Tuin van Huis Bergh heeft weer zichtlijnen

De kasteeltuin van Huis Bergh, de oudste van Nederland, is weer te zien in zijn achttiende-eeuwse glorie.

Het Gelderse stadje ’s-Heerenberg en het Duitse grensdorp Hoog-Elten (gemeente Emmerik) liggen hemelsbreed zo’n vijf kilometer van elkaar. Bij helder weer kun je de toren van het hooggelegen Stift Elten, ooit een convent voor adellijke dames, dan ook moeiteloos zien liggen. Opvallender is dat die toren ook zichtbaar is voor iemand die zich opstelt op het bordes van de hoofdingang van Huis Bergh in ‘s-Heerenberg, en kijkt dwars door de dichte bebossing rondom dat kasteel. Dan blijkt dat er een kaarsrechte zichtlijn bestaat tussen Huis en Stift. In de achttiende eeuw is een laan door het bos aangelegd waardoor die ontstaat. In de loop der tijd raakte de strakke aanleg dichtgegroeid, maar na een reconstructie van kasteeltuin en plantage, toont die zich nu weer in volle glorie.

Bij de reconstructie is gekozen voor de achttiende-eeuwse opzet. De kasteeltuin van Huis Bergh, die net buiten de omwalling van het slot zelf ligt, is echter veel ouder. Al in 1461 wordt een ‘tuyn’ vermeld in een document uit de tijd van kasteelheer graaf Willem van den Bergh. Het is daarmee de oudst bekende kasteeltuin van Nederland en ook daarbuiten zijn er maar heel weinig vroegere voorbeelden. Het boek bij de reconstructie en een kleine presentatie in het kasteel, geven allerlei informatie over de geschiedenis van de tuin, de gewassen en tuinlieden, en het gebruik ervan.

In de grotendeels zelfvoorzienende leefwereld van een middeleeuws kasteel was het eerste doel van een omheind stuk grond het leveren van groenten, fruit, kruiden en kaphout. Maar in vredestijd bood een mooi aangelegde tuin ook mogelijkheden tot ontspanning en vermaak. Zo is er een langgerekt gebouw uit 1560 dat werd gebruikt als overdekte kaatsbaan; er werd een destijds heel populair soort van tennis gespeeld waarbij de bal met de hand werd geslagen (jeu de paume). En in de tuin zelf scheidt het pad van de zichtlijn naar Elten een nuttige moestuin van een tweede perceel dat duidelijk meer op amusement was gericht. In het midden staat een fontein met een waterspuitend beeldje van het mythologische zeewezen triton – een kopie naar een bronzen beeld in het Amsterdamse Rijksmuseum. De gazons zijn voorzien van elegant kringelende bakstenen paadjes, die een idee moeten geven van het doolhof van perken en haagjes dat is te zien op een kaart uit 1727. Bijna hoor je nog het geschater en gekir van zorgeloze aristocraten die zich daar ooit op een dwaalspoor lieten brengen.

    • Bram de Klerck