‘Groot ziekenhuis is straks achterhaald’

Als EU-voorzitter organiseert Nederland een groot congres waar deelnemers in debat gaan over technologie en gezondheid.

Nee, wearables hebben de bewindspersonen zelf niet. Dus ook geen persoonlijke ervaring met het uploaden, bewerken of beheren van gezondheids-data over hun sportactiviteiten.

„Maar als ik zie wat mijn dochter van elf allemaal al doet: haar enorme digitale gerichtheid. Voor die generatie is het een uitgemaakte zaak dat het totaal anders is als zij aan zorg toe zijn”, zegt minister Edith Schippers (Zorg, VVD).

Deze week zijn Schippers en staatssecretaris Martin van Rijn (Zorg, PvdA) gastvrouw en gastheer van een bont internationaal gezelschap in de E-health Week. Duizenden bezoekers komen naar Amsterdam in het kader van het Europese voorzitterschap om met elkaar te debatteren over de betekenis van technologie voor de gezondheidszorg. Van Rijn: „De afgelopen vijftien jaar is het het aantal plaatsen in verzorgingshuizen gehalveerd terwijl het aantal 80-plussers is verdubbeld. Dat komt niet door beleid. Mensen willen langer thuis blijven wonen. En technologie kan hun zelfredzaamheid vergroten: dat automatisch het gas uit gaat als ze de deur uitgaan, of dat er valdetectie is.”

Toch klagen bedrijven dat het allemaal zo langzaam gaat in de zorg.

Schippers: „Innovatie gaat soms langzaam door gebrek aan marktwerking. Ik had vorig jaar nog twee ponskaartjes in mijn portemonnee, dat is technologie van de jaren vijftig van de vorige eeuw.”

Gaan we meer data met elkaar delen?

Van Rijn: „Er bestaan dilemma’s bij het delen van informatie. Dat zie je in de jeugdzorg waar professionals met hetzelfde gezin bezig zijn: de een weet wat van de moeder, de ander van het kind. Het belang is dan enorm groot om informatie te delen, maar tegelijkertijd is er de grens van het medische beroepsgeheim.”

Van wie zijn die patiëntengegevens?

Van Rijn: „Van de patiënt. Alleen is het wat lastig te ontdekken omdat het bij het ziekenhuis, de apotheker en de huisarts ligt opgeslagen.”

Dat zegt u wel, maar dat wordt nog niet zo ervaren.

Van Rijn: „Dat klopt. Als professionals niet goed met elkaar communiceren, ervaar je ook niet dat je eigenaar bent van die data.” Schippers valt hem bij: „We hebben dat al jaren geleden gezegd: de gegevens zijn van de patiënt, alleen liggen ze op allerlei verschillende plekken opgeslagen.”

Is het niet uw taak dat te organiseren?

Schippers: „Wij zijn ervoor om te versnellen en te stimuleren. Wie mag de gegevens uitwisselen? Dat bepaalt de patiënt zelf. Dat is nu nog heel ingewikkeld, want de arts moet dan telkens vragen wie in de gegevens mag kijken. Belangrijke doelstelling is dat je als patiënt binnen een paar jaar gewoon vanuit je huiskamer de portal van het ziekenhuis in gaat.”

Waarom is dit niet nu al mogelijk?

Schippers: „Bij de umc’s van Utrecht en Leiden kan het al wel, dus de voorlopers hebben we. De overheid die dit zelf regelt is een weinig gelukkige. Zie het elektronisch patiëntendossier. Dat heeft de Eerste Kamer destijds afgewezen. Dus het is niet gelukkig om dit voor en door de overheid te doen.”

Is Zweden gidsland? Daar is het recht op het beheer van je eigen medische data wettelijk geregeld.

Schippers: „Iedereen heeft al het recht op inzage in zijn medisch dossier. Sterker, iedereen heeft het recht om het mee te krijgen. Wij werken samen met patiëntenvereniging NPCF aan een ‘persoonlijke gezondheidsomgeving’ waarbij de patiënt zelf de data beheert, zelf data kan toevoegen van dingen die je zelf meet en waar de informatie van verschillende artsen in zit. We begonnen ooit met een patiëntendossier: een mapje in een kastje. Vervolgens kregen we een elektronisch dossier dat in een virtueel kastje hing en uiteindelijk gaan we naar een omgeving waarin je alles zelf beheert.”

Hoe snel gaat dat?

Schippers: „Razendsnel. De verandering komt van onderop. Mensen willen zelf die nieuwe diensten. Dat gaat voor een omslag zorgen. De sector is nu gericht op ziekte, straks op voorkomen. Er gaan steeds meer dingen waar je nu nog voor opgenomen wordt straks thuis plaatsvinden. Ik begrijp helemaal niets van hoe al die grote ziekenhuizen zichzelf nog gefinancierd krijgen, dat de banken daar nog geld in steken in al die stenen. Over een paar jaar is dat totaal achterhaald. Doodzonde van het premiegeld. Niet doen.”

Van Rijn: „Over vijf jaar is de vraag: wat gaan we doen met al die grote parkeerplaatsen bij de ziekenhuizen.”

    • Wouter van Noort
    • Jeroen Wester