Verantwoord goud, hoe vind je dat?

Sieraden Anders dan bij eten of kleding weet je van goud zelden waar het vandaan komt. Hoe koop je verantwoord goud?

iStock

Niet alles wat blinkt is goed. Goud al helemaal niet. Het eindproduct is prachtig, maar gaat vaak gepaard met wapenhandel, kinderarbeid, slavernij, boskap, milieuvervuiling en gewapende conflicten. Onderbetaalde mijnwerkers delven het in onveilige mijnen of uit illegale vindplaatsen in rivierbeddingen die stijf staan van het kwik.

Wat nu als je een mooi sieraad wilt, maar de aarde of mens niet wilt schaden? Supermarktproducten staan vol keurmerken, maar op het gebied van sieraden is nog veel onbekend. Wie bewust wil shoppen, doet er daarom goed aan scherpe vragen te stellen aan de goudsmid of juwelier. Ook al geeft dat niet altijd garanties.

De edelmetaalsector is in elk geval in beweging. Dirk-Jan Koch, speciaal gezant natuurlijke hulpbronnen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, ging vorig jaar in samenwerking met branchevereniging Federatie Goud en Zilver, met producenten, handelaren en minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) om tafel met als doel de edelmetaalsector in Nederland te verduurzamen. „We moeten weten waar onze producten vandaan komen”, zegt Koch, „en de eerste stap is dat al die bedrijven in Nederland in toenemende mate hun verantwoordelijkheid nemen, met bewuste consumenten. Als die alleen het goedkoopste willen, dan lukt het niet.”

Het goud dat in Nederland voor sieraden wordt gebruikt komt grotendeels uit recycling en grootschalige mijnbouw. Maar de problemen rond de kleinschalige mijnbouw, waar de meeste mensen in werken, blijven aanzienlijk. Zoals de wijdverspreide kinderarbeid. Koch: „Ik heb in Congo gewoond en zag de kinderarbeid zelf. Kinderen van zeven, acht jaar die dat zware werk doen. Die zijn zes weken bezig om genoeg goud te vinden om één trouwring van te kunnen maken. En zo werken er naar schatting een miljoen kinderen wereldwijd in de goudwinning.”

Koch zag daar ook hoe goudzoekers met het giftige kwik omgaan. Dat vloeibare, giftige zware metaal wordt gebruikt om goud van erts of sediment te scheiden in de kleinschalige, vaak illegale (en soms gedoogde) mijnbouw. Het goud hecht aan het kwik. Dat wordt samen verbrand. Dan verdampt het kwik en blijft het goud over. „Mijnwerkerkers krijgen problemen met de longen, de hersenen en hun geestelijke en lichamelijke ontwikkeling.”

Max Havelaar

Er is een alternatief: Fairtrade goud en zilver, met het keurmerk van Max Havelaar. Zoals je ook koffie en chocolade van Max Havelaar hebt. Het wordt gedolven door kleinschalige mijnbedrijven die moeten voldoen aan eisen op het gebied van veiligheid, arbeidsomstandigheden en milieu. Het werkt, maar het levert nog niet veel op: twee mijnen hebben het logo van Fairtrade naast de ingang, allebei in Peru. Er lopen pilots in Oeganda, Kenia en Tanzania, en er wordt gewerkt met bedrijven in Latijns-Amerika, maar tot certificering heeft dat nog niet geleid. De eisen zijn streng en brengen een enorme papierwinkel met zich mee. Het mijnbedrijf mag niet meewerken aan mensensmokkel of slavernij, moet netjes belasting betalen, een anticorruptiebeleid voeren, een transparante klachtenprocedure aanbieden, duurzaamheidsprojecten rond de mijn steunen, vrouwen, jongeren, gehandicapten en migranten aannemen en ervoor zorgen dat alle medewerkers veilige kleding dragen en de minimumleeftijd hebben. En zo is er nog een heel dik boek aan regels.

Het kost veel tijd om aan de eisen te voldoen, en het kost veel tijd om de mijnen te certificeren. Veel goed goud is er daardoor niet voorhanden.

Maar het is wel in trek, althans in Nederland.

Max Havelaar zegt dat aan de grote vraag niet kan worden voldaan en dat wordt bevestigd door groothandel Bijou Moderne in Bleiswijk. Dat bedrijf verkoopt gereedschappen, edelstenen en metalen aan juweliers en goudsmeden, en regelt in Nederland de Fairtrade-licenties waarmee smeden aan het goede goud kunnen komen. „Het Fairtrade-goud is nog maar twee procent van al het goud dat we verkopen, maar er zijn wel steeds meer goudsmeden die ernaar vragen”, zegt Diana van der Pad van Bijou Moderne. „Het gaat nu om zo’n honderd bij ons geregistreerde goudsmeden, vooral Nederlanders, maar ook een paar Belgen en Duitsers.”

Hoeveel Bijou er jaarlijks van verkoopt, wil Van der Pad niet kwijt. Overigens, benadrukt ze, wil ‘goed goud’ niet zeggen dat de rest per definitie ‘fout’ is. In de grootschalige mijnbouw zijn de problemen doorgaans minder groot. „Je hebt grote mijnen in bijvoorbeeld Australië, waar de omstandigheden helemaal niet zo slecht zijn.”

Goud uit mobieltjes

Als we goud helemaal niet meer uit de grond zouden hoeven halen, dan zou het nog schoner zijn. Dat kan al en het gebeurt: door recycling, of raffinage uit andere producten. Oud goud uit mobieltjes of laptops, sieraden die niemand meer gebruikt en ‘sloopgoud’ dat goudsmeden overhouden na het maken van een voorwerp leent zich prima voor gloednieuw fijngoud (24 karaat, puur goud). Dat kun je doen tot in de eeuwigheid, dat is het voordeel van een edelmetaal.

De Belgische multinational Umicore specialiseert zich hierin. Onderdeel van Umicore is het Amsterdamse Schöne Edelmetaal, dat goud raffineert in een anonieme fabriek, midden in een woonwijk in Amsterdam-Noord. Van buiten zie je alleen maar hoge, blinde wanden. Binnen werken moderne alchemisten. In het kantoor daarboven vertelt directeur Frank Heringhaus hoe het werkt.

In twee flinke klaslokalen wordt het goud herwonnen. In het ene lokaal lossen ze het oude goud op in koningswater: een mengsel van drie delen zoutzuur en een deel salpeterzuur, het enige mengsel waar goud in kan worden opgelost. Daar wordt het door middel van elektrolyse weer uitgehaald, maar dan zonder alle verontreiniging in het oude goud en de eventuele legering waar dat uit bestond. In het andere lokaal gieten ze het gewonnen goud en zilver in ‘baren’, goud- en zilverstaven van verschillende formaten. Zoals je het in films netjes opgestapeld in een kluis ziet liggen.

Dat gerecyclede goud komt natuurlijk ergens vandaan. Uit door kwik aangetaste kinderhandjes in Oeganda, Suriname of Burkina Faso? Of uit een nette mijn?

„Schöne heeft een internationale LBMA-certificering”, zegt Heringhaus, „dat ons verplicht er alles aan te doen om uit te sluiten dat we fout goud aannemen.” De LBMA is een internationale handelsfederatie voor goud en zilver, dat sinds enkele jaren aan hun leden dat soort eisen stelt. Heringhaus noemt het een combinatie van „een hoge mate van vertrouwen” en een „hoge mate van evaluatie van de herkomst”.

„We kijken voordat we iets aannemen naar het metaal. De vorm – sieraden of goudbaren – zegt al wat over de herkomst. Wat voor sieraden zijn het? Wat voor soort baren? En dan: staan er tekens in?” Schöne licht ook de klanten door. Als iemand al jaren met sloopgoud bij ze komt, en dan ineens met zilveren grenailles (korrels die de edelsmid nog zelf in vorm moet gieten), dan wil Schöne weten hoe dat past in de bedrijfsvoering, en waar het vandaan komt. Heringhaus: „Komt het metaal van iemand die we niet kennen en staan er geen duidelijke tekens in het metaal geslagen, dan gaan er rode vlaggen omhoog en nemen we het niet aan.”

Waterdichte garanties biedt het niet. Uit onderzoek dat SOMO (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen) deed naar kinderarbeid in goudmijnen eind vorig jaar, in opdracht van onder andere ontwikkelingsorganisatie Hivos, bleek dat goud uit mijnen waar kinderen werken na omwegen toch terechtkwam bij grote, toonaangevende raffinaderijen. Schöne en moederbedrijf Umicore worden in dat onderzoek niet genoemd. Maar SOMO schrijft wel dat ook gecertificeerde bedrijven niet altijd schoon zijn. Zo moeilijk is het dus om fout van goed goud te scheiden.

‘Klanten vragen steeds vaker hoe ik weet waar het goud vandaan komt, of ik dat wel zo zeker weet’

Uit de rondetafelsessie van Koch, waar Schöne aan deelnam, kwam naar voren dat ook recyclebedrijven beter moeten uitzoeken waar hun grondstoffen vandaan komen.

Wat volgens Heringhaus wel duidelijk is: „Hoe verder van de Europese Unie, hoe groter het risico. Hoe dichter je bij de Centraal-Afrikaanse Republiek komt, hoe groter ook het risico. Ook met goud uit het Midden-Oosten, of bijvoorbeeld Dubai of Angola is het soms oppassen. We letten heel goed op bij goud uit alle landen waar problemen zijn met corruptie, kinderarbeid of wapenhandel.”

Sanne de Vries, goudsmid in Utrecht, werkt als ‘Juffrouw Dubois’ hoofdzakelijk met Fairtrade metalen. „Goud zit in de grond in regio’s waar verder weinig andere kansen zijn voor de lokale bevolking, en zolang die mensen geen alternatief hebben, wordt er goud gewonnen. Recyclen is beter voor het milieu, maar het verandert niets aan de situatie in die landen. Daar is het me om te doen.”

De Vries hoopt op een domino-effect. „Op de plekken waar nu duurzamer wordt gewerkt, leeft men gezonder en langer, en gaan de vissen niet meer dood. Dat zien de mensen die daar wonen net zo goed, dus die gaan zelf ook verbeteringen doorvoeren op andere terreinen. Ook zonder ngo’s.”

Het is wel een druppel op een gloeiende plaat, vindt De Vries. „Het is frustrerend dat goed goud nog zo marginaal is. Met diamanten hebben we de duurzaamheidskwestie al lang en breed gehad. Dat is absurd. Goud financiert minstens zoveel conflicten.”

De Vries is een van de initiatiefnemers van een sieradenexpositie in de Oude Hortus in Utrecht, waaraan twintig goudsmeden meedoen die hun sieraden uit Fairtrade goud en zilver hebben vervaardigd. Tussen de sieraden en planten daar zegt ze dat haar belangrijkste doel is dat consumenten vragen gaan stellen aan de juwelier of goudsmid. Waar komt dit goud vandaan? Is het op een eerlijke manier verkregen? De Vries: „Klanten vragen steeds meer door, ook aan mij. Hoe ik weet waar het vandaan komt, of ik dat wel zo zeker weet. Dan zeg ik dat ik ook niet zelf in Peru ben geweest, maar dat je het kunt vergelijken met de scharreleieren in je biologische mayonaise. Ik heb zwart op wit waar het vandaan komt, daar moet ik op vertrouwen.”

De Vries heeft gezien wat goud kan doen met een gemeenschap, toen ze anderhalf jaar in Nicaragua woonde. „Ik ben in Nicaragua weleens in een dorp geweest waar echt iedereen goud in z’n tuin had. Daar zag ik hoe mensen kwikbolletjes vol goud op hun hand lieten ronddraaien. Toen sprak ik een vrouw die zei dat ze vreselijk geluk had gehad dat ze in een verwerkingsbedrijf voor goud aan de slag mocht, rechtstreeks in de kwik. Er was een plek vrij omdat de vorige werknemer was overleden. Hoe was die overleden? Quien sabes, zei ze, wie zal het zeggen.”

Het is natuurlijk wel wat duurder, een ring van Fairtrade goud. En goud ís al zo duur. De Vries: „Natuurlijk, maar dat is biologisch vlees ook.”