Dirigent Markus Stenz laat Wozzeck zinderen tot in de haarvaten

Alban Berg

Het Holland Festival begon nog vóór de officiële opening met een concertante opera in de NTR ZaterdagMatinee.

De titelfiguur van Alban Bergs schandaalsucces Wozzeck (1925) is een arme soldaat, wiens vriendin Marie overspel pleegt met een gespierde tamboer. Wozzeck, die zich door de wereld gepiepeld voelt, vermoordt Marie in het bos, en wanneer hij in de vijver het bloed van zich afwast, verdrinkt hij.

De kracht van het libretto zit in de uitgebeende, elliptische scènes, waarmee Wozzecks werdegang als een mozaïek wordt opgebouwd. Via bijfiguren als de Hauptmann en de Doktor, met hun hooghartige gedrag, leverde Georg Büchner in zijn oorspronkelijke dramafragment felle maatschappijkritiek op de onmenselijke positie van ‘Wir arme Leut’, zoals Wozzeck het zelf noemt.

Maar het is de hallucinerende muziek van componist Berg die het verhaal optilt tot een aangrijpende psychologische studie. De scherp getekende personages zijn door en door tragisch, en hun noodlot van eigen makelij komt aan als een mokerslag.

Dirigent Markus Stenz had de beschikking over een topcast en liet zijn reusachtige, voortreffelijk spelende orkest (en koor!) zinderen tot in de haarvaten. Alleen vocale balans was soms een probleem: met het orkest niet in een bak maar op het podium kwamen zangers er in de geluidsstormen niet altijd overheen.

Super-bariton Florian Boesch zette Wozzeck compleet geloofwaardig neer – stroef, vol onderdrukte gevoelens en tenslotte panisch bezeten.

De Marie van sopraan Asmik Grigorian was rijk en complex, fantastisch gezongen en met minimale middelen knap geacteerd: flirtend, ongenaakbaar, wanhopig, treiterend. Zo’n uitvoering heeft geen enscenering nodig.

    • Joep Stapel