De rijke jaren van Murda

Interview Rapper Murda

Murda is smaakmaker van de rapscene in Rotterdam. „De Turkse straatcultuur is hard. Ik kende dat niet man. Ik kwam van countryclubs, zwembaden en squashen.”

Portretten van rapper Murda (Önder Dogan), die net zijn tweede album uitheeft. Foto Andreas Terlaak

Rapper Önder ‘Murda’ Dogan (32) draait een joint aan de eettafel in de woonkamer van zijn Rotterdamse appartement. Het is elf uur ’s ochtends. Hij begint meestal niet zo vroeg, zegt Murda. „Maar wanneer ik nerveus ben, kan ik het aantal joints op een dag niet meer tellen.”

Zijn tweede album We Doen Ons Best is net uit. Hij is zenuwachtig. „Ik wil dat het goed gaat, maar als ik me druk maak, word ik gek. Ik moet mijn emoties dimmen. De jaren hebben hun sporen achtergelaten.”

Murda – voorheen ook bekend als Murda Turk, Önder en Big Turk – is een smaakmaker in de Nederlandse hiphopscene. Een vriendelijke man met een open gezicht en een flinke rossige baard die makkelijk contact legt en regelmatig in een vroeg stadium met talent werkte dat later op grote schaal doorbrak, zoals producer FS Green, regisseur Teemong, New Wave-lid Jonna Fraser en Drank en Drugs-producer Jack $hirak, met wie hij in 2014 de EP Goeie Dingen uitbracht.

Voortvarend van start

De carrière van Murda ging in 2008 voortvarend van start met de Nederlandstalige raps op debuut Turkse Pizza EP „Dat waren zowat de eerste raps die ik in het Nederlands schreef.” Hij begon met rappen nadat hij opnamesessies van vriend Spacekees had bijgewoond.

“Die stond als een gekke warrior zonder shirt aan, met een soort He-Man-zwaard in zijn riem achter de microfoon. Hij voelde zich zo goed op dat moment. Zo wilde ik me ook voelen.”

Murda’s eerste album, De Kassier – Een Monnie Album, verscheen in 2010. Hij acteerde daarna in bioscoopfilm Gangsterboys en stond met vriend Hef op Lowlands als de formatie BangBros. „Het was een goede run,” zegt Murda. “Maar ik ben er niet in geslaagd die run vast te houden.”

Hij was te rusteloos in die tijd, vertelt Murda. Hij zwierf door het land en woonde overal en nergens. „Ik was altijd met vrienden. Het was alleen maar feesten en geld uitgeven aan onnodige dingen.”

De rapper leefde op de bonnefooi. Zodra ergens een probleem ontstond, trok hij verder.

“Zodra mensen moeilijk worden, ga ik weg en begin ik ergens anders weer opnieuw. Uiteindelijk werd ik op een dag wakker en realiseerde ik me dat ik als artiest niet genoeg had gedaan om mijn spot te claimen.”

Hij glimlacht. „En dan word je depressief.”

We hadden een villa en wagens met chauffeur

Het leven van Murda was lang turbulent. Hij groeide op met twee ouders die acteurs waren in Amsterdam. Ze speelden onder meer in het stuk De eeuwige officier van Ibrahim Selman dat in 1988 en 1989 in de Nederlandse theaters werd opgevoerd. Murda herinnert zich de backstageruimte, geschminkt worden, kostuums uitproberen terwijl zijn ouders repeteerden. Een ideale jeugd, vindt hij. „Ik zag mijn ouders elke dag plezier hebben, gek doen, typetjes spelen, zich verkleden.”

Begin jaren negentig verhuisde het gezin naar Madrid. Zijn vader ging in zaken, vertelt Murda, onder meer in de textiel, en opende in Madrid een restaurant. „Ik heb daar het goede leven leren kennen,” zegt Murda. „Ik woonde in een gesloten compound buiten Madrid waar spelers van Real Madrid en Spaanse sterren woonden. Ik zat ineens op een privékostschool – Amadeo Brenninkmeijer van de C&A-familie zat bij me in de klas. Mijn wereld werd groter. We gingen reizen, hadden een villa en wagens met chauffeurs en gordijntjes voor de ramen.”

Het gezin zette dat welvarende leven drie jaar later voort in Istanbul. Een nieuwe rijke wijk met hoge muren, een nieuwe internationale school. De eerste jaren genoot Murda ook in Istanbul van het luxeleven. „Mijn ouders lazen altijd veel en discussieerden over kunst, eten, politiek, geschiedenis. Dat was daar in overvloed aanwezig. Mijn vader nam me mee naar ruïnes, musea, voetbalwedstrijden, restaurants. Het was awesome. Het was Madrid 2.0.”

Antiek samoeraizwaard

Tijdens Murda’s adolescentiejaren kwam aan dat prettige leven een eind. Zijn vader werd opgepakt en door de Turkse justitie veroordeeld tot een lange gevangenisstraf. Over de exacte lengte en reden wil Murda niet uitweiden. „Dat is het verhaal van mijn vader en niet van mij. Maar het had natuurlijk wél effect op mij. Ik werd negatiever en onzekerder. Ik had dromen waarin ik hem uit de gevangenis bevrijdde met een antiek samoeraizwaard uit zijn verzameling.”

Twee keer bezocht Murda zijn vader in de gevangenis. De eerste keer had hij zich extra mooi aangekleed. „Het was zo smerig daar, zo wil je jouw vader niet zien. Maar in die bezoekruimte riepen ze allemaal: ‘Önder! Önder! We hebben zoveel over je gehoord!’ Ze noemden mijn vader ‘abi’, broer, hij kreeg er zoveel liefde. In Nederland had hij Turkse migranten boeken leren lezen en in de gevangenis in Turkije deed hij dat bij andere gevangenen. Hij ging daar toneelstukken organiseren. Op een donkere plek waar geen liefde bestaat, bracht hij zijn eigen filosofie mee.”

Murda praat vol warmte en bewondering over zijn vader, de man die hem van kunst liet houden en hem jarenlang in welvaart liet leven. Hij vertelt trots over de kogel die zijn vader in zijn been kreeg tijdens diens strijd tegen militaire coupplegers in Turkije. „Hij zag zijn beste vriend voor zijn ogen sterven – ik ben naar die man vernoemd. Hij heeft zoveel meegemaakt, was succesvol op zoveel manieren.”

Vroeger verweet Murda zijn vader wel dat hij hem in de steek had gelaten. „We waren rijk, maar ik had hem liever al die jaren bij me gehad met het creatieve salarisje dat hij in Amsterdam had.” Maar de rapper is ook onder de indruk van de wijze waarop zijn vader steeds opnieuw zijn plek wist te veroveren. „En ik heb hem telefonisch wel verteld hoe boos ik was dat hij vastzat. Maar toen ik hoorde hoe het hem raakte, besloot ik dat ik het recht niet had. Hij zat daar niet voor zijn plezier.”

Privéchauffeurs

Murda en zijn moeder – zijn ouders zijn inmiddels gescheiden – verhuisden van de buitenwijk naar een achterstandswijk in Istanbul. „We gingen letterlijk in één keer van privéchauffeurs naar dagen dat er geen geld was om brood te kopen.” Hij hing op straat rond, kwam in de problemen.

“De Turkse straatcultuur is echt hard, je gaat aangepakt worden. Scholen vechten daar Braveheart-stijl met elkaar op velden. Ik kende dat niet, man. Ik kwam van countryclubs, gekke zwembaden en squash spelen.”

Murda vocht vaak, kwam in aanraking met politie, en zijn ouders besloten hem terug naar Nederland te sturen. In afwezigheid van zijn vader werd de band met zijn moeder daar sterker, vertelt hij. Op het nieuwe album staat Mijn Liefde Stopt Nooit dat Murda aan zijn moeder richt. „Papa weg dus wij hadden veel pech mama/uit elkaar gehaald nu ben je zo ver weg mama.” Zijn moeder woont nu weer in Istanbul waar ze een winkeltje met antieke Turkse spullen beheert. Hij mist haar en liet haar de track vorige zomer horen. „Toen hebben we even samen gehuild.”

Inmiddels heeft Murda vaste grond onder zijn voeten. Hij woont met zijn vriendin in Rotterdam en heeft eindelijk het gevoel dat hij zijn carrière onder controle heeft. Op zijn nieuwe album klinkt hij fris, humoristisch en zelfverzekerd. Het is de enige artiest die hij na een leven lang dolen kan zijn, legt hij uit. „Ik ben gewend overal waar ik binnenkom, meteen stappen te maken,” zegt Murda. “Als je in je leven steeds in nieuwe situaties belandt, moet je dapper zijn, sociaal soepel, jezelf kunnen presenteren. Niemand wil te lang eenzaam zijn.”

    • Saul van Stapele