Wat kan het Westen in Libië?

Verdeeld land Westerse landen willen opnieuw ingrijpen in Libië om IS te verslaan en migratie te stoppen. Maar dezelfde fouten als in 2011 liggen op de loer.

Een strijder voor de eenheidsregering vecht door met zijn been in het gips, bij Sirte. Foto Mahmud Turkia/AFP

In een kelder onder een bank in Bayda, Oost-Libië, zijn twee mannen al weken druk met het kraken van een 48 jaar oude Britse kluis. De potentiële buit: 165 miljoen euro aan goud- en zilverstukken met de beeltenis van kolonel Moammar Gaddafi.

Nee, het gaat niet om een Libische remake van de film Ocean’s Eleven. Ali el-Hibri, directeur van de centrale bank, wil de muntstukken smelten om de lonen in het oosten van Libië te kunnen betalen. Alleen: El-Hibri heeft trouw gezworen aan de regering in het oosten, en de code voor de kluis bevindt zich in Tripoli, waar een andere regering de scepter zwaait.

Het verhaal van de kluis werd vorige maand gebracht door de zakenkrant The Wall Street Journal en kwam opnieuw in de aandacht toen de regering in het oosten vorige week bekendmaakte dat het in Rusland voor 2,7 miljard euro aan nieuwe dinarbiljetten heeft laten drukken.

Wat Libië nodig heeft is één leger, één politie

Nizar Sarieldin, onderzoeker

Tegelijk heeft de centrale bank in Tripoli voor ruim 230 miljoen euro aan biljetten besteld in het Verenigd Koninkrijk. De vrees is dat het drukken van zo veel geld de dinar verder zal doen kelderen, met grote gevolgen voor de koopkracht.

De rivaliserende dinars zijn het laatste hoofdstuk in het chaotische Libische verhaal sinds de val van Gaddafi in 2011. Net als vijf jaar geleden overwegen westerse mogendheden militair in te grijpen in Libië – Franse, Britse en Amerikaanse commando’s zijn al actief in het land.

De inzet deze keer: de opmars van de terreurgroep Islamitische Staat (IS) een halt toeroepen en de migratiestroom indammen. Het probleem, zeggen waarnemers, is dat de prioriteiten van de internationale gemeenschap niet die van de Libiërs zijn. „Voor de internationale gemeenschap hebben IS en migratie de prioriteit. Voor de Libiërs niet: zij hebben grotere zorgen”, zegt Nizar Sarieldin, een Libische onderzoeker bij de Berghof Foundation in Berlijn. Tegen welke problemen zal het Westen aan lopen? De European Council on Foreign Relations waarschuwt de EU om bij haar twee prioriteiten de economie en de politieke verdeeldheid niet te vergeten.

Prioriteit één: de strijd tegen Islamitische Staat

IS maakte vorig jaar van de chaos gebruik door kuststad Sirte en omgeving te veroveren. De groep controleert nu zo’n 250 kilometer kustlijn. Dat is een nachtmerrie voor Europa, in de eerste plaats voor Italië. Maar, zegt de Libische onderzoeker Nizar Sarildien: „De Libiërs zien IS als een beheersbaar probleem, iets wat zij zelf wel kunnen afhandelen. Anders dan in Syrië of Irak vindt IS in Libië weinig aansluiting bij de lokale stammen. Dat heeft te maken met het nationalisme – zeg maar: het racisme – van de Libiërs tegenover buitenstaanders.”

Inderdaad heeft de ‘emir’ van IS in Libië, de Saoedische Abdulqader al-Najdi, in een recent interview met een IS-gezind medium toegegeven dat de groep er niet in slaagt om zijn invloed uit te breiden. In Sirte zelf moest IS een lokale opstand neerslaan. De groep wordt nu aangevallen van twee kanten. In het westen gaat het om de militie van de stad Misrata, die dit weekend een luchtmachtbasis bij Sirte heeft veroverd op IS. In het oosten zitten de zogeheten Oliefaciliteitenbewakers, een militie die meer autonomie wil voor het oosten.

Het probleem is dat het Westen in de strijd tegen IS werkt met dezelfde milities die verantwoordelijk zijn voor de chaos. „Dit voedt de groei van milities die weinig belang hebben bij het steunen van de eenheidsregering”, schrijft Libië-expert Mattia Toaldo in een rapport van de European Council on Foreign Relations. Er is zelfs sprake van een biedingsstrijd om tegen IS te mogen vechten: in het oosten claimt ook generaal Haftar, die de steun heeft van de regering in Bayda, een hoofdrol in de strijd tegen de extremisten. Toaldo omschrijft dat als de „zoektocht naar de Libische peshmerga’s, een verwijzing naar de Koerden die in Irak tegen IS vechten.

„Elke groep hoopt in ruil voor het vechten tegen IS – of het doen alsof – wapens, politieke steun en erkenning te krijgen.”

Dit probleem had van de baan moeten zijn na een in december gesloten akkoord over de vorming van een eenheidsregering. Die moest in de plaats komen van de twee rivaliserende regeringen in Tripoli in het westen en en Bayda in het oosten. In het Westen werd de eenheidsregering juichend ontvangen. „De internationale gemeenschap kan nu samenwerken met een representatieve Libische regering in de strijd tegen IS en de mensensmokkelaars”, zei de Britse premier Cameron. Alleen: de nieuwe regering van premier Sarraj moest veel moeite doen om überhaupt in Libië te komen: te veel tegenstand. Sindsdien is ze gevestigd op een marinebasis in Tripoli, en haar macht strekt niet veel verder dan dat.

Volgens onderzoeker Sarieldin is het enige wat voor de eenheidsregering pleit dat zij de steun heeft van de internationale gemeenschap.

„Zij heeft geen enkele macht op de grond. Sarraj kan zich in Tripoli niet vrij bewegen, en de oude regering in Tripoli functioneert gewoon nog.”

Sarraj kampt met hetzelfde probleem als de eerste regering na Gaddafi: hoe de milities te beheersen? Sarieldin: „Wat Libië nodig heeft is één leger, één politie. Het probleem is dat de eenheidsregering in afwachting daarvan samenwerkt met de militie van Misrata en haar het nationale leger noemt. Dezelfde fout is gemaakt na de val van Gaddafi.”

De internationale gemeenschap wilde in Marokko absoluut een akkoord, eender welk, zegt Sarieldin. „Men was gehaast, mensen werd gesmeekt om toch maar te tekenen. Maar de haviken aan beide kanten hebben nooit getekend. Het resultaat is dat we nu met drie regeringen zitten.”

Prioriteit twee: het stoppen van de migratie

Bij Zwara zijn sinds donderdag ruim honderd verdronken migranten aangespoeld.Foto APTV

De tweede prioriteit van de EU – de migratiestroom naar Europa indammen – kan volgens Libië-expert Mattia Toaldo niet los worden gezien van een mondiale oplossing. Nu de Balkanroute dicht is, is de vrees dat de Libiëroute weer in belang toeneemt. Dat vorige maand in één week 12.000 mensen aankwamen in Italië lijkt dat de bevestigen, hoewel de totale cijfers nog gelijk oplopen met 2015. Zo’n duizend migranten verdronken: het laat zien dat het oversteken van de Middellandse Zee veel gevaarlijker is dan de oversteek van Turkije naar Griekenland. Sinds vrijdag spoelden in Libië ruim honderd lijken van migranten aan op het strand.

Tot nu toe reizen vooral Afrikanen via Libië: Syriërs en Irakezen lijken de route voorlopig nog te mijden. Daar ligt een deel van de oplossing. Want Libië is niet alleen een transitland voor migranten die naar Europa willen; het was ook altijd een bestemming voor Afrikaanse gastarbeiders.

Volgens de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR leven er ten minste 100.000 migranten in de Libische kuststeden. Gezien de slechte economische situatie willen velen vertrekken naar Europa. Toaldo: „Zelfs een kleine verbetering van de economie kan ervoor zorgen dat Libië opnieuw een miljoen gastarbeiders absorbeert, zoals het geval was tot 2013.”

Het voordeel van de eenheidsregering is dat zij het geld controleert. Bijzonder aan de Libische situatie is dat militieleden aan beide zijden een salaris krijgen van de centrale bank. Maar dan moet er wel geld zijn: de olieproductie is nu nog maar eenvijfde van de capaciteit. Onderzoeker Sarieldin:

„De centrale bank is eigenlijk de echte regering. Daarom heeft de internationale gemeenschap zo hard gewerkt om te vermijden dat de centrale bank gesplitst zou worden.”

Toen de regering in het oosten aankondigde bankbiljetten te hebben laten drukken in Rusland, kwam de Amerikaanse ambassade meteen met een veroordeling. „Dergelijke biljetten zijn valsemunterij en kunnen het vertrouwen in de Libische munt ondermijnen”. Volgens sommige analisten is mensensmokkel na olie nu de tweede inkomstenbron van het land en werken de smokkelbendes vaak nauw samen met de milities.

Toaldo ziet maar één mogelijkheid: inzetten op de eenheidsregering:

„De Europeanen hebben wat zij altijd wilden: een eenheidsregering in Tripoli. Zij moeten nu oppassen dat zij die regering niet bedelven onder onrealistische eisen, van het beëindigen van de migratiecrisis tot het verslaan van IS. In plaats daarvan moet het westen er alles aan doen om de controle van de regering over het land te versterken.”

    • Gert Van Langendonck