Vertrouw alleen de boekhouder

James McBride schreef een biografisch essay over de ongrijpbare soulkoning James Brown. „De met cash gevulde papieren zak was zijn favoriete betaalmiddel.”

‘Hij speelde en verdween,’ stond er na de dood van Prince op de voorpagina van NRC. Goeie typering, van een showbizztruc die Prince van James Brown had geleerd. Laat je niet in de kaart kijken. Blaas ze omver en ga ervandoor. Come important and leave important.

Brown had deze strategie tot kunst verheven; zelfs een zak diamanten, hem in het vooruitzicht gesteld door dictator Mobutu na de show in Zaïre, rondom de bokswedstrijd tussen Muhammad Ali en George Foreman in 1974 (The Rumble in the Jungle) mocht hem niet tot nababbelen verleiden. Brown speelde en verdween, of zoals hij het zelf noemde: Kill ’em and leave.

Dit werd de titel van een lang essay van James McBride over de ongrijpbare ster. Zo ongrijpbaar, dat McBride het terrein van zijn zoektocht al spoedig verbreedde. Waar James Brown (1933-2006) allang was vertrokken, liet hij wel een spoor na van mensen die met hem hebben geleefd en gewerkt, en wier ervaringen een beeld geven van de Amerikaanse ziel. En dat is een door geld en racisme verdeelde en gepijnigde ziel.

Het is weliswaar opmerkelijk maar niet toevallig dat het de verhalen van twee witte mannen zijn die Browns betekenis het best duidelijk maken. De eerste is Mick Jagger, coproducent van Get On Up, de film waarin het levensverhaal van James Brown op nogal sensationele wijze wordt verteld. Er ligt veel nadruk op de excentrieke kant van de man en – wat voor nabestaanden misschien nog wel het ergste was – Brown is nogal grofgebekt in de film. En dat was hij niet. ‘Bum’ was zo ongeveer het lelijkste dat hij over iemand wilde zeggen, ‘sloeber’.

McBride vertelt vervolgens over de beroemde T.A.M.I. Show, een festival in California in oktober 1964. Zeer tegen de zin van Brown waren de headliners The Rolling Stones, die net aan hun intercontinentale triomftocht waren begonnen. De hardest working man in show business had niet eens een eigen kleedkamer. Brown nam wraak, met strikt muzikale middelen. Hij gaf een show weg die zijn weerga niet kende. Een overdonderende, dampende, stampende soulset die band en publiek uitgeput achterliet, gepropt binnen een half uur.

En vervolgens was het de beurt aan The Rolling Stones. ‘Houterig’ is niet het eerste woord waaraan je denkt bij Mick Jagger, maar hij maakte geen schijn van kans. The Stones raffelden hun setje af, en Keith Richards constateerde achteraf dat het de grootste fout in hun carrière was geweest om ná James Brown het podium te betreden (op YouTube zijn beide optredens te zien. Een aanrader).

Het lijkt nogal vergezocht, maar McBride speelt met de gedachte dat Mick Jagger uiteindelijk de co-producer van de film wilde worden om het beeld van James Brown te vervalsen. Of het nu waar is of niet: beknopter kan de impact die Brown als live-act had niet worden beschreven.

Geld

De andere witte man is David Cannon. Een zuidelijke republikein die de boekhouder van James Brown werd. Zijn levensverhaal is zo dramatisch, dat McBride er terecht vele pagina’s aan wijdt. Want hij zou met pensioen gaan, maar toen kwam hij James Brown tegen die een schuld van vijftien miljoen dollar had bij de belastingdienst. Hoewel alles in hem zei dat dit wel eens een té lastige klus zou kunnen worden, was hij niet in staat om nee te zeggen tegen James Brown, die een almachtige attitude onmiddellijk in hulpeloosheid kon doen omslaan.

Dus Cannon loste het op. Op zijn manier, maar met respect voor Brown, zodat die niet failliet ging, want dat was zijn eer te na. Brown had tientallen jaren profiteurs om zich heen gehad en daar een groot wantrouwen aan instellingen als banken overgehouden. De met cash gevulde papieren zak was zijn favoriete betaalmiddel.

Het zou Cannon opbreken na de dood van Brown. Instanties en nabestaanden waren er als de kippen bij om te plukken wat er te plukken viel. Het getouwtrek was langdurig en uiterst onaangenaam. Het duurde bijvoorbeeld twee maanden voordat de beslissing genomen was waar hij begraven kon worden. En hoewel het vrij duidelijk was wat Brown wilde dat er met zijn geld zou gebeuren – in een testament had hij vastgelegd dat het geld besteed moest worden aan onderwijs voor arme kinderen in Georgia en South-Carolina – mankeerde er blijkbaar iets juridisch aan dat testament want nog geen cent is aan onderwijs besteed. Wel miljoenen dollars aan nabestaanden van uiteenlopend allooi, maar vooral aan advocaten. Cynisme ten top is de ‘James Brown School of Funk’, opgericht door een van zijn dochters. „Geen wiskunde. Geen natuurkunde. Maar funk. Net wat arme kinderen nodig hebben”, aldus een cynische McBride.

Het draait er uiteindelijk zelfs op uit dat Cannon enkele maanden de gevangenis ingaat. In plaats van te genieten van een rustig pensioen, is zijn leven compleet overhoop gegooid.

Tegenstellingen

Dit soort verhalen vertelt McBride dus, over de boekhouder en ook over musical director Pee Wee Herman, over Charles Bobbitt, de hondstrouwe manager, en ook over Al Sharpton, de dominee die grote invloed had op James Brown – en andersom. Het werd Browns missie om zwarten naar school en stembus te krijgen. En in al die verhalen spelen geld en ras een grote rol.

Ondertussen vertelt McBride ook zijn eigen verhaal. Want eigenlijk vond hij dat Gerri Hershey geschikter was om het verhaal op te schrijven van de geheimzinnige bron die hem op het pad van de boekhouder stuurde. Maar Hershey is een blanke vrouw en ‘Mr Exclusive Story’ zoals hij wordt genoemd, vond dat dit boek door een zwarte man geschreven moest worden. (Hershey is sportief: ze gaf een prachtig citaat voor de achterflap.) En McBride vertelt over zijn tante, die hem pianoles gaf, en over de kinderen aan wie hij weer lesgeeft, en die Celia Cruz niet van Maria Callas kunnen onderscheiden maar die wel allemaal houden van James Brown.

Kill ’em and Leave is een boek over tegenstellingen. Tussen blank en zwart natuurlijk, tussen rijk en arm, maar ook tussen formeel en informeel, verzorgd en nonchalant, tussen het slachtofferschap en het heft in eigen handen nemen. Brown wist altijd precies welke keuze hij moest maken, zelfs al bedacht hij zich een minuut later alweer. Hij kon mensen ontslaan en vervolgens boos vragen waar ze heen gingen als ze ook daadwerkelijk hun spullen pakten. Alles deed hij met complete overgave en volledige overtuiging. Maar wat het leven van Brown laat zien – net als dat van Prince overigens – is dat het podium waarschijnlijk de enige plek is waar zo’n levenshouding vruchtbaar is. Naast dat podium zullen ze je altijd weten te vinden.

    • Bertram Mourits