Sparen voor je kind

Kinderen Wie geld opzij wil zetten voor zijn kind, bijvoorbeeld voor studie of rijbewijs, kan een kinderspaarrekening openen. Maar er zijn meer mogelijkheden, die de huidige lage rente omzeilen.

Illustratie XF&M

Na drie kinderen is het voor Jessica Konings en Pim Prins haast een traditie: na de geboorteaangifte op het stadhuis openen ze in één moeite door een spaarrekening voor de baby. Bij zoons Pelle (6) en Morris (3) kozen ze zonder veel hoofdbrekens voor een kinderspaarrekening bij hun vaste bank, ABN Amro. Beide jongens krijgen maandelijks 20 euro gestort.

Maar toen Jessica zwanger was van dochter Loize (inmiddels drie maanden), twijfelden ze. Was sparen wel verstandig met de huidige lage rentetarieven? En wie bood de hoogste rente? Pim Prins zag beleggen wel zitten, Jessica Konings was sceptisch. „Mijn ouders sparen voor elk kleinkind jaarlijks een aanzienlijk bedrag. Hopelijk kunnen de kinderen daarvan studeren, maar dat weet ik niet zeker. Wat wij sparen is bedoeld als extraatje voor hun rijbewijs of uitzet, maar misschien hebben ze het straks heel hard nodig. Dan kunnen we ons geen risico veroorloven.”

Ruim driekwart van de ouders heeft een spaarrekening geopend voor hun kind

Dit dilemma zal veel (groot)ouders bezighouden. Sinds het afschaffen van de basisbeurs in september 2015 moet een studie uit eigen zak worden betaald of er moet worden geleend (maximaal 1.016 euro per maand). Volgens budgetinstituut Nibud heeft een uitwonende student aan een hogeschool of universiteit maandelijks 980 euro nodig voor levensonderhoud en studiekosten. Een mbo-student nog meer: 1.052 euro. Niet verwonderlijk dat veel ouders tijdig geld willen reserveren; 77 procent heeft een spaarrekening voor z’n kroost, aldus het Nibud Kinderonderzoek 2013.

Hoe zet je veilig en zinvol geld apart in een tijd van verwaarloosbare rentes?

1 Toch gewoon sparen

Kinderspaarrekeningen bieden vaak een iets hogere rente dan gewone spaarrekeningen, maar lang niet altijd. Zo geeft de Rabobank op kinderrekeningen slechts 0,5 procent. De hoogste rente is te vinden bij ASN Bank: 1,7 procent, maar daaraan kleeft als nadeel dat het geld gedurende de looptijd van achttien jaar niet mag worden opgenomen. Eens gegeven blijft gegeven. Interessant is de terugkeer van Zilvervloot Sparen bij SNS Bank en Regiobank. Deze banken betalen een rente van 0,9 procent plus een bonus van 10 procent over de gehele inleg die kan oplopen tot 1.080 euro. Dan moet wel achttien jaar lang het maximale bedrag van 600 euro per jaar zijn gespaard. Voor alle genoemde rekeningen geldt dat de basisrente variabel is. Die kan omhoog of nog verder omlaag.

Inleg per maand

Misschien nog belangrijker dan het rentepercentage is de vraag op welke naam de rekening komt te staan: op die van de ouders of die van het kind. Financieel adviseur Cor Ebbeling: „Een naam op rekening van het kind geeft mensen een goed gevoel: dit is van hem of haar. Maar gevoel is in dit geval geen goede raadgever.” Staat de rekening op naam van het kind, dan beschikt het vanaf z’n achttiende verjaardag over het geld. En dus kan de studiepot ook opgaan aan een reis of een motor.

2 Spaardeposito

„De versnelling in de opbouw van het kapitaal moet komen van rente op rente of rendement op rendement”, zegt Hedwig Dros van financieel onderzoeksbureau MoneyView. Die zekerheid heb je bij een spaardeposito. De looptijd en de rente staan vast, en het eindkapitaal daarmee ook. De Rabobank biedt voor achttien jaar sparen een vaste rente van 2,2 procent over het ingelegde bedrag. De rente op de rente is variabel, die kan volgend jaar 5 procent zijn, maar ook 0 procent. Nadeel van een deposito is dat je in één keer een groot bedrag beschikbaar moet hebben. Om over achttien jaar 20.000 euro te hebben gespaard, moet nu 13.517 euro worden ingelegd. Ander nadeel: wie zich vastlegt in een deposito profiteert ook slechts heel beperkt van een rentestijging. Nu is de rente laag, maar hoe is dat over acht jaar? Beide problemen zijn te ondervangen door jaarlijks een deposito van bijvoorbeeld duizend euro af te sluiten. Maar dan werkt het vliegwiel van rente op rente weer minder goed.

3 Verzekeren

Een andere risicoluwe mogelijkheid is sparen in een verzekeringsproduct. Daarbij zijn de geboden rentes relatief hoog. De verzekering wordt gesloten op het leven van een of beide ouders en keert uit aan het einde van de afgesproken looptijd of bij overlijden van de verzekerde. Uitvaartcoöperatie Dela biedt bijvoorbeeld het CoöperatiespaarPlan met een minimale looptijd van tien jaar en een rente van 2,75 procent. Nadelen zijn dat er kosten worden berekend en het lastig of duur kan zijn de verzekering tussentijds te beëindigen. Ook vallen verzekeraars niet onder het depositogarantiestelsel, dat garandeert dat je een spaartegoed tot 100.000 euro behoudt mocht een bank failliet gaan. Daar staat tegenover dat soms sprake is van winstdeling. Bovendien heb je behalve een spaarpot ook een overlijdensrisicoverzekering afgesloten. Dela betaalt bij overlijden 10 procent bovenop het gespaarde saldo. Bij Klaverblad Verzekeringen en Onderlinge ’s-Gravenhage kan een polis worden afgesloten die in geval van overlijden het afgesproken eindkapitaal uitkeert.

4 Beleggen

Substantieel meer geld maken met geld kan door het te beleggen, maar het risico is navenant. Bij een rendement van 8 procent volstaat een maandelijkse inleg van 48 euro om na achttien jaar 20.000 euro bijeen te hebben. Bij 4 procent moeten per maand al twee tientjes meer worden ingelegd. Renderen de aandelen nul procent over de looptijd, dan was het geld onder je matras leggen gunstiger geweest, want dat had beheer- en verkoopkosten gescheeld. Wie het geld echt niet kan missen, nu als achter-de-hand of later voor de studie, kan er beter niet aan beginnen.

Wie niet zozeer hecht aan een pot met geld over achttien jaar, kan denken aan het aflossen op de eigen hypotheek, zegt Annemarie Koop van het Nibud. „Een schenking van een groot bedrag klinkt romantisch, maar misschien is het slimmer om een kind straks te kunnen ondersteunen door de huur te betalen.”

Jessica en Pim kozen uiteindelijk voor zekerheid. Ze openden voor Loize bij ABN Amro een KinderToekomst Spaarrekening. De rente houdt niet over: 0,4 procent variabele basisrente en 0,5 procent bonusrente aan het einde van het jaar. Pim: „Dit gaf ons een vertrouwd gevoel. We realiseerden ons dat we niet sparen voor een hoog rendement, maar om er zeker van te zijn dat er over achttien jaar een mooi bedrag gereserveerd staat.”

    • een onzer redacteuren