Ovatie van de zaal volgt als de koning is gaan staan

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima bezochten de openingsvoorstelling van het Holland festival.

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima applaudisseren voor de openingsvoorstelling Die Stunde da wir nichts voneinander wussten. foto Robin Utrecht

Programmaboekjes en entreekaartjes dienden massaal als waaier voor het licht verhitte publiek van genodigden en prominenten dat zaterdag de opening bijwoonde van de 69ste editie van het Holland Festival, één van de belangrijkste podiumfestivals in Europa. Het warme weer maakte dat de dresscode – tenue de ville – ruimhartig werd opgevat, soms zelfs in de vorm van een T-shirt en korte broek. Het gaf een zomers en veelkleurig beeld aan de goed gevulde grote zaal van de Amsterdamse Stadsschouwburg.

Onder toeziend oog van koning Willem-Alexander en koningin Máxima, prominent op het eerste balkon, verzorgde het Hamburgse Thalia Theater de aftrap met de woordloze voorstelling Die Stunde da wir nichts voneinander wussten. De voorstelling kreeg aanvankelijk een wat aarzelend applaus, maar toen het koningspaar opstond voor een staande ovatie, volgde uiteindelijk ook de rest van de zaal. Na afloop op de receptie spraken koning en koningin op de receptie met regisseuse Ene-Liis Semper, en een keur aan artiesten die later nog zullen optreden op het Holland Festival, zoals de acteurs van gezelschap Wunderbaum, en de Australische regisseur Simon Stone, als gastregisseur verbonden aan Toneelgroep Amsterdam.

Voor de Estse Semper en haar partner Tiit Ojasoo was het een ‘onwaarschijnlijke eer’ om het Holland Festival te openen, zei ze op de receptie. „Dit is pas onze eerste grotezaalproductie en de erkenning is zó groot, het is bijna duizelingwekkend.” De afgelopen dagen sloegen de zenuwen toe. „Vandaag werd ik erg nerveus bij het idee van de aanwezigheid van de koning en koningin”, aldus Semper. Het koningspaar had haar vriendelijk en belangstellend te woord gestaan, zei ze. „Ze waren zo aardig om te zeggen dat ze het mooi vonden.”

Het Holland Festival heeft een naam hoog te houden wat betreft de vaak controversiële openingsvoorstelling. Daar leek dit keer geen sprake van, al signaleerde Jan Zoet, directeur van de Amsterdamse Theaterschool, op zijn rij wel voor- en tegenstanders. Het tegenkamp liet duidelijk zijn misprijzen horen, aldus Zoet. Zelf hoorde hij bij de voorstanders. „Ik vond het een prachtig poëtisch beeldverhaal over het menselijk tekort.” Cees Debets, directeur van het Haagse Theater aan het Spui, vond de productie wat teleurstellend. „Ik vond het overwegend erg braaf, en vaak ook nogal ouderwets. Ik werd niet weggeblazen. Al zaten er mooie beelden tussen, die me zeker bij zullen blijven.”

Parade-directeur Nicole van Vessum constateerde tot haar spijt een groot verschil met de opening van vorig jaar, toen Carré bij het concert van de Turkse popdiva Candan Erçetin woest swingend uitpuilde, „met etnisch zeer divers publiek”. Maar oud-cultuurwethouder Carolien Gehrels, Holland Festival-veteraan, sprak goedkeurend van een „fraai visueel gedicht”.

    • Herien Wensink