Speciaalbieren vieren

Het aantal brouwerijen voor speciaalbier is sinds 2013 verdubbeld. Hoe houdbaar is het succes van deze vaak kleine brouwers?

Pulp Fiction, El Dorado, California Gold; afgaand op de namen die rondgalmen in de Grote Kerk in Den Haag zou je allicht een internationaal filmfestival verwachten, of een ander exotisch evenement. Maar drie weken geleden begon daar voor de vijfde keer de Week van het Nederlandse Bier met een driedaags bierproeffestival.

Dertig brouwers zijn met bar en al aanwezig om het toegestroomde publiek dat naar mate de avond vordert verandert van een kleine groep bierprominenten in pak naar een menigte van grote verscheidenheid, van bier te voorzien. Nederlands bier, en dan vooral speciaalbier. Wie pils wil drinken, is hier verkeerd. „We willen niet dat men hier komt om te zuipen”, zegt Cees-Jan Adema, directeur van branchevereniging Nederlandse Brouwers; hij vertegenwoordigt tien grote brouwers, die nog altijd 95 procent van de Nederlandse biermarkt in handen hebben. Het festival is er voor liefhebbers, die genieten van de speciaalbieren.

Gedurende drie dagen is er in de Grote Kerk ruimte voor tussen de vijfduizend en achtduizend bezoekers. Zij schenken, drinken, jureren en vieren het bestaan van het Nederlandse bier.

Redenen voor feest zijn er genoeg. Vorig jaar dronken Nederlanders meer bier dan het jaar ervoor, in totaal bijna 1,2 miljard liter. Dat zit hem in het groeiende marktaandeel van speciaalbier, alcoholvrij bier en mixbiertjes zoals Radler. Het aantal brouwerijen is geëxplodeerd: van zo’n tweehonderd in 2013 naar ruim het dubbele op dit moment. De nieuwe brouwerijen zijn overwegend klein, zelfstandig, en maken ambachtelijk speciaalbier.

Is het succes van al die nieuwe brouwers wel houdbaar, met een marktaandeel van 5 procent op de toch al kleine Nederlandse markt?

Hop is op

Er zijn wat groeipijnen. In maart trok voorzitter Constant Keinemans van het Klein Brouwerij Collectief (KBC), waarbij meer dan 150 kleine brouwers zijn aangesloten, aan de bel. Volgens hem was er sprake van een tekort aan hop, het ingrediënt dat bier zijn typisch bittere smaak geeft. Oorzaak: een slechte oogst en het toenemende volume speciaalbier dat wordt gebrouwen.

Dat is zo, maar het hoptekort is relatief, legt directeur Pieter van Rooij van SBI – inkooppartner van grondstoffen voor de meeste kleine Nederlandse brouwers – uit. „Niet alle hop is op, maar bepaalde populaire rassen zijn er even niet.”

Het gaat om zogenoemde aromahoppen. Er zijn meer dan honderd hopsoorten in de wereld, maar ze zijn grofweg te verdelen in twee klassen: aroma- en bitterhoppen. De laatste soort wordt vooral gebruikt in klassieke bieren, zoals pilsener. Wereldwijd worden bitterhoppen het meest geproduceerd, want er wordt nog altijd veel meer pils dan speciaalbier gedronken – ook in Nederland, waar in 2015 ruim 85 procent van het verkochte bier pils was.

Speciaalbierliefhebbers vinden het leuk als er iets nieuws verschijnt.

Met het toenemende aantal brouwerijen dat zich toelegt op speciaalbier neemt de vraag naar aromahoppen toe. Vooral die uit de Verenigde Staten, waar soorten vandaan komen die minder bitter zijn, en bekend staan om hun fruitige aroma’s zoals grapefruit, citrus en tropisch fruit. De populairste speciaalbieren van het moment zijn de IPA (India Pale Ale) en de Saison, twee blonde bieren met een bittere, fruitige smaak. De meeste brouwers van deze typen bier gebruiken dezelfde vijf tot tien hopsoorten voor hun receptuur. Van Rooij: „Wat je dus nu ziet is dat te veel brouwers in dezelfde hop-vijver vissen. Soms is die leeg.”

Zo kan het dat Amerikaanse hopsoorten met namen als Mosaic, Citra, Amarillo en Simcoe op zijn. Bij de bar van de Nijmeegse brouwerij Oersoep (sinds 2007, vorig jaar circa 200.000 liter bier) staat een asterisk achter een van hun bieren met de naam Hopfather. Oprichter en mede-eigenaar Kick van Hout: „Deze IPA wordt normaal met Mosaic gebrouwen, maar dat was op. We dachten met Equinox een soortgelijke hopsoort gevonden te hebben, maar die blijkt in de praktijk toch anders te smaken. Wel lekker, maar anders. Dus vermelden we het erbij.”

Een oplossing is in de maak: hopproducenten verleggen langzamerhand hun aandacht naar aromahoppen. Maar het duurt ongeveer drie tot vijf jaar voordat de nieuwe gewassen productief worden. Van Rooij: „De vijver wordt dus groter, maar het duurt even.”

In de tussentijd zijn brouwers gedwongen op zoek te gaan naar andere oplossingen. Michel Ordeman, opvolger van Keinemans als voorzitter van het KBC en mede-eigenaar van de Jopen Brouwerij (sinds 1994, vorig jaar bijna twee miljoen liter bier) uit Haarlem moedigt die ontwikkeling aan: „Het dwingt tot creativiteit.” Bang dat consumenten weglopen als hun favoriete bier van de kaart verdwijnt is hij niet. „Speciaalbierliefhebbers vinden het juist leuk als er iets nieuws verschijnt.”

Niet verzadigd

Want consumenten in Nederland lijken nog lang niet verzadigd. Wie een rondje door de Grote Kerk in Den Haag loopt, hoort niets anders dan verhalen over groei. „Het eerste kwartaal van 2016 zijn we met 40 procent gegroeid”, zegt eigenaar Eric Odenwald van de Utrechtse brouwerij De Leckere (sinds 2007, vorig jaar 700.000 liter bier). „We verwachten in 2018 een nieuwe brouwerij te openen, want de limiet van onze ketels is bereikt.”

Eigenlijk zien alle brouwers het zonnig in. Ordeman: „In Amerika is de verwachting dat bieren van kleine zelfstandige brouwerijen in 2020 een marktaandeel van 20 procent hebben. In Nederland is dat nu nog geen 5 procent. We kunnen dus nog vervierdubbelen.” Van Hout wijst op het afbrokkelende marktaandeel van pils. „Als mensen 1 procent minder pils drinken, komt er voor ons bij wijze van spreken 10.000 procent ruimte extra.”

De kleine nieuwe brouwers staan door de grote vraag voor een keuze: bewust klein blijven en ‘nee’ verkopen aan klanten, of professionaliseren. „We groeien telkens over onze eigen prognoses heen”, zegt Tessel de Heij, mede-eigenaar van het vorig jaar in Amsterdam opgerichte Gebrouwen door Vrouwen. In heel 2015 produceerden De Heij en haar zus, die voor het brouwen van hun bier ketels lenen bij Lindeboom Bierbrouwerij, ongeveer 5.600 liter bier. Nu is dat maandelijks 4.500 liter, en de verwachting is dat het in de zomermaanden naar 10.000 liter per maand stijgt. De zussen zijn in januari gestopt met hun oude baan en zijn sindsdien fulltime met hun bier bezig. De Heij: „We hadden nog weinig nagedacht over de toekomst, maar nu moeten we wel. We zijn aan het sparen voor een eigen brouwerij en ik hoop dat Gebrouwen door Vrouwen over vijf jaar in elke Nederlandse stad gedronken kan worden.”

Enthousiasme of werk

Op den duur zal de markt wel gaan stabiliseren, denkt directeur Adema van Nederlandse Brouwers. „Ik denk dat dit een structurele verandering is van het bierlandschap, want de consument bepaalt en die gaat nu anders met bier om dan vroeger. Maar er komt wel een schifting. Dat heeft te maken met de ambitie van de brouwers. Sommigen beginnen vanuit hun enthousiasme voor bier en dat is heel mooi, maar als je dat gaat opschalen dan wordt het werk.”

Werk of geen werk, op het festival in Den Haag gaan brouwers, tappers en drinkers met elkaar om als goede vrienden. Er is geen tijd voor onderlinge concurrentie, zegt De Heij. „Speciaalbierbrouwers kunnen niet aan de vraag voldoen. Daardoor zijn we niet tegen elkaar, maar met elkaar aan het werk.” Van Hout, inmiddels in gesprek met een collega van de Amsterdamse brouwerij de Prael, kijkt voor de concurrentie vooral naar het buitenland. „Als je kijkt naar een gemiddelde kroeg staan er toch nog zeven Belgische bieren en twee Nederlandse op de tap.” Samen heffen ze nog maar eens het glas, proostend met en op Nederlands speciaalbier.

    • Sam de Voogt