Vleesverlangen

Illustratie ANNE VAN WIEREN

Een vriend met wie ik ’s middags nog een fikse hamburger had geluncht appte me een fotootje van zijn avondeten: côte de boeuf met bearnaisesaus. Ondanks die hamburger, die zich nog ergens in mijn spijsverteringskanaal bevond, begon ik acuut weer naar vlees te verlangen. Krokant van buiten, sappig rood van binnen, met een royale rand vet en dat heerlijke rokerige dat vlees heeft wanneer het boven houtskool is gegrild; ik kon het fotootje bijna proeven. En ik wilde het eigenlijk niet toegeven, maar het smaakte me op dat moment beter dan mijn bordje risotto met paddenstoelen.

De dag erna keek ik naar Vleesverlangen, waarin documentairemaker Marijn Frank haar ambivalente relatie met vlees onderzoekt. Frank is verslaafd aan braadworsten en broodjes filet americain en voelt zich daar schuldig over. Door stage te lopen bij een slachthuis en gesprekken te voeren met een psychiater, een kok en een aantal vegetariërs probeert ze haar houding ten opzichte van vlees opnieuw te bepalen. Durft ze aan het einde van haar stage zelf een koe te doden? En wordt ze vegetariër of blijft ze vlees eten?

De film werd onlangs uitgezonden op televisie is nog online te bekijken via npo.nl. Zonder het einde te willen spoilen kan ik wel verklappen dat er een joekel van een côte de boeuf met béarnaise in voorkomt. Joris Bijdendijk, de chef (van restaurant Rijks) die hem bereidt, vertelt dat er in zijn ogen niets op tegen is om af en toe zo’n stuk vlees op tafel te zetten. Hij heeft het over eens per week. Ik zou zelf liever zeggen eens per twee weken, of drie, of vier. Want een côte de boeuf is iets geweldigs, maar een koe bestaat uit meer dan zijn biefstukken. En wie op een gewetensvolle manier vlees wil consumeren eet het niet alleen met mate, maar eet bovendien hele beest op. Ook de minder courante delen.

Enfin, het is vandaag die ene keer. We aten hier namelijk al wekenlang vegetarisch in de zaterdagkrant. Bovendien is het barbecueseizoen begonnen. Tijd dus voor een goed stuk vlees van de grill. Ga voor de côte de boeuf naar een slager die zijn vlees vakkundig laat rijpen. En laat het u vooral smaken. Immers, een dier opeten en er niet van genieten; dát is pas iets om je schuldig over te voelen.

    • Janneke Vreugdenhil