Opinie

    • Boris Johnson

Wegwezen, zegt de oud-burgemeester: EU is een kerkhof van lage groei.

Het enige continent met een nog lagere economische groei dan Europa is Antarctica, schrijft de oud-burgemeester van Londen, Boris Johnson. Hij wil een Brexit.

foto phil noble/ reuters

Ja, laten we het eens over de economie hebben. Laten we eens kijken naar de werkelijke economische invloed van de Europese Unie op Groot-Brittannië en Europa.

Over de meeste beweringen ten gunste van de ‘interne markt’ kunnen we kort zijn. Die zijn te vaak een excuus voor het moeras van politiek gemotiveerde wetgeving die het Britse bedrijfsleven zo’n 600 miljoen pond per week kost. Sinds het begin van het internemarktprogramma in 1992 hebben tal van landen méér uitgevoerd naar de EU dan Groot-Brittannië. Als het gaat om vergroting van de export van goederen, dan deden 27 niet-lidstaten het beter dan Groot-Brittannië; gaat het om de groei van de dienstenexport, dan deden 21 landen het beter.

Dat is niet verwonderlijk. Amerikaanse en andere niet-EU-bedrijven hebben een voortreffelijke toegang tot de EU, maar zitten niet vast aan haar bureaucratie, terwijl slechts 6 procent van de Britse bedrijven handel drijft met de rest van de EU – en zich toch 100 procent aan de EU-wetgeving moet houden.

Bloeit de EU dankzij de ‘interne markt’? Natuurlijk niet. Sinds 2008 hebben de Verenigde Staten hun bruto binnenlands product (bbp) met circa 13 procent zien stijgen. Het bbp van de EU groeide met 3 procent. De EU is een kerkhof van lage groei; het enige continent met een nog lagere groei is momenteel Antarctica.

De geringe groei in Europa wordt mede veroorzaakt door de starre en eenvormige Brusselse benadering van de regelgeving. Nog erger is dat de EU de afgelopen tien jaar lijdt onder een economische ramp die ze nota bene zelf heeft veroorzaakt: de gemeenschappelijke munt, de euro.

Aan sommige cijfers raken we gewend; aan de jeugdwerkloosheid in Griekenland en Spanje die 50 procent bedraagt, bijvoorbeeld. We staan niet stil bij de individuele tragedies, de zelfmoordcijfers, de onmogelijkheid om medische behandeling te krijgen, de verwoesting van jonge levens. Het is een moreel schandaal en de zoektocht naar een veiligheidsklep blijft doorgaan.

Voor onze deur ontwikkelt zich een enorme tragedie – het gevolg van de onzinnige poging om een eenheidsmunt op te leggen aan een gebied met verschillende arbeidsmarkten en verschillende productiviteit. Zonder de mogelijkheid tot devaluatie van de eigen onafhankelijke munt bleken vele delen van de EU onmogelijk nog te kunnen concurreren.

Wat kunnen zij doen? Hier volgen drie oplossingen.

1

De gehavende zuidelijke lidstaten gehoorzamen aan het dictaat van de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds. Ze kunnen dan bezuinigen of de werkenden straffen, door hun lonen te bevriezen. Ze kunnen op pensioenen, vrije dagen en uitkeringen besparen en hopen dat ze op die manier hun loonkosten per eenheid product op één lijn brengen met die in Duitsland. Deze saneringspolitiek heeft in de zuidelijke EU-lidstaten tot nu toe een zware tol geëist: de vraag is gekelderd, het vertrouwen is verdwenen, het leed duurt voort. De rellen zijn inmiddels naar Frankrijk overgeslagen.

2

Als alternatief kunnen de gehavende zuidelijke lidstaten worden behandeld als de arme en achtergebleven delen van een politiek geheel – zoals het zuiden van de VS of van Italië. Dan kunnen ze bedelen om financiële bijdragen die hun op de been houden. Het probleem met deze aanpak is dat de Duitse belastingbetaler zich zeer royaal tegenover niet-Duitsers dient op te stellen. Duitsland is immers de grootste EU-lidstaat die het meeste aan de hulpbehoevenden moet bijdragen. De Duitsers zullen onvermijdelijk een rem op de overheidsuitgaven van de zuidelijke eurolanden eisen. Wie betaalt, bepaalt.

Om dit probleem te omzeilen, zal men na het Britse referendum, met hulp van Brusselse regelgeving voor de interne markt, voluit proberen een ‘economische regering van Europa’ te vormen. Daarin worden wij, Groot-Brittannië, onvermijdelijk meegetrokken – en ten slotte zal de Britse belastingbetaler ervoor opdraaien. Deze ‘politieke unie’ zal niet alleen afschuwelijk anti-democratisch zijn maar ook duur. Ook voor ons.

3

Mensen kunnen verhuizen, en op die manier voorkomen om te worden opgesloten in een niet-optimale muntzone waarin hun eigen regio niet kan concurreren. Dat is nu aan de gang, op een schaal die we nog nooit hebben gezien. Mensen trekken weg uit door de eurocrisis getroffen gebieden, op zoek naar werk. En ze vertrekken vooral naar Groot-Brittannië. Drie weken geleden zagen we verbluffende cijfers: 270.000 immigranten uit de EU. Van hen bleven er 184.000, de omvang van een stad als Oxford. We zijn in de greep van de snelste demografische verandering in duizend jaar.

Ik heb altijd gehamerd op de voordelen van immigratie en het vermogen van begaafde mensen uit de hele wereld om bij te dragen aan het leven in Groot-Brittannië. Maar hoe kan iemand nog beweren dat dit geen economisch verschijnsel is? De immigratie is inmiddels de grootste aanjager van onze bevolkingsgroei – en die bevolking zal naar verwachting tot 70 à 80 miljoen stijgen. Dit heeft al geleid tot een crisis op de huizenmarkt; de groene gordel dreigt te worden vernield.

Daarbij heeft de immigratie meedogenloos bijgedragen aan de druk op de lonen van de laagstbetaalden, terwijl topmanagers hun beloning hebben zien stijgen tot 150 maal die van de gemiddelde werknemer.

Staatssecretaris Priti Patel (Werkgelegenheid) merkte onlangs terecht op dat deze topmensen – hoe goed ze het ook mogen bedoelen – geen last hebben van de gevolgen van de instroom aan immigranten of het beperkte aantal plaatsen op school en in de huisartsenpraktijk.

De immigratiestroom zal vele malen groter worden als bij ons de nieuwe loonwet in werking treedt. Het Britse minimumloon bedraagt nu 1529 euro per maand; in Bulgarije is dat 215 euro, in Roemenië 233 euro. Denk eens aan de aanzuigende werking die daarvan uitgaat als we doorgaan zoals nu, zonder de mogelijkheid het tij te keren.

Misschien is er ook iets voor deze toestroom te zeggen. Misschien is het publiek wel te overtuigen. Maar daar heeft de regering nadrukkelijk niet voor gekozen. Jaar in, jaar uit heeft ze ons voorgehouden dat de immigratie tot ‘enkele tienduizenden’ kan worden beperkt. Dat is een aantoonbaar loze bewering zolang wij lid zijn van de EU. Mensen hebben niet per se iets tegen immigratie en zeker niet tegen de immigranten zelf. Ze hebben iets tegen het gebrek aan democratisch draagvlak. Het ontbreekt in het beleid aan evenwicht of afweging omdat we er geen zeggenschap over hebben. De enige manier om die zeggenschap terug te krijgen, is door op 23 juni voor een vertrek te stemmen.

    • Boris Johnson