Opinie

    • Hendrik Spiering

Van de planeet ‘Water’ weten we weinig

Het is gek dat we onze planeet ‘aarde’ noemen, zei ooit de sf-schrijver Arthur C. Clarke. Want het is toch duidelijk oceaan.

Inderdaad, ruim 70 procent van het oppervlak bestaat uit water. En nu we toch citeren: aan veel mensen wordt de bozige uitspraak toegeschreven dat ‘we meer van de maan weten dan van de oceanen’. Die kennislacune, dat is ook de strekking van het oceanenstuk van Marcel aan de Brugh, verderop in deze bijlage.

Zeker, een deel van zijn verhaal vertelt juist hoeveel méér we van oceanen weten, onder meer door een gloednieuw systeem van meetboeien. Maar die kennis betreft vooral de fysische en chemische zee. Van de levende zee, de ontelbare planten en dieren in het zoute water, weten we nu vooral wat we niet weten. Zeeleven is – weer een citaat – nu een known unknown. Dat besef is zelfs al vooruitgang.

Vroeger pakte de maan-oceaanvergelijking nog wel eens anders uit. In 1948 schreef de oceanograaf Francis P. Shepard (1897-1985) opgewekt: ‘Tot voor kort was er veel meer bekend over het oppervlakte van de maan dan over enorme gebieden die liggen onder driekwart van het aardoppervlak’. Maar maankennis nam daarna veel sneller toe dan kennis van de Deep Frontier. Twaalf mensen liepen over de maan, drie daalden af naar de diepste diepten.

Dat gemis aan oceaankennis is pijnlijker dan ooit want ook de samenleving is verder ontwikkeld sinds 1948. We weten nu dat de oceaan een sleutelrol speelt in de voortrollende klimaatverandering. Het is dan best nuttig de zeebiologische kosten te kennen van ons verkwistende koolzuurgasgedrag. Geen nieuws zal niet altijd goed nieuws zijn. Want nu willen we - de meesten van ons – ook zo veel mogelijk natuur zo gaaf mogelijk met ons meenemen naar de volgende eeuw (om maar eens E.O. Wilson te citeren).

Maar ook los van de lasten voor vis, kwal en plankton zal onze energievoorziening zich verder moeten vernieuwen. In een opgewekte stemming meldde de oud-vice-president en klimaatactivist Al Gore onlangs dat de groei in wind- en zonne-energie nu vele malen groter is dan in het jaar 2000 werd voorzien. Dat is tenminste iets positiefs.

    • Hendrik Spiering