Nederland gidsland? Is dat een grap?

Dirk-Jan van Baar verbaast zich erover dat Joris Luyendijk in NRC het Nederland uit zijn jeugd als liberaal en open beschrijft.

Foto ANP

Met het ouder worden ga je je meer verbazen over het verleden. Vooral het verleden dat je zelf hebt meegemaakt en nu anders wordt weergegeven dan je het in herinnering hebt. Zo schrijft Joris Luyendijk (geb. 1971) in NRC van 28 mei dat zijn nationaliteit gedurende de eerste dertig jaar van zijn leven in het buitenland synoniem stond voor tolerant, liberaal en open. Nederland stond aan de wieg van het Europese project en had zich vanaf de jaren zeventig ontwikkeld tot een laboratorium voor culturele en sociale verandering: legale prostitutie, softdrugs, euthanasie en het homohuwelijk.

Blijkbaar heeft Luyendijk tot 2001 onder een kaasstolp geleefd en alleen die buitenlandse luchtjes opgesnoven die zijn progressieve binnenkamer verlichtten. Daarbij kent hij de geschiedenis van zijn eigen land niet. Zo meent hij dat politici en opiniemakers in die tijd zonder een spoortje ironie over Nederland als ‘gidsland’ dachten. Dat is allemaal voorbij sinds de Fortuynrevolte. Nu voert Wilders de peilingen aan en vreest Joris dat Nederland weer gidsland is, maar dan in nationalistisch-rechtse richting.

Dat Nederland in de war is, wil ik niet tegenspreken. Maar Luyendijk maakt de verwarring groter met zijn eenogige blik. Zelf ben ik van 1957, niet zo heel veel ouder, maar oud genoeg om de dertig jaar te hebben meegemaakt toen Nederland volgens Joris vol zelfvertrouwen en eigendunk was. Dat ging ook met ups en downs. In de jaren zeventig werd in linkse kringen volop geklaagd over de ‘verrechtsing’ van Nederland (mei 1968, een studentenopstand in Parijs, was het ijkpunt), terwijl in conservatievere kringen werd betoogd dat de tolerantie was doorgeschoten.

Nederland is wat rechts populisme betreft geen gidsland

Die cultuurkritiek bleef niet tot rechts beperkt. Jan Blokker, opinieleider bij de VPRO en de Volkskrant, vroeg zich af of hij wel links genoeg was en stak de draak met alle sociaal-wetenschappelijke luchtfietserij. Dat was sarcasme, onder invloed van Willem Frederik Hermans, die alle linkse heilige huisjes met kraaiend plezier omver maaide.

Hermans kon je ook lezen in NRC Handelsblad, toen de meest intellectuele krant van Nederland. Een verademing was dat liberale avondblad, met columns van heren als J.L. Heldring, J.A.A. van Doorn en J.M. Bik, die het naar binnen gerichte zelfbeeld van Nederland als internationaal gidsland geselden. Toegegeven: dat waren conservatieven, maar hun ironie is Luyendijk ontgaan. Terwijl hij de natie nu pedant toespreekt en het gidsland uit zijn eerste dertig levensjaren voorhoudt dat toen al onderuit was gehaald. Dan heb je niet opgelet of op de verkeerde school gezeten.

In 1990 kwam Frits Bolkestein in de Volkskrant met zijn zorgen over de massa-immigratie, die in de jaren zeventig al door anderen waren verwoord (zoals de jonge Drees van DS&apos70), en in 2000 schreef Paul Scheffer in deze krant over zijn multiculturele drama. Maar Luyendijk zag alleen het swingende Oranje van Ruud Gullit en Frenk Rijkaard (1988). Als je je zo door de buitenkant laat verblinden, moet je niet gek opkijken als assertief aanvallend Nederland met zijn grote mond vol eigendunk op een kwade dag Wilders stemt.

Ter geruststelling van Luyendijk: Nederland is wat rechts populisme betreft geen gidsland. Kleinere landen als Oostenrijk, België en Denemarken gingen ons voor. Op dat punt hebben wij een achterstand in te halen. Reden te meer om kennis te nemen van de ervaringen uit het recente verleden van onszelf én de buurlanden. Daar schort het in Nederland weleens aan, gidsland of niet.

    • een onzer redacteuren