt er met de aarde als mensen uitsterven. Of toch niet?

NRC checkt Een filmpje over dat gedachte-experiment werd vorige week erg vaak bekeken op nrc.nl. De Eiffeltoren breekt af, satellieten vallen op aarde en de oceanen raken vol walvissen. De wetenschapsredactie checkt en vindt dat veel van onze sporen sneller verdwijnen dan de filmmakers beweren. En sommige later.

YouTube

Eerst maar eens het filmpje:

En dan de beweringen uit het filmpje, gecheckt door de wetenschapsredactie:

1. Binnen enkele uren stopt de stroomvoorziening uit elektriciteitscentrales die op fossiele brandstof werken.

Waar

Hoe groter en moderner een elektriciteitscentrale hoe groter de kans dat hij zichzelf binnen een paar uur, of nog eerder, uitschakelt als alle personeel verdwenen is. Je mag toch aannemen dat zo’n centrale een voorziening heeft die controleert of er wel werkelijk een wacht achter het bedienings- en controlepaneel zit. Zo’n voorziening kan een middelbare scholier bedenken. Ook een trein rijdt niet door als de machinist wegloopt.

De kans op dagenlange ononderbroken elektriciteitsvoorziening is het grootst bij kleine, onbemande aardgascentrales, van het soort waarvan ook de restwarmte gebruikt wordt. Dieselgeneratoren lopen door tot de diesel op is. Afhankelijk van de grootte van de dieselvoorraad kan dat dagen duren. (Karel Knip)

2. Al na een paar weken zijn alle kleine honden opgegeten.

Onwaar

Dat klinkt onwaarschijnlijk. Opgesloten huisdieren en vee sterven. Maar wat gebeurt er met honden die buiten belanden? De filmmakers beweren dat kleine, ‘decoratieve’ hondenrassen al na een paar weken van de aardbodem verdwenen zijn. Te korte pootjes, te kleine kaken. Voeg toe: belabberde conditie, overgewicht en fatale argeloosheid. Ja, die worden zo opgegeten door grotere, al evenzeer van blikvoer verstoken viervoeters.

Maar niet alle kleine hondjes zijn dodelijk onhandig. Stel dat 1 procent de eerste hongersnood overleeft door supermarkten te plunderen en kadavers te eten, dan zijn dat in Nederland al duizenden dieren. Best kans dat ze, als ze kunnen rennen of konijnen uit hun holen jagen, geaccepteerd worden in roedels met grotere honden. Samenwerkend lukt het ze vast om loslopende biokippen te verschalken en konijnen, ratten en houtduiven.

Ja, uiteindelijk verdwijnen de kleine hondjes door generaties lang te paren met grotere soortgenoten. Maar dan zijn we een paar decennia verder. (Hester van Santen)

3. Na 25 jaar is de lucht in steden veel schoner geworden.

Waar

Waarschijnlijk klaart de stedelijke lucht al binnen enkele uren op na het verdwijnen van de mens. De uitstoot van het verkeer, fabrieken en (stads-)verwarming valt vrijwel meteen weg. Dampen van oplosmiddelen uit verf en schoonmaakmiddelen zullen verdwijnen. En er dwarrelt geen stof meer op door de steeds bewegende menselijke mierenhoop. Ongecontroleerde branden kunnen nog even wat luchtvervuiling geven, maar zonder mens geen stadssmog.

De Oekraïense spookstad Pripyat is een mooi voorbeeld. Hij ligt op drie kilometer van de ontplofte kernreactor van Tsjernobyl ligt. De stad is al dertig jaar zonder mensen. Bomen en struiken groeien er weelderig in de straten, onkruid en mossen hebben op veel plaatsen het beton overwoekerd. Afgezien van de radioactieve vervuiling is de lucht er schoon. Waarschijnlijk al dertig jaar. (Sander Voormolen)

4. Na één jaar beginnen satellieten uit de lucht te vallen. De hoogstvliegende satellieten vallen pas na vele jaren.

Onwaar

Strikt genomen niet waar: de mens hoeft niet te verdwijnen om oude satellieten naar beneden te laten vallen. „Zo eens per dag komt er nu al een stuk ruimtepuin naar beneden, en zo eens per week iets groters, ook complete satellieten”, zegt expert Gerhard Drolshagen van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA.

De laagste satellieten cirkelen op 300 kilometer hoogte, waar de extreem ijle atmosfeer ze afremt. De meeste satellieten hebben geen stuwraketten of brandstof voor een zetje omhoog. Ze vallen binnen jaren naar beneden, mensheid of geen mensheid. Hogere satellieten overleven langer. Op 1.500 kilometer hoogte houden ze het al zo’n 20.000 jaar vol, zegt Drolshagen.

De hoogste, geostationaire satellieten hangen 35.786 kilometer continu boven één punt op de evenaar. Die vallen niet, maar zullen zonder bijsturen aan het zwerven slaan en op elkaar stukslaan. Er ontstaat een ringvormige wolk van steeds kleiner wordende puindeeltjes. Na nog eens duizenden jaren blaast de zonnestraling ze weg. (Bruno van Wayenburg)

5. Na 300 jaar vallen stalen constructies zoals de Eiffeltoren en de Golden Gate Bridge om.

Onwaar

De vraag is of het wel 300 jaar duurt. Zowel op de Golden Gate Bridge als de Eiffeltoren is een ploeg van circa 50 mensen continu bezig met onderhoud en herstel. Vooral de strijd tegen roest (corrosie) vergt vele mensuren en vele tonnen verf. Grote stalen constructies staan ook voortdurend bloot aan beweging door de wind en – bij bruggen – door het verkeer. De Eiffeltoren zwaait zo’n 10 centimeter heen en weer in de wind.

Ook temperatuurverschillen spelen een rol. De Eiffeltoren is ’s winters 15 centimeter korter dan ’s zomers. Vibraties en temperatuurverschillen leiden tot metaalmoeheid. Er ontstaan kleine haarscheurtjes die bij gebrek aan onderhoud steeds verder groeien. De combinatie met corrosie doet experts vermoeden dat toren en brug al eerder om zullen vallen c.q. instorten dan na 300 jaar. (Joost van Kasteren)

6. Na 500 jaar is er niets over van de moderne steden. Grote stenen bouwwerken, zoals de piramides, zijn er nog na 10.000 jaar.

Onwaar

De bewering dat er na 500 jaar geen spoor meer is te vinden van moderne steden is twijfelachtig. Na 10.000 jaar zijn er ook nog wel (resten van) andere constructies te vinden dan alleen piramiden en de Chinese Muur. Straten en pleinen raken snel overgroeid, maar resten van gebouwen blijven waarschijnlijk langer dan vijf eeuwen zichtbaar. Onder invloed van zwavel en CO2 gaat het staal van de wapening in beton roesten. Daarbij zet het uit tot anderhalf à twee keer de normale dikte, waardoor het beton scheurt en de constructie desintegreert.

De snelheid waarmee dat gebeurt hangt af van de samenstelling en dikte van het beton en gevelplaten of metselwerk. Beton zelf kan wel 20 eeuwen mee, zoals het Romeinse Pantheon laat zien. Hoewel beton en massieve baksteenconstructies minder hard zijn dan de meeste natuurbouwsteen zullen er ook na 10.000 jaar nog wel herkenbare brokstukken liggen. Maar, herkenbaar voor wie? (Joost van Kasteren)

7. Kerncentrales gaan snel in de safety mode. Als het koelwater is verdampt volgen er explosies, groter dan in Tsjernobyl en Fukushima.

Onwaar

Dat kerncentrales in safety mode gaan en dat het koelwater verdampt, dat klopt wel, zegt Jan Leen Kloosterman, hoogleraar reactorfysica aan de TU Delft.

„Maar een kernexplosie zoals in Tsjernobyl is onmogelijk.”

Daar liep kernreactie uit de hand, maar bij een kernreactor in safety mode is die juist stilgelegd. Wel produceert de radioactieve splijtstof nog steeds warmte. Kloosterman: „Uiteindelijk zal de reactor droog komen te staan. De reactor zal dan heter worden en mogelijk deels smelten, zodat de radioactieve splijtstoffen vrijkomen.” Ook als dat niet gebeurt, zullen de omhulling en het reactorgebouw uiteindelijk doorroesten en instorten.

Kloosterman:

„Je krijgt radio-actieve verontreiniging van het omliggende gebied, maar niet zo extreem als rond Tsjernobyl. Meer vergelijkbaar met Fukushima.”

De extra straling is daar gemiddeld vergelijkbaar met de natuurlijke achtergrondstraling. (Bruno van Wayenburg)

8. Na 50 miljoen jaar zijn stukjes gebroken glas en plastic flesjes de laatste zichtbare resten van het bestaan van mensen.

Onwaar

Waar komt dit rare idee over het onverwoestbare karakter van plastic vandaan? De wetenschappelijke literatuur staat vol met bacteriën, schimmels, algen die de een of de andere soort plastic kunnen afbreken. Wetenschappers schatten dat complete natuurlijke afbraak van een plastic tas 1.000 jaar duurt. Laat het tien keer zoveel zijn – het zal afhangen van bijvoorbeeld temperatuur en zuurgraad. Maar 50 miljoen jaar?

Ook van het vele plastic in de oceanen, is inmiddels bekend dat het sneller dan gedacht uiteenvalt, onder invloed van zonlicht, golfslag en microbiële honger. „En ik zou niet weten waarom dit proces zich niet zou doorzetten totdat het plastic helemaal is afgebroken”, zegt aquatisch ecoloog Bart Koelmans van de Wageningen Universiteit. Hij verwacht dat glas langer in het milieu aanwezig blijft, hoewel ook dat blootstaat aan verwering. En kun je die kleine stukjes ‘mensenglas’ dan nog onderscheiden van vulkanisch glas, woestijnglas, bliksemglas? (Marcel aan de Brugh)

9. Na 300 jaar zijn de walvissen terug op volle sterkte.

Waar

Ja, enkele eeuwen moet genoeg zijn, verwachten biologen. „Ik denk dat de meeste grote zeezoogdiersoorten zich weer herstellen”, mailt zeebioloog Heike Lotze van Dalhousie University in Canada. Herstel van door de mens kapotgemaakte ecosystemen kan verrassend snel gaan: als de sloop stilvalt, gebeurt dat meestal binnen enkele decennia. Voor walvissen, die zich langzaam voortplanten, kan dat langer duren – maar eeuwen lijkt redelijk.

Een deel van de walvispopulaties herstelt zich nu van de walvisjacht in de 19de en 20ste eeuw. De jacht op de meeste walvissoorten werd pas in 1986 aan banden gelegd. Van de grote zeedieren (ook vissen) die door mensen zijn gedecimeerd, is 15 procent zich aan het herstellen, telde Lotze. „Compleet herstel zal tijd kosten”, denkt ze, „maar als de mens verdwijnt en geen miljoenen tonnen vis meer uit de oceaan haalt, zal het vast lukken”.(Hester van Santen)

10. Binnen twee of drie dagen zijn de meeste metro’s overstroomd omdat de pompen uitvallen.

Onwaar

„Nou, dat is wel heel erg snel”, zegt Stefan Lezwijn, adviseur tunnelveiligheid bij ingenieursbureau Arcadis. Het klopt, zegt hij, dat alle metro’s ter wereld zijn uitgerust met waterpompen. „Ook tunnels trouwens.”

Water kan uit de zee of uit de lucht komen, of er kan grondwater door de buizen lekken.

„Een tunnel is nooit honderd procent waterdicht.”

De meeste metro’s in de wereld hebben in meer of mindere mate last van grondwater, want veel grote steden liggen in rivierdelta’s.

De meeste metro’s, zegt Lezwijn, schakelen bij stroomuitval over op de noodstroomvoorziening. „Die werkt meerdere uren.”. Daarna lopen de metrobuizen langzaam vol. Bij oude metro’s zal dat sneller gaan dan bij nieuwere. „Want de afdichting tussen de betonnen buiselementen is sterk verbeterd.”. Hij schat dat het op zijn minst 2 tot 3 weken zal duren, voordat de eerste metronetwerken onder water staan. (Marcel aan de Brugh)

    • een onzer redacteuren