The Greatest in 8 ronden

Op zijn twaalfde begon hij met boksen in Louisville, vrijdag wordt hij daar geëerd en begraven.

Muhammad Ali wordt in 1974 verwelkomd in Kinshasa, voorafgaand aan het titelgevecht met George Foreman, die hij in achtste ronde versloeg. Foto APVan boven naar beneden: olympisch kampioen Clay in 1960 in Rome, met Malcolm X in 1964 en in 1996 bij het ontsteken van de olympische vlam in Atlanta. Foto’s AP

Thuisbasis Louisville

Op 17 januari 1942 werd Cassius Marcellus Clay geboren in Louisville, de hoofdstad van Kentucky. Zijn ouders, Cassius sr. en Odessa, gaven hem een christelijke opvoeding. Moeder nam hem op zondag mee naar de baptistenkerk. Zijn vader, die reclameborden schilderde, vond het maar niks dat Cassius zich had bekeerd tot de islam. De Nation of Islam profiteerde van hem, vond Cassius Clay sr. Met boksen begon hij op z’n twaalfde, in de gym bij het politiebureau in het centrum van Louisville. Zijn fiets was gestolen en toen politieman Joe Martin zag hoe boos Cassius was op de onbekende dief gaf hij hem het advies te gaan boksen. Cassius had één (jongere) broer, Rudolph Arnette, ook wel Rudy genoemd. Met Cassius bekeerde hij zich tot de islam; sindsdien gaat hij als Rahaman door het leven. Aanvankelijk bokste hij ook, en hij maakte deel uit van de entourage van zijn oudere broer.

Olympische Spelen van 1960: de doorbraak

Clay was bang om te vliegen – in de VS nam hij bij voorkeur de trein – en daarom wilde hij niet naar Rome. Z’n eerste trainer, politieman Martin, haalde hem over toch te gaan. De Waalse Belg Yvon Becaus was voor de achttienjarige Clay de eerste hindernis naar de olympische titel in het halfzwaargewicht, de Pool Ziggy Pietrzykowski in de finale de vierde en laatste. Bij terugkeer in de VS paradeerde Clay in New York met de gouden medaille om zijn nek over Times Square en sliep in het Waldorf Astoria (boven de suite van generaal MacArthur en grenzend aan die van oud-president Hoover). In Louisville werd hij enthousiast onthaald, maar toen hij merkte dat hij als zwarte nog steeds werd gediscrimineerd, gooide hij zijn gouden medaille van de brug in de Ohio-rivier. Aan de oever van die rivier staat sinds 2005 het Muhammad Ali Center; behalve een museum ook Ali’s missiepost voor vrede en verdraagzaamheid.

Achttien jaar oud: debuut als profbokser

Een groep blanke ondernemers, de Louisville Sponsoring Group, financierde Clays debuut als profbokser. Van het tekengeld, 10.000 dollar, kocht hij voor zijn ouders een roze (tweedehands) Cadillac.

Drie dagen later, op 29 oktober 1960, vocht (en won) hij zijn eerste profgevecht, tegen politieman Tunney Hunsaker. De winstpremie was 2.000 dollar. Daarvan ging een deel naar broer Rudy, zijn sparringpartner in de aanloop naar het gevecht.

Nadat hij kortstondig was getraind door oud-boksprof Archie Moore, verhuisde Clay tijdens de Kerst van 1960 naar Miami. In de 5th Street Gym aldaar begon hij aan een levenslange relatie met trainer Angelo Dundee, die begin 2012 op negentigjarige leeftijd overleed, enkele weken nadat hij het feest ter gelegenheid van Ali’s zeventigste verjaardag had bijgewoond in het Muhammad Ali Center in Louisville

De showman die hem inspireerde: Gorgeous George

Clays toon en presentatie veranderen drastisch als hij in juni 1961 kennismaakt met Gorgeous George, een 46-jarige beroepsworstelaar die als geen ander in de Amerikaanse sport aandacht weet te trekken, en dat al vanaf de jaren veertig.

Dit fenomeen – zijn echte naam was George Wagner – groeit door zijn flamboyante karakter uit tot een van de grootste sterren van het Amerikaanse professionele worstelen tijdens de ‘gouden’ jaren veertig en vijftig.

Hij draagt opvallende mantels op weg naar de ring, doet krulspelden in zijn lange blonde haar als hij de ring betreedt, laat een helper vervolgens de krulspelden eruit halen en verschuilt zich tijdens partijen achter de scheidsrechter, tot groot vermaak van het publiek.

‘De menselijke orchidee’ wordt hij genoemd, en ook wel ‘De sensatie van de natie’. Clay en Gorgeous George ontmoeten elkaar bij een radioprogramma in Las Vegas, voordat Clay daar moet boksen.

Gorgeous George heeft tegelijkertijd een gevecht in de gokstad in het middenwesten van de Verenigde Staten en slaagt er met zijn opschepperij in 15.000 toeschouwers naar zijn gevecht te lokken.

„Als ik verlies, dan kruip ik door de ring en knip ik m’n haar af”, zei hij op de radio. „Maar dat gaat niet gebeuren want ik ben de grootste worstelaar ter wereld.” Ali vertelde later dat die 15.000 mensen naar het gevecht waren gekomen om Gorgeous George een pak slaag te zien krijgen. Want dat had de worstelaar na afloop in zijn kleedkamer ook tegen Clay gezegd: „Veel mensen willen ervoor betalen om te zien hoe je de mond wordt gesnoerd. So keep on bragging, keep on sassing and always be outrageous.”

Ali knoopte dat goed in zijn oren en paste die verkooptruc sindsdien altijd en overal toe. In 2005 noemde het gezaghebbende Amerikaanse sportblad Sports Illustrated Ali de belangrijkste discipel van Gorgeous George.

Vietnam-oorlog zonder Ali

President Kennedy stuurde in 1961 de eerste Amerikaanse militairen naar Zuid-Vietnam om de Vietnamezen te helpen bij de strijd tegen de communistische guerrilla. In april 1960 werd Clay geregistreerd als dienstplichtige, twee jaar later kreeg hij de classificatie 1-A – het ideale kanonnenvoer, schreven Felix Dennis en Don Atyeo in The Glory Years. Twee jaar later werd hij gekeurd. Hij slaagde voor de fysieke test, maar bij de intelligentietest scoorde hij extreem laag. Veel vragen liet hij onbeantwoord. Uitslag: inconclusive.

Een paar maanden later volgde nog een intelligentietest. Opnieuw een te lage score. Classificatie 1-Y. Dat zorgde voor een golf van verontwaardiging in het land. Maar, zo werd vanuit het leger benadrukt, Clay kon niet beter. Daarmee was hij nog niet van het leger af. Begin 1966 hoorde Ali dat hij opgeroepen werd. Hij voelde er niks voor. De Vietcong had hem nooit iets misdaan, dus waarom zou hij de wapens opnemen? ‘No Viet Cong ever called me nigger’ en ‘I ain’t got no quarrel with them Viet Cong’.

Op 28 april 1967 werd hij opgeroepen. Hij weigerde dienst te nemen, omdat hij daar als een ‘minister of Islam’ niet voor in aanmerking kwam. Opnieuw verontwaardiging. Ali had zijn dienstplicht kunnen doorkomen met demonstratiepartijen, maar daar leende hij zich niet voor. Hij vond dat er eerst wat gedaan moest worden aan de rechten van zwarten in de VS.

Ali betaalde een hoge prijs. In april ’67 werd hij geschorst en werd hem zijn wereldtitel afgenomen. Twee maanden later volgde een veroordeling voor dienstweigering: vijf jaar celstraf en een boete van 10.000 dollar. Hij ging in beroep en werd pas in 1970 door het Hooggerechtshof vrijgesproken. Ali was bereid om zijn straf uit te zitten, zo zei hij na het eerste vonnis: ‘Clean out my cell, and take my tail, on the trail, for the jail, without bail, because it’s better in jail, watchin’ television fed, than in Vietnam somewhere dead.’

Bijzondere tegenstanders

Zijn gevecht tegen George Foreman in Kinshasa, in het toenmalige Zaïre, was misschien het meest legendarische uit de moderne boksgeschiedenis: de Rumble in the Jungle. Foremans naam zal altijd verbonden blijven met die van de man die hem in 1974 in de achtste ronde zijn wereldtitel ontnam, en die zichzelf weer kroonde tot ‘King of the World’.

Ali’s naam wordt ook in één adem genoemd met Joe Frazier. Die bokslegende overleed eind 2011, na een korte leverziekte. Met Ali was Frazier een exponent uit een periode met relatief veel en bijzondere zwaargewichten. Driemaal stonden ze tegenover elkaar. Frazier won de eerste keer, het Gevecht van de Eeuw, in Madison Square Garden in 1971, Ali’s eerste nederlaag. Drie jaar later, eveneens in New York, won Ali op punten en in 1975, tijdens de Thrilla in Manilla, besloot Fraziers trainer na de veertiende en voorlaatste ronde dat het genoeg was. Beide boksers hadden gestreden op leven en dood.

Lezen over Ali: de boeken

Ali’s biografie verscheen in 1975: The Greatest. Die ene keer in zijn leven dat hij naar Nederland kwam, bezocht hij Amsterdam en Volendam, ter promotie van de Nederlandse vertaling van zijn boek. De Amerikaan Thomas Hauser schreef aan de hand van interviews de meest complete biografie, in 1991, Muhammad Ali: His Life and Times. Bijzonder zijn ook The Fight (1975) van Norman Mailer, opgetekend rond de Rumble in the Jungle, David Remnicks King of the World (1998), Ghosts of Manila (2002) van Mark Kram, Redemption Song: Muhammad Ali and the Spirit of the Sixties (1999) van Mike Marqusee, Facing Ali (interviews met vijftien tegenstanders van Ali) van Stephen Brunt (2003), Muhammad Ali: The Glory Years (Felix Dennis en Don Atyeo), een hoogtepunt in zwart-wit op stoeptegelformaat dat in afmetingen alleen overtroffen wordt door GOAT (Greatest Of All Time) van uitgeverij Taschen, waarvan een beperkte oplage verscheen met werk van Jeff Koons en fotograaf en Ali’s beste vriend Howard Bingham. Maar liefst 780 pagina’s, 34 kilo zwaar, 50 bij 50 centimeter; nieuw nog te koop voor 6.000 dollar (ruim 5.000 euro).

Muhammad Ali Center

In zijn geboorteplaats Louisville leeft de bokslegende voort in het Muhammad Ali Center. The Greatest is overal aanwezig in het gebouw, dat meer is dan een museum. Na de Kentucky Derby, de grootste paardenrace in de VS, is het zes verdiepingen tellende Ali Center de grootste publiekstrekker van Louisville, waar al langer een Muhammad Ali Boulevard is.

In het complex van 80 miljoen dollar, geopend in 2006, kun je films van oude bokspartijen van Ali activeren, door een schermpje met een afbeelding van de toegangskaart aan te raken. Er zijn talloze foto’s uit zijn turbulente periode als profbokser (1960-1981), vele onderscheidingen, attributen zoals de wandelstok die Ali in 1974 cadeau kreeg van de Zaïrese dictator Mobutu. Overal hoor je zijn stem. Die van de luidruchtige Cassius Clay, de Louisville Lip. En die van Muhammad Ali, de tot moslim bekeerde bokser die weigert in Vietnam te vechten en z’n wereldtitel kwijtraakt, wordt geschorst en uitgroeit tot een door de VN benoemde ‘boodschapper van de vrede’.

Kinderen – Ali was er gek op. In het Center kunnen ze kennismaken met zijn waarden: respect, vertrouwen, overtuiging, toewijding, geven en spiritualiteit. Een kwart van het Center is gericht op onderwijs, met klaslokalen en een collegezaal. Bijzonder is ‘de muur van hoop en dromen’; 5.000 tegeltjes beschilderd door kinderen uit 141 landen. Een vreedzame wereld, daarvoor zette Ali zich in. In het Center leeft zijn boodschap voort: een betere wereld begint bij jezelf. In het Ali Center werden de afgelopen jaren uit naam van de man die ontelbare onderscheidingen kreeg de Muhammad Ali Humanitarian Awards uitgereikt, aan mensen die zijn waarden het best uitdragen. Die traditie zal blijven bestaan.

    • Ward op den Brouw