Minister, bemoei je niet met de ramadan

Opinie Pas op dat je religie niet als handig beleidsinstrument gaat zien, schrijft Sebastien Valkenberg. Handhaaf de scheiding tussen kerk en staat.

Beeld uit het campagnefilmpje van #giveitup4ramadan dat via sociale media wordt verspreid.

Vandaag, 6 juni, is de ramadan begonnen en dat betekent: bestuurders die zich uit politieke overwegingen met de islamitische vastenmaand engageren. Zo ook minister Ard van der Steur, die de aftrap gaf voor #giveitup4ramadan.

Deze ludieke actie moet, in elk geval tijdens de duur van de ramadan, tegenwicht bieden aan extremisme en radicalisering. Een tijdelijke snor tegen prostaatkanker (in Movember), vasten tegen IS. Zo doen we dat tegenwoordig. Dat de campagne waarschijnlijk smoort in goede bedoelingen, is nog maar het minste bezwaar. Van principiëlere aard is de ministeriële bemoeienis. Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft #giveitup4ramadan ook een plek op zijn website gegeven. Kennelijk wordt er in Den Haag zo naar iemands religie gekeken: als een handig beleidsinstrument waarvan je gebruik maakt als dat zo uitkomt.

De scheiding tussen kerk en staat blijft een lastig ding. Die was bedacht om te voorkomen dat de wereldlijke macht zich bemoeide met religieuze zaken en kerkleiders zich omgekeerd uitspraken over het landsbestuur. In het verleden zorgde deze verstrengeling ervoor dat godsdiensttwisten het Europese continent verscheurden. Geen beleidsmaker zal derhalve zeggen dat hij tegen dit rechtstatelijke beginsel is. Maar hier vervolgens de consequenties uit trekken… tja.

Zo pleitte eerder dit jaar al Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor een opleiding tot polderimam. Probleem van de huidige islamitische geestelijken is dat die weinig aansluiting vinden bij jongeren. Nee, dan de polderimam. Met een beetje mazzel, mijmerde ze, zou die een grote bijdrage leveren in de strijd tegen radicalisering.

Oude wijn in nieuwe zakken. Een paar jaar terug werd een vergelijkbare opleiding opgedoekt wegens gebrek aan succes. 105 studenten begonnen aan de studie, een handvol studeerde af en één van hen ging aan de slag als imam. Veel aanleiding voor het optimisme van de minister is er niet. Maar de echte faux pas is dat ze religie wil inzetten om jongeren tot het juiste gedrag aan te zetten. Zo bont als de Belgische minister van Justitie maakt Bussemaker het nog niet. Die maakte onlangs bekend dat hij 3,3 miljoen euro miljoen beschikbaar stelt voor tachtig nieuwe imams. De maatregel maakt deel uit van een plan om moskeeën een keurmerk te geven. De minister: „Een erkende moskee is een teken van een geïntegreerde islam.” Overheden die bepaalde gezindten officieel gaan erkennen? Zo ontstaat iets wat griezelig dicht aanschurkt tegen een staatsgodsdienst. Prompt dienen de heikele kwesties zich aan. Zo moet de overheid zich een visie vormen over theologische vraagstukken.

Wellicht voelt dit niet als een probleem als de leerstellingen (goeddeels) in lijn zijn met de humanistische agenda die gangbaar is in het Westen (of dat zou moeten zijn). Zo leidt soera 5:32, die stelt dat wie een mens doodt eigenlijk de hele mensheid doodt, vermoedelijk op instemmend geknik.

Moeilijker verteerbaar is het vers dat hier op volgt: wie strijd voert tegen Allah en de Profeet moet gekruisigd worden. Wat dan? Stellen dat dit gebod niet behoort tot de ware islam? Op wiens of welk gezag?

‘Het Congres zal geen wet maken waarbij een religie wordt gevestigd’

De lakse houding jegens de scheiding tussen kerk en staat hoeft ons nauwelijks te verrassen. Wie de Grondwet erbij pakt, die gaat over de verhouding tussen de staat en zijn burgers, zoekt tevergeefs. Nergens een wetsartikel dat expliciet uiteenzet wat die scheiding precies inhoudt.

Je hoopt er zoiets aan te treffen als het eerste amendement bij de Amerikaanse Constitutie. Dat zegt: „Het Congres zal geen wet maken waarbij een religie wordt gevestigd, noch het vrije belijden daarvan verbieden; noch de vrijheid van meningsuiting of persvrijheid breidelen; of het recht van het volk om vreedzaam te vergaderen of een petitie aan te bieden.”

Daar hebben beleidsmakers iets aan. Het amendement leert dat de overheid op twee manieren afstand houdt tot het geloof. Ze moet niemand hinderen in de uitoefening van zijn geloof, mits dit binnen de grenzen van de wet gebeurt (in jargon: de free exercise-clausule). Maar de staat mag ze ook niet ondersteunen, bijvoorbeeld via subsidies en andere douceurtjes (de establishment-clause).

De afgewogen formulering maakt inzichtelijk waar het in Nederland vaak misgaat. In actuele discussies wil vooral die tweede clausule er nogal eens bij inschieten. Zie bijvoorbeeld Jozias van Aartsen, burgermeester van Den Haag, die zich eerder dit jaar vooral druk maakte over het free exercise-gedeelte. Hij reageerde op de suggestie om het salafisme te verbieden. Slecht plan, vond hij in NRC (4/01), want in Nederland hebben we de vrijheid van godsdienst. Op deze manier verschraalt de scheiding tussen kerk en staat tot een richtlijn voor de overheid om gelovigen met te rust laten. Meer niet. Anders gezegd: het is te merken dat wij geen pendant hebben van de establishment-clausule.

Nogmaals Van Aartsen, wiens terughoudendheid om het salafisme aan te pakken even groot is als de bereidheid om salafisten in te zetten voor overheidstaken. Eind vorig jaar zocht hij de samenwerking met de as-Soennah-moskee. Vrijwilligers van deze moskee – bekend van de bede om ‘enge ziektes’ voor Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh – patrouilleerden als buurtwachten door de Haagse Schilderswijk tijdens Oud en Nieuw. Verder krijgt de moskee jaarlijks geld voor taalcursussen en mogen de Haagse salafisten wekelijks een speciale jongerenavond houden in een buurthuis.

Vermoedelijk wreekt zich hier de technocratische inborst van onze beleidsmakers. Problemen, zoals de integratie, los je op met voldoende middelen en een flinke dosis pragmatisme. Dan is die establishment-clausule maar een hinderlijke sta-in-de-weg. Die zet de overheid op afstand waar deze haar mouwen al opstroopt. Toch is die afstand wenselijk. Want #giveitup4ramadan is een kortstondige feel good-actie. Maar een overheid die zich inlaat met religieuze kwesties boet in aan gezag.

    • Sebastien Valkenberg