‘Decamerone’ is aan de brave kant

Toneelgroep De Appel, die vier jaar geleden zijn rijkssubsidie verloor en nu ook de gemeentelijke subsidie dreigt te verliezen, brengt vijf van Boccaccio’s novellen op de planken.

Decamerone van De Appel foto Leo van Velzen

Met ogen scheel van geilheid hangt de kroonprinses van Frankrijk (Marguerite de Brauw) in haar troon. Ze gebruikt de leuning om zich te bevredigen en kan tegen de graaf Gautier (Martijn van der Veen) niets anders uitbrengen dan een hijgend ‘monsieur’. Als een ware nymfomane werpt ze zich aan zijn voeten, trekt zijn broek naar beneden en gooit haar eigen benen omhoog. En hij, rechtschapen als hij is, beroert haar met geen vinger.

Liefdesuitspattingen laten zich niet begrenzen door rangen en standen, wilde Giovanni Boccaccio maar zeggen. En in de hoogste rangen konden wel eens de grootste viespeuken zitten.

Decamerone van De Appelfoto Leo van Velzen

In Decamerone componeert de Florentijnse dichter honderd erotische novellen in een raamvertelling. Boccaccio schreef het werk nadat in 1348 de pest was uitgebroken in Florence. De adel was naar villa’s buiten de stad getrokken om zich aan de zwarte realiteit, oorlogen en hongersnood te onttrekken. Decamerone drijft de spot met het wegkijken van de adel en met de hypocrisie van de kerk.

Toneelgroep De Appel, die vier jaar geleden zijn rijkssubsidie verloor en nu ook de gemeentelijke subsidie dreigt te verliezen, brengt vijf van Boccaccio’s novellen op de planken. Het publiek krijgt er in een theatrale wandeling door het Appeltheater maar vier te zien. Erik-Ward Geerlings werkte de verhalen, die oorspronkelijk in de indirecte rede verteld worden, om tot dialogen voor het toneel. De tekst heeft een moderne vlotheid met een verfrissend verbaal pingpong. Door de korte verhalen met steeds andere personages, is er wel een beperkte spanningsopbouw en ontwikkeling mogelijk.

Regisseur Arie de Mol, artistiek leider sinds 2015, bracht Decamerone al eerder met Toneelgroep Maastricht. Het ijzersterke spel van de acteurs – de razendsnelle veranderingen in mimiek zijn een genot om naar te kijken – kan niet verhullen dat de regie wat braaf is. Technisch klopt het allemaal, maar vonken doet het nergens. De grappen en het acteerwerk zijn vaak kluchtig; dat kan best even werken, maar niet drieënhalf uur lang. Vooral ontberen de verhalen urgentie, ze missen de pittige dubbele bodem die Boccaccio wel had. Waarom dit stuk nu? En waarom dan geen parallel met het Europa van nu, dat in haar welvaart de ogen sluit voor armoede en oorlogen?

Na afloop wordt het publiek gevraagd de petitie te tekenen voor het behoud van De Appel. Maar de vraag is of De Appel de gemeente met deze voorstelling voldoende zal overtuigen.

    • Annet Veenstra