‘Die Stunde’ is visueel fraaie mix

Het stadsplein als ‘slice of life’. Hier passeren alle denkbare menstypen elkaar: van zakenyuppen in hun grijze uniform tot de dolende dakloze, die moeizaam langs de muur beweegt, tot ze ertegen ineenzakt. Het passeren gaat meestal achteloos; mensen merken elkaar nauwelijks op. De dakloze wordt pas later aangetroffen en opgeveegd door een man van de stadsreiniging.

Het Estse regieduo Tiit Ojasoo & Ene-Liis Semper koos een doorsnee Europees plein voor een theatraal onderzoek naar Europese waarden. Wat is er nog over van de Europese droom van eenheid? Bij Thalia Theater Hamburg maakten ze Die Stunde da wir nichts von einander wussten, op basis van een woordloos stuk van Peter Handke uit 1992, dat enkel uit regieaanwijzingen bestaat: iemand komt op, kruist een ander, loop weer door, enzovoort.

In de voorstelling loopt, rent, fietst, slentert en struikelt zwijgend een dertigtal acteurs in steeds andere uitdossingen voorbij, terwijl een tienkoppig koor, verspreid door de zaal, meerstemmig de regieaanwijzingen zingt. We zien carrièremakers, verliefde stelletjes, excentrieke oudjes, toeristen, daklozen en overspeligen. Het tempo is hoog en de variatie groot: meer dan 500 kostuums komen voorbij. De regisseurs besteedden veel zorg en aandacht aan alle verschillende menstypen, die elk op licht uitvergrote wijze toch heel herkenbaar zijn.

Met de anonieme passanten passeren diverse levensfasen de revue: de een is verliefd, een ander trouwt, de derde raakt zwanger. Sommige personages keren, in diverse levensstadia, opnieuw terug.

Ook komen allerlei etnische achtergronden en religieuze overtuigingen voorbij, soms verrassend op hun kop gezet: bij een groepje biddende Joden bij de Klaagmuur klinkt de roep van de muezzin; twee gehoofddoekte meisjes in een riksja hebben vol zicht op de vlezige bouwvakkersbilspleet van hun (blanke) fietstaxichauffeur. Gaandeweg beginnen Ojasoo en Semper vaste waarden en rollen om te keren, en slim te spelen met clichés. Ze laten man en vrouw, wit en zwart, eerste en derde wereld vernuftig van positie wisselen.

Zo zoomt de voorstelling langzaam uit van een geestig en soms duizelingwekkend straatbeeld, naar een licht absurdistisch wereldbeeld. Achteloze ontmoetingen worden vervreemdende scènes die verwijzen naar de Schepping, en andere Bijbelse taferelen. Tegen het eind van de voorstelling komen opnieuw de kantoortypes voorbij, maar nu naakt, met alleen hun aktentas. Een ontroerend beeld. De verschillen tussen mensen zijn slechts details, opsmuk, uniform. Daaronder zijn we allemaal gelijk.

Ojasoo en Semper kregen toestemming van Handke om scènes te actualiseren: een Europees stadsplein biedt anno 2016 immers een andere aanblik dan toen. Daarom zien we gaandeweg de voorstelling het straatbeeld, en dus de wereld, ingrijpend veranderen: er zijn shoppende dames in boerka, en rijke Afrikanen in 18e-eeuwse kostuums, alsof Ojasoo en Semper de geschiedenis willen corrigeren. Zelfs Zwarte Piet komt langs. Aan het slot zijn alle bankenyuppen Aziatisch, en dolen de Europeanen verloren rond. Het oude Europa is passé, lijken de regisseurs te willen zeggen, en ze moet de nieuwe wereld omarmen.

Het zijn weinig verbazende, maar wel mooie vondsten. Door het hoge tempo en het repetitieve karakter kunnen ze nauwelijks worden uitgewerkt, en blijven zo wat gratuit. Wat resteert is een visueel fraaie mix van mensen van alle soorten, maten en kleuren, waar het publiek als verbaasde en soms licht geroerde antropoloog naar kijkt.

    • Herien Wensink