Opinie

    • Marike Stellinga

U dacht toch niet dat u zelf kon kiezen?

Was het nog maar vroeger. Toen we al die keuze niet hadden. Toen de supermarkt nog drie soorten wasmiddel verkocht, en niet twintig. Toen de PTT nog gewoon onze telefoon deed en dat oerwoud aan mobiele telefonie-abonnementen nog niet bestond. Toen je niet kon kiezen uit een parade aan telefoons, en je nooit, nadat je eindelijk een kek toestelletje had gekozen, de vraag kreeg: hoeveel geheugen zou u willen hebben? 16, 32 of 64 GB? Toen we niet konden internetdaten en tinderen en swipen, maar gewoon waren veroordeeld tot die ene jongen in het dorp van onze leeftijd.

Lekker simpel. Klaar. Geen keuze, geen stress. Veel keuzes zijn veel te ingewikkeld voor het gros van de mensen: de zorgverzekering, wie doorgrondt die? En dan wil D66 nu ook meer keuzevrijheid voor ons pensioen! Bespaar het de mensen alsjeblieft. Alle zekerheden vallen al weg.

Sinds D66 onlangs voorstelde werknemers hun eigen pensioenfonds te laten kiezen, klinkt deze decennia oude kritiek op het fenomeen keuzevrijheid weer alom. Kern van het betoog: veel mensen hebben geen behoefte aan al die keuzes, ze worden er onzeker van. Laten we het pensioenstelsel lekker paternalistisch houden zoals het is.

Alsjeblieft niet, zou ik zeggen. De tegenstelling die wordt geschetst tussen de opgelegde complexe keuzevrijheid van D66 en het zegenrijke paternalisme van het pensioenstelsel nu is vals. Met het stelsel zoals het nu is, is van alles mis.

Allereerst moeten er nu ook complexe keuzes worden gemaakt. Bijvoorbeeld als je een nieuwe baan krijgt en je werkgever een ander pensioenfonds heeft dan je vorige. Keuzestress alom: moet ik mijn opgebouwde pensioen meeverhuizen van mijn oude fonds naar het nieuwe, of juist niet? Ingewikkeld!

Tegelijk is er een schrijnend gebrek aan keuze. Bijvoorbeeld als je rond je veertigste uit loondienst gaat en zelfstandige wordt – tegenwoordig geen uitzondering meer. Je kunt dan niet meer bij een pensioenfonds terecht. Pech dus, voor jou geen paternalisme. Helemaal omdat je in het huidige systeem dan relatief veel hebt ingelegd waarvan je relatief weinig terugziet in je uiteindelijke pensioen.

Er is bovendien de afgelopen jaren nogal wat veranderd. De risico’s van tegenvallers worden steeds minder gedeeld tussen werkgevers en werknemers. Werkgevers schuiven die risico’s naar werknemers. Dan wordt het gek dat de werkgever (met de vakbond) de keuzes maakt en de individuele werknemer weinig te kiezen heeft. Er zijn dus redenen om ons pensioenstelsel te veranderen. Of dat precies moet zoals D66 wil, is een tweede, maar dat er meer te kiezen mag komen is wat mij betreft evident.

Allerlei markten kennen een mix van paternalisme en keuzevrijheid. De beste mix verschilt per markt en in de tijd. Een auto kiezen is ook ingewikkeld, en gevaarlijk. Dus zijn er verplichte keuringen en regels voor fabrikanten. Zodat we keuze hebben én bescherming. Bij ons pensioen legt de overheid een dikke paternalistische bodem: het staatspensioen AOW, dat iedereen een minimum garandeert. Daarbovenop komt voor werknemers de plicht om voor aanvullend pensioen te sparen.

Keuzevrijheid waar je dat pensioen spaart, betekent inderdaad extra werk. Mensen reageren daarop verschillend: ze kiezen niet en blijven zitten waar ze zitten, of ze schakelen vrienden in, de Consumentenbond of vergelijkingssites. Of ze vinden kiezen heerlijk en zoeken het tot op de bodem uit. Samen zijn al die ‘kiezers’ een disciplinerende tegenmacht voor aanbieders van pensioenen die zich anders niet hoeven aan te passen aan een maatschappij die verandert. Keuzevrijheid is geen straf, het is een zegen.

    • Marike Stellinga