Voor Obama was hij een held, Nixon had de pest aan hem

Muhammad Ali Louisville, Kentucky, maakt zich op voor een groots afscheid van Muhammad Ali. The Greatest was een inspiratiebron voor enkele Amerikaanse presidenten.

Foto AFP / Brendan Smialowski

Muhammad Ali hield van de wereld en daarom is de wereld volgens zijn nabestaanden komende vrijdag welkom in Louisville, de stad in Kentucky waar hij op 17 januari 1942 als Cassius Marcellus Clay werd geboren. Rond zijn begrafenis, waar oud-president Bill Clinton een van de sprekers is, staat een tocht door de stad op het programma, onder meer over de Muhammad Ali Boulevard, langs plaatsen waar een deel van zijn leven zich afspeelde. Familie en vrienden nemen donderdag in besloten kring afscheid van de drievoudig wereldkampioen in het zwaargewicht die in de jaren zestig en zeventig de bekendste man op aarde was.

Al vele jaren was Ali als gevolg van de ziekte van Parkinson een breekbare man. Donderdag was hij met ademhalingsproblemen opgenomen in een ziekenhuis in de omgeving van Phoenix, een septische shock, een volkomen uit de hand gelopen afweer tegen een infectie, werd hem een dag later fataal.

You got a queen, you need a king. I am King In 1964 voor een gevecht in Groot-Brittannië

De ster van Ali rees eind jaren vijftig en hij beleefde zijn doorbraak in 1960, toen hij in Rome olympisch kampioen werd, pas achttien jaar oud. Met zijn bravoure en zijn dansbewegingen in de ring, de Ali Shuffle, creëerde hij een eigen stijl. Het was in die tijd voor veel Nederlanders niet ongebruikelijk om midden in de nacht op te staan om live een gevecht van Ali op tv te zien, zoals de Rumble in the Jungle, in 1974 tegen George Foreman, en een jaar later de Thrilla in Manila, een strijd op leven en dood met Joe Frazier.

Stel dat zijn fiets niet was gestolen, op z’n twaalfde, en hij op advies van politieman Joe Martin niet op boksles was gegaan om zijn boosheid over de diefstal af te reageren? Zouden we dan ooit van Cassius Clay of Muhammad Ali hebben gehoord? Als hij niet had gebokst, wat was er dan van hem geworden, vroeg Dick Cavett hem tijdens diens spraakmakende talkshow in de jaren 70. Ali’s antwoord, zonder nadenken: „De eerste zwarte op de maan.”

Typisch Ali.

‘Comeback’ in Atlanta 1996

Na zijn actieve carrière – in 1981 was hij een maand voor zijn veertigste verjaardag gestopt – verdween Ali steeds meer naar de achtergrond. Maar in 1996 maakte hij de wereld deelgenoot van zijn mooiste comeback, toen hij op de Zomerspelen van Atlanta het olympisch vuur ontstak; hevig bevend, maar trefzeker. Een van de getuigen in het stadion was Bill Clinton, een van zijn grootste bewonderaars. Veel Amerikaanse presidenten hadden een speciale band met Ali. Voor Obama was hij een bijna levenslange bron van inspiratie, George Bush sr. gaf hem de hoogste onderscheiding voor Amerikaanse burgers, Jimmy Carter gebruikte Ali over de landsgrens om de boycot van de Olympische Spelen in Moskou (1980) te promoten en hij schaduwbokste in het Witte Huis met Ronald Reagan. Niet alle Amerikaanse presidenten hielden van Ali. Nixon had ronduit de pest aan de ex-dienstweigeraar die stelling nam tegen de oorlog in Vietnam en die een symbool werd van de anti-Vietnambeweging. Ali streed ook voor de rechten van gekleurde Amerikanen, en in hardere bewoordingen dan zijn landgenoot met wie hij na zijn overlijden soms wordt vergeleken, Martin Luther King.

Multiculturele samenleving

Verwantschap in de strijd voor gelijke rechten voor blank en zwart voelde Ali ook met Nelson Mandela, de Zuid-Afrikaanse president met een boksverleden en een uitgesproken fan van The Greatest.

De wereld is een inspirerende persoonlijkheid armer, is de kern van de loftuitingen die de afgelopen dagen op alle continenten klonken. Waar hij kon zette de man die zich in 1964 bekeerde tot de islam zich in voor vrede en verdraagzaamheid; die waarden worden uitgedragen in het Muhammad Ali Center in zijn geboorteplaats – een museum met een boodschap. Een opmerkelijke actie was een open brief aan de Noorse bevolking, kort na de aanslagen van Anders Breivik. Hij probeerde de Noren moed in te spreken en hield hen voor dat niemand de multiculturele samenleving moet vrezen. Als moslim voelde hij zich diverse keren geroepen zijn geloof te verdedigen. Na 9/11 veroordeelde Ali de ‘racistische fanatici die zich moslims noemen’, afgelopen december werd in zijn naam een verklaring uitgegeven waarin hij stelde „dat er niks islamitisch is aan het doden van onschuldige mensen in Parijs, San Bernardino of waar dan ook in de wereld”. Hier sprak niet alleen een prominente moslim, maar ook een door de Verenigde Naties benoemde ‘boodschapper van de vrede’ die de sport ver oversteeg.

    • Ward op den Brouw