Militairen voor de koning en in naam van Allah

Ramadan Islamitische militairen zijn diep geraakt wanneer anderen hun loyaliteit aan Nederland en defensie in twijfel trekken. Gelukkig hebben ze daar binnen de krijgsmacht zelf geen last van.

Adjudant Mustafa Bal

Ramadan op de kazerne? Natuurlijk kan dat. Militairen die willen vasten of varkensvlees mijden, worden gefaciliteerd door defensie. Net als katholieken of vegetariërs. Als sergeant Malika Ait Addi, adjudant Mustafa Bal, luitenant-kolonel Mostafa Hilali en talloze andere islamitische militairen willen bidden, zijn daar speciale gebedsruimtes voor. „Toen ik hier net werkte, was ik even bang dat ik een voorkeursbehandeling kreeg, wat nou ook weer niet nodig is”, zegt Ait Addi.

Sommige politici, columnisten en anderen vinden dat defensie hen niet moet faciliteren. Sterker nog, ze vinden dat het moslims onmogelijk gemaakt moet worden om in het leger te dienen. In het gepolariseerde debat over de islam wordt openlijk getwijfeld aan de loyaliteit van islamitische militairen.

Hoewel die kritiek van buiten de krijgsmacht komt, niet van zijn eigen kameraden, is Mostafa Hilali er diep door geraakt. „Twijfel aan je loyaliteit is een van de meest kwetsende dingen die je kunt ervaren. Dat raakt je in het diepst van je zijn, als militair en als mens. Het oordeel dat je ergens ongeschikt voor zou zijn, niet om je eigen daden, maar omdat je moslim bent, creëert een onmogelijke en pijnlijke situatie.”

Mostafa Hilali (42) kwam toen hij 3 was uit Marokko naar Nederland. „Iets van de wereld zien”, was het voornaamste doel toen hij zich op zijn 22ste meldde bij de landmacht. De opleiding tot soldaat, in Steenwijk, was „een complete cultuurshock”. Als moslim met Marokkaanse roots, maar nog meer als Amsterdammer. Om het groepsgevoel wat de stimuleren, besloot de commandant tijdens de eindoefening dat iedereen 24 uur met hem mee moest vasten „vanwege jammerdan”.

Hilali, inmiddels officier, heeft het gevoel dat hij bij de landmacht „kan zijn wie ik ben”. Maar wat in de samenleving gebeurt, dringt ook door tot de kazerne. Zijn confrontatie met de realiteit dat hij wel eens als ‘anders’ wordt gezien én dat sommigen hem om zijn geloof medeplichtig verklaren, kwam op 9/11. „Wij hadden die dag getraind op de schietbaan. Toen we terug op het kamp kwamen, zagen we live op televisie die vliegtuigen in de torens vliegen. Iedereen was geschokt, maar één sergeant flipte de pan uit en riep: hoezo doen jullie dat?” Nu snapt Hilali dat het een emotionele reactie was, net als zijn eigen wens om op dat moment „verbaal zijn hoofd van zijn romp te willen scheiden”. Ze hebben er later nog eens over gesproken, maar het blijft onacceptabel „dat ik op dat moment niet werd gezien als onderdeel van het peloton, maar als medeverantwoordelijk voor een terroristische aanslag”.

Ik ben er een beetje klaar mee dat ik Nederlanders steeds moet bewijzen dat ik een echte Nederlander ben en dat ik Turken moet laten zien dat ik een Turk ben

Mustafa Bal, marechaussee

Hun geloof kan juist ook toegevoegde waarde hebben in hun werk. Malika Ait Addi werd in 2008 gevraagd of ze mee naar Afghanistan wilde als onderdeel van het opbouwteam dat elke dag de poort uit ging om ontwikkelingsprojecten te begeleiden. „Een hele bijzondere ervaring.” Ze was speciaal geselecteerd omdat ze „feeling met de islam, en daarom mogelijk met de mensen” zou hebben. Maar ter plekke was ze niet dé moslim van haar eenheid, noch voor de militairen, noch voor de Afghanen. „Ik heb mijn achtergrond daar nooit benoemd, dus ik was gewoon een vrouwelijke militair uit Nederland. Een brutale ook; ik denk dat ik in mijn gesprekken met Afghanen vaak wat minder voorzichtig durfde op te treden dan mijn collega’s.”

Luitenant-kolonel Mostafa HilaliFoto’s David van Dam

Ait Addi (34) zou met haar hazelbruine ogen en lange vlecht zo voor Spaanse of Griekse door kunnen gaan. Ze is geboren en getogen in een Brabants dorp, waar haar Marokkaanse ouders haar toen ze jong was geen Arabisch leerden omdat ze zo gericht waren op hun nieuwe land.

De ruwe maatschappelijke discussie over haar geloof raakt haar, net als sommige flauwe grappen die collega’s maken. Maar discriminatie, waar moslima’s die op straat een hoofddoek in plaats van een uniform dragen vaak last van hebben, overkomt haar vrijwel niet, zegt ze.

Mustafa Bal (34), een potige marechaussee met een gestileerd baardje, heeft buiten de kazerne wel veel last van vooroordelen. „Zodra ik een uniform aan heb, ben ik iemand die mensen kunnen vertrouwen. Maar in mijn burgerkloffie ben ik niet die nette meneer. Dan merk ik als ik een winkel inloop dat oudere mensen soms hun tas ineens vastpakken. Terwijl ze bij wijze van spreken bij mij aangifte zouden doen als er iets van ze gestolen wordt.” Dat steekt. „Er zit zoveel angst in de samenleving. En iedereen blijkt opeens een islamgeleerde die mij moet vertellen wat er mis is met mijn geloof.”

Maar wordt hij daarin gediscrimineerd, racistisch bejegend? „Ik vind dat ingewikkeld, discriminatie is een juridische term, het is strafbaar en in strijd met artikel 1 van de grondwet, mijn grondwet. Vaker dan discriminatie heb ik te maken met onbehoorlijk gedrag”, zegt Bal.

Als zoiets binnen defensie gebeurt, wordt er altijd opgetreden, zegt Hilali. „Niet omdat alle commandanten altijd zo principieel zijn, of gek zijn op moslims, maar omdat het het fundament van dit beroep ondermijnt. In dit werk kan je leven afhangen van de man links of rechts van je. Je kunt geen groep de poort uitsturen als je niet zeker weet dat de mensen allemaal voor elkaar gaan staan.”

Vasten of niet vasten

Door hun missies – gedrieën hebben ze ervaring in Bosnië, Irak en Afghanistan – zijn ze zelf ook in aanraking gekomen met andere vormen van de islam dan die waar ze mee zijn opgegroeid. „Religie en de cultuur worden vaak door elkaar gehaald”, zegt Bal. „Islam is mijn geloof, maar mijn cultuur is ook Nederlands.” Dat werd het bij defensie alleen maar sterker, want in de sloopwijk in Gorinchem waar hij opgroeide, kende hij toen hij jong was alleen maar families van Turkse en Marokkaanse gastarbeiders.

Zowel Ait Addi als Hilali was in Afghanistan tijdens de ramadan. Allebei kozen ze er toen voor om dat jaar niet aan de vastenmaand mee te doen. „Ik heb er over getwijfeld en met een imam van defensie over gepraat, maar zelf besloten dat ik het niet verantwoord vond”, zegt Ait Addi. „Ik moest daar dagelijks op patrouille en wilde mezelf en anderen niet in gevaar brengen.”

Sergeant Malika Ait Addi

Hilali had een vergelijkbare overweging. Hij vastte niet op de dagen dat hij de poort uit ging en haalde die later in. „Ik weet dat ’s middags tijdens de ramadan mijn bloedsuiker zo laag is dat ik het al zwaar vind om te vergaderen en niet verantwoordelijk ben voor het leven van anderen. Vasten hoeft niet tijdens een oorlog, maar formeel was er in Afghanistan geen oorlogsverklaring. Dat is een grijs gebied waarin je zelf moet beslissen.”

Het is een van de weinige concrete situaties die ze noemen waarin geloof een beetje schuurt met het hun werk. Verder zien ze moslim en militair zijn juist als complementair. Antwoord op de vraag wat hun geloof voor ze betekent, zou ook kunnen beantwoorden wat militair zijn betekent. Malika Ait Addi: „Trouw en integer zijn.” Mustafa Bal: „Mijn morele kompas om de juiste dingen te doen op het juiste moment. Een kracht om mensen die zwakker zijn te helpen.” Mostafa Hilali „Het idee dat we hier niet toevallig zijn, en niet alleen voor onszelf. Dat we een verantwoordelijkheid hebben.”

Niet alleen voor sommige mensen met antipathie voor de islam bestaat argwaan tegen die combinatie. Er zijn ook moslims die vinden dat de islam niet te verenigen is met dienen in een (westerse) krijgsmacht, zeker niet als die zich mengt in conflicten in moslimlanden. „Die flanken vinden elkaar hierin”, zegt Hilali.

‘Ik heb een eed afgelegd. Om trouw te zijn aan de koning, gehoorzaamheid aan de Nederlandse wetten en onderwerping aan de krijgstucht, in de naam van Allah. Die eed zal ik nooit verloochenen’

Twee incidenten hebben islamitische militairen extra onder een vergrootglas gelegd. In november 2009 schoot een legerpsychiater op een basis in Texas 13 soldaten dood. Hij zei te handelen uit islamitische geloofsovertuiging. In september vorig jaar maakte het Nederlandse ministerie van Defensie bekend dat een actief dienende sergeant zich in Syrië bij Islamitische Staat zou hebben aangesloten. Zijn radicalisering en uitreis kon onder de neus van defensie plaats vinden.

De drie militairen reageren afwijzend op de vraag of ze sindsdien wantrouwender worden bejegend. „Als militair word je altijd in de gaten gehouden”, zegt Bal. „Ik zou het raar vinden als de inlichtingendiensten hun werk niet doen. Maar ze mogen een moslim daarin niet anders bejegenen dan een niet-moslim.”

De insinuatie dat hij geen militair zou kunnen zijn, zit Bal dwars. „Ik ben er een beetje klaar mee dat ik Nederlanders steeds moet bewijzen dat ik een echte Nederlander ben en dat ik Turken moet laten zien dat ik een Turk ben. Het enige wat ik altijd goed kon zijn is militair en daar wordt nu ook aan getornd.”

Vooral Hilali kan zich opwinden over „de barbaren die alle moslims in een kwaad daglicht zetten door religie te misbruiken als rechtvaardiging voor hun terroristische acties”. Dat maakte dat hij na de aanslag op het Franse blad Charlie Hebdo een Facebookpagina ‘Nietmijnislam’ oprichtte. „Ik bepaal niet wat dé islam is, maar dit is niet de islam zoals ik die ken. Niet de islam zoals de overgrote meerderheid van de moslims die belijdt.” Bal en Ait Addi hebben zich bij de groep aangesloten.

Bij de actie op Facebook horen positieve en negatieve reacties. Het meest bizarre, vertelt Hilali, was dat een wildvreemde burger hem online aansprak en schreef: „Als jij mijn commandant was, zou ik je nooit kunnen volgen.” Zo’n opmerking kun je aan je voorbij laten gaan, maar dat doet Hilali nooit. „Niet om de mening van die ene persoon te veranderen, maar omdat er anderen meekijken.” In het gesprek dat ontstond zei de man: de islam is voor jou het hoogste, dus je kunt nooit loyaal zijn aan Nederland. „Stel dat je gelijk hebt en ik alleen aan Allah gehoorzaam, dan ben ik juist de meest loyale militair die er is”, antwoordde Hilali. „Want ik heb een eed afgelegd.” In die militaire eed zwoer hij trouw aan de koning(in), gehoorzaamheid aan de Nederlandse wetten en onderwerping aan de krijgstucht, in de naam van Allah. „Die eed zal ik nooit verloochenen.”

    • Emilie van Outeren