Erdogans gemiste kans

In zijn nadagen, tijdens de Eerste Wereldoorlog, heeft het Ottomaanse Rijk ruim een miljoen Armeniërs en andere christelijke minderheden verdreven en vermoord. Het moderne Turkije noemt die etnische zuiveringen tussen 1915 en 1917 „een tragedie”. Veel historici spreken van „volkerenmoord” (genocide): vooropgezette moord op een bevolkingsgroep.

Een reeks parlementen in de wereld, waaronder het Nederlandse, deelt dat oordeel. Vorige week was het de beurt aan Duitsland: de Bondsdag nam bij de herdenking van die gruweldaden een motie van die strekking aan, nagenoeg unaniem.

Voor kanselier Merkel kon de timing niet slechter. Ze is afhankelijk van Ankara voor het door haar bereikte Europese vluchtelingenakkoord. President Erdogan reageerde rolvast en dreigde met „ernstige gevolgen” voor de Turks-Duitse betrekkingen, zij het zonder de vluchtenlingendeal te noemen, en riep zijn ambassadeur terug. Voor de man die Turkije opnieuw groot wil maken, is ook kritiek op de laatste sultan persoonlijke kritiek.

In eigen land kijkt hij de methode-Poetin af: het monddood maken van politieke opponenten en de pers, scherts-processen, intimidatie en erger. In het buitenland boekt hij eveneens succesjes. Zie de vervolging van een Duitse komiek die hem zou hebben beledigd. Zie ook het besluit van de Europese Commissie om niet langer te adverteren dat ze een reeks concerten in Dresden, opgedragen aan de Armeense genocide, had gesponsord.

De stemming was afgedwongen door Cem Özdemir van de Groenen, een Duitser van Turkse komaf. Hij is intussen herhaaldelijk met de dood bedreigd. Dat kanselier Merkel de stemming niet bijwoonde is jammer en tekent haar zwakte. Ook minister van Buitenlandse zaken Steinmeier en vicepremier Gabriel ontbraken.

Ze lijkt er op te gokken dat meebuigen het hogere doel dient. En dat Erdogans woede deels ritueel is en voor binnenlands gebruik. Toch heeft ze helaas een kans laten lopen om Turkije te tonen hoe landen ondanks een abject verleden volwassen met elkaar kunnen omgaan. De Duitse motie is een subtiele tekst, die nadrukkelijk de rol betreurt van de Turkse bondgenoot in die dagen: het Duitse Rijk. Hoewel dat van de misdaden tegen de menselijkheid wist, heeft het „niet geprobeerd ze te voorkomen”.

Leren van het verleden raakt de essentie van het Europa waarvan Turkije zegt deel te willen uitmaken. Europa, Duitsland en Turkije, ook een cruciale NAVO-bondgenoot, delen genoeg belangen. Bijvoorbeeld in Syrië en tegenover een assertief Rusland. Het omslaan van de Armeense bladzijde zou Erdogan meer respect bezorgen dan krampachtig vasthouden aan het onverdedigbare.