Stoelendans, klompendans in New York

Nederland slaagde er altijd in een van de roulerende zetels in de VN-Veiligheidsraad te bemachtigen. Achter de schermen is de campagne voor de stemming op 28 juni in volle gang. Maar met Italië en Zweden als concurrenten is de uitslag nu hoogst onzeker. Wilders en het Oekraïne-referendum kosten internationaal punten.

Bert Koenders, minister van Buitenlandse Zaken, draagt tegenwoordig op de linkerrevers een klein insigne. Van heel dichtbij zie je wat het voorstelt: een modern vormgegeven oranje tulp. Dit is het logo van de Nederlandse campagne voor een zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Nog drie weken te gaan. Op 28 juni moeten de 193 VN-landen in New York nieuwe landen benoemen op een deel van de tien roulerende zetels in de V-raad. Beide zetels van de groep West-Europese landen – waartoe ook Canada, Australië, Nieuw-Zeeland en Israël behoren – komen vrij. Maar er zijn drie kandidaten voor: Nederland, Italië en Zweden willen vanaf 1 januari voor twee jaar aanschuiven bij de Veiligheidsraad. De raad is het machtigste orgaan van de VN, met als primaire verantwoordelijkheid het „handhaven van internationale vrede en veiligheid”. De toptafel van de wereld. Eén van de drie valt af.

Niemand die de uitslag durft te voorspellen. Daarvoor zijn er in het verleden te vaak verrassingen geweest. Maar speculaties genoeg. VN-watchers in New York en Haagse diplomaten vermoeden dat het zal gaan tussen Zweden en Nederland. Italië zou, als groot Europees land met 60 miljoen inwoners, de facto zeker zijn van een plek. De andere stoel is dan voor één van de twee ‘kleintjes’, Nederland of Zweden (9 miljoen inwoners).

Hoe dan ook een moeilijke keuze. „Het probleem is dat beide landen zo op elkaar lijken”, zegt Richard Gowan, als VN-expert verbonden aan New York University.

Al geldt dat misschien voor alle drie de kandidaten. Dat was althans de verzuchting van Bonian Golmohammadi, secretaris-generaal van de World Federation of United Nations Associations, een club van nationale verenigingen die de relatie tussen burgers en de VN warm houden.

„Kunt u zeggen wat u van de ander onderscheidt”, vroeg Golmohammadi de VN-ambassadeurs van Nederland, Italië en Zweden, op een door hem georganiseerd debat. De drie vertelden er hoeveel hun land aan de VN doneerde, hoe actief ze deelnamen aan VN-vredesoperaties, hoe hoog hun ontwikkelingshulp is, en hoe graag ze het functioneren van de Veiligheidsraad wilden verbeteren.

Zoek de verschillen. Zweden wijkt naar eigen zeggen af omdat het geen lid is van een militair bondgenootschap. Italië benadrukt dat het het enige Zuid-Europese land is, dichtbij Syrië en Libië. En Nederland neemt – als het verkozen wordt – ook Curaçao, Aruba en Sint Maarten mee. Wie gaat er afvallen?

Optimistisch

Minister Koenders houdt zich op de vlakte. „Zekerheid krijg je pas bij de stemming. Je kunt wel een soort inschatting maken, ik ben daar optimistisch over, maar ik weet ook dat we gewoon twee goede tegenstanders hebben, of beter gezegd concurrenten”, zegt hij.

Tijdens het bezoek van VN-chef Ban Ki-moon aan Den Haag, eind april, sneed Koenders tegenover journalisten de Nederlandse kansen even aan. Het zou „heel goed zijn als we een stem hebben in het hoogste orgaan van de wereld”, zei hij. Maar mocht Nederland gepasseerd worden, dan was dat „geen drama”. „Er zijn belangrijker dingen in de wereld.” Niettemin noemde hij het lidmaatschap voor Nederland „belangrijk”, omdat het dan kan bijdragen aan „de stabiliteit waarbij we zo’n belang hebben”.

Verlies zou niettemin hard aankomen. Om in de Veiligheidsraad te worden verkozen, heeft een land tweederde van de stemmen nodig – 129 van de 193 VN-lidstaten. Sinds de oprichting van de Veiligheidsraad in 1945 stelde Nederland zich vijf keer beschikbaar voor de tijdelijk zetels. Naast de vijf permanente leden – de Verenigde Staten, Rusland, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en China – waren er aanvankelijk zes roulerende zetels. In 1965 werden het er tien. Alle keren kwam Nederland in de raad. Twee keer hoefde er niet eens gestemd te worden omdat er evenveel plaatsen als kandidaten waren.

Nederland zat voor het laatst in 1999 en 2000 in de Veiligheidsraad. Sindsdien werkt het aan de nieuwe kandidatuur. In 2005 maakte toenmalig minister Bot van Buitenlandse Zaken de Nederlandse belangstelling voor een V-raadzetel in 2017 en 2018 officieel bekend. Een jaar daarvoor hadden de Zweden dit gedaan. Pas in 2009 werd duidelijk dat gestemd zou moeten worden, omdat ook Italië zich beschikbaar had gesteld; een complete verrassing omdat het in 2007 en 2008 ook al in de raad had gezeten.

De uitslag van de stemming is onvoorspelbaar omdat de stem van elk land even zwaar telt. Belangrijk dus dat je als klein land overal gezien wordt. Daarom presenteert Nederland zich nadrukkelijk als het Koninkrijk der Nederlanden inclusief de tropische gebiedsdelen in de West. Dat kan sinds 2010, toen de nieuwe staatkundige structuur in werking trad waarbij Curaçao, Aruba en Sint Maarten in werking eigen verantwoordelijkheden kregen voor bestuur, onderwijs en het rechtssysteem.

„One Kingdom – Four Countries”, heet het in het voorlichtingsmateriaal. In New York is het opgevallen dat Aruba opeens héél erg aanwezig is, merkt VN-kenner Richard Gowan geamuseerd op. En er was natuurlijk de toespraak van koning Willem Alexander vorig jaar september voor de Algemene Vergadering, waarin hij als een ware handelsreiziger vertelde hoe actief Nederland in VN-verband is.

Al in 2013 werd diplomaat Herman Schaper in zijn laatste jaar als hoofd van de Nederlandse permanente vertegenwoordiging bij de VN ingeschakeld om de lobby in New York te leiden. Teruggekeerd in Nederland was hij vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag nog een half jaar speciaal gezant. Hij reisde de hele wereld af om Nederland onder de aandacht te brengen. Zijn usb- stick met foto’s van en kerncijfers over Nederland werd een begrip. Waar over kandidaat Italië verhalen de ronde deden over het kwistig uitdelen van Louis Vuitton-tassen kwam Nederland niet verder dan een usb-stick en manchetknopen.

Bloemen

„Er was in het begin nog helemaal niets aan campagnemateriaal, maar ik moest wel op reis’’, vertelt Schaper. „Ik moest wat hebben. Als je bij iemand thuis te eten wordt uitgenodigd neem je toch ook bloemen mee?’’

De stick bestaat niet meer, want beschouwd als te virusgevaarlijk. Nu zijn het een papieren brochure, een website en natuurlijk de sociale media die de Nederlandse betekenis voor de VN onder de aandacht moeten brengen. In de bijbehorende goodie bag zitten behalve manchetknopen een koffiemok en een paraplu.

Het gaat vooral om de persoonlijke contacten. Minister Koenders was de afgelopen maanden regelmatig in New York. Met zijn lengte valt hij toch al op in de gangen van het VN-hoofdkantoor, maar door zijn werk als gezant voor de VN in de vijf jaar voordat hij eind 2014 minister van Buitenlandse Zaken werd, kent hij ook veel VN-diplomaten persoonlijk. Hand schudden hier, schouderklopje daar, even een gesprekje. Of dat voldoende is? „Diplomaten kunnen heel goed de schijn ophouden”, waarschuwt Gowan.

Nederlandse bewindspersonen op reis worden geacht als het maar even kan te wijzen op de Nederlandse kandidatuur. De recente ‘humanitaire top’ in Istanbul, waar zowel premier Rutte als minister Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking) aanwezig waren, was zo’n gelegenheid. Maar belangrijk is wel dat er dan ook al diplomatiek voorwerk is verricht. Ex-ambassadeurs met kennis van specifieke landen zijn de afgelopen tijd als gezant ingezet. Vandaar ook de vele verre reizen die gezant Schaper reeds in een vroeg stadium maakte.

In de Pacific sprak hij met zes ministers uit zes verschillende landen. Harde toezeggingen kreeg hij niet; het gaat om het kweken van welwillendheid. Op bezoek bij de waarnemend minister van Buitenlandse Zaken van Angola liet deze opeens vallen dat hij Nederland nog altijd associeerde met het Angola Comité, dat in de jaren zestig en zeventig de onafhankelijkheidsstrijd van de toen nog Portugese kolonie steunde. „Zo’n herinnering helpt dan”, zegt Schaper.

Ruilstem

Hij is als gezant opgevolgd door Bahia Tahzib-Lie, eerder persoonlijk secretaris van, toen nog, prinses Máxima. Zij geeft vanuit Den Haag leiding aan het campagneteam en legt zelf bezoeken af. Ze was onder andere bij de top van de Afrikaanse Unie in Addis Abeba, waar nagenoeg alle Afrikaanse leiders aanwezig waren.

Wat gaat het worden op 28 juni? Er is een aantal harde toezeggingen aan Nederland. Soms zijn die het gevolg van een zogeheten ‘ruilstem’. Nederland belooft een bepaald land bijvoorbeeld in de strijd om een personele benoeming te steunen in ruil voor een stem op de Nederlandse Veiligheidsraadkandidatuur. Van hoeveel stemmen men echt zeker is, wil het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat een scorekaart bijhoudt, niet zeggen.

Het overgrote deel lijkt nog onzeker te zijn. Vooral omdat naar schatting tussen de 25 en 40 procent van de vertegenwoordigers bij de VN op 28 juni geheel zelfstandig een stem kan uitbrengen zonder opdracht uit de hoofdstad. „Voor hen spelen individuele afwegingen en voorkeuren een doorslaggevende rol bij de stemming”, meent Gowan.

Als het echt tussen Nederland en Zweden gaat, heeft Nederland de afgelopen tijd minpunten opgebouwd ten opzichte van zijn directe concurrent. Waar Zweden met zijn uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking met 1 procent van het bruto nationaal product ruim boven de VN-norm van 0,7 procent zit, is Nederland daar met de bezuinigingen van de afgelopen jaren juist onder gezakt. Dat het percentage voor Nederland in de OESO-cijfers nu met 0,76 procent weer net boven de 0,7 procent is uitgekomen, is onder meer omdat de oplopende kosten voor opvang van asielzoekers voor een belangrijk deel uit het budget ontwikkelingshulp betaald worden.

Oekraïne-referendum

Evenmin goed voor het Nederlandse imago is de uitslag van het Oekraïne-referendum. Het heeft, behalve bij Oekraïne zelf, voor irritatie bij de Baltische staten geleid. Landen die door hun geografische ligging toch al een speciale band met Zweden hebben. Een ‘vlekje’ is ook de Nederlandse weigering om gevangenen op te nemen uit de Amerikaanse terroristengevangenis Guantánamo Bay tegen wie geen aanklacht bestaat. Zweden heeft er één ondergebracht en Italië twee.

En dan kunnen er nog twijfels rijzen over de politieke koers van Nederland na de verkiezingen van volgend jaar. Het zou Richard Gowan niet verbazen als de concurrenten van Nederland in hun gesprekken met andere landen zo nu en dan achteloos laten vallen dat de islamvijandige anti-internationalist Geert Wilders in de peilingen alle andere partijen ruim achter zich laat. Als het er echt om spant, is in een campagne alles geoorloofd.

Positief aangeschreven staat Nederland wel in verband met zijn bijdragen aan VN-vredesoperaties. De 450 militairen die Nederland voor de VN-vredesoperatie in Mali beschikbaar heeft gesteld leveren punten op. Maar ook Zweden zit in Mali met ruim 200 militairen. Het kabinet moet voor de zomer beslissen of de missie verlengd zal worden. „Het domste dat Nederland nu kan doen is een vertrek aankondigen dan wel onzekerheid laten bestaan of men zal blijven”, zegt Richard Gowan.

Minister Koenders ontkent dat er een verband bestaat tussen een besluit over Mali en de V-raadkandidatuur. „Dit is in elk geval niet de reden om te blijven. Het is een eigenstandige beslissing”.

Palestijnse staat

Wat Zweden in elk geval veel stemmen kan opleveren, is het besluit van de regering in Stockholm uit 2014 om tot erkenning over te gaan van de Palestijnse staat. Dit heeft vooral veel goodwill gekweekt bij het binnen de VN invloedrijke Saoedi-Arabië.

Al deze factoren verklaren de onrust in Den Haag dat het eind volgende maand wel eens verkeerd kan aflopen voor Nederland. Hoewel? „Iedereen dacht dat Ajax kampioen zou worden, maar het werd toch PSV’’, zegt een optimistische Herman Schaper,

En mocht Nederland de zetel bemachtigen, dan dient zich een volgende interessante vraag aan. Wie gaat er dan begin volgend jaar namens Nederland in de Veiligheidsraad zitten? Dat kan Karel van Oosterom, de huidige ambassadeur, zijn. Maar het hoeft niet. Vijf maal werd Nederland tijdelijk lid. Drie maal zat er vervolgens een ex-minister van Buitenlandse Zaken in de stoel. Kortom, iets voor Bert Koenders, de man met het zo uitgesproken VN-profiel van wie het een publiek geheim is dat hij niets anders zou willen dan terugkeren naar de VN? Het kabinet waarin hij zit, wordt uiterlijk in maart volgend jaar demissionair. Karel van Oosterom zei in het debat met de andere kandidaat-landen dat hij graag tot 2019 wil blijven, maar dat het aan de politiek is hierover een besluit te nemen.

Krijgen de pessimisten gelijk en wordt Nederland eind deze maand niet verkozen, dan hoeft het kabinet in elk geval dát besluit niet te nemen.

    • Mark Kranenburg