Sneeuwwitje in de Efteling

De nieuwe Audi R8 is voor het merk een doorbraak naar de supercar-elite, vindt Bas van Putten .

Ik moet de laatste journalist zijn die de R8 rijdt, de nieuwe supercar van Audi. Alle vloggers van Nederland hebben hun microvocabulaire - ‘wow’, ‘bizarrrrr’ en ‘vet’ volstaan - al ampel uitgeleefd in rubberverslindende brul- en hijgfilmpjes. Gelukkig is het een Audi, zodat de afgetrapte tiencilinder testhoer nog verrassend goed bij stem is. Zijn strijdkreet bij de koude start vertaalt dat Duitse prachtwoord vorlaut letterlijk; voorluid, victorie blaffend voor de wedstrijd is begonnen. Pure intimidatie, want al vrij snel zakt het stationaire toerental naar vredelievender geluidsniveaus.

Maar het moest even gehoord zijn. Alsof anders niemand om zou kijken naar het helblauwe monster waarin ik continu werd belaagd door hobbypaparazzi die voor hun Instagramcollectie kilometers aan me bleven kleven, en mij met geagiteerde zwaaibewegingen aanspoorden vaart te maken. Natuurlijk bleef ik stug 120 rijden, want het volkstheater laat ik aan Messi en Ronaldo, die de fans geen groter plezier kunnen doen dan met 330 op de vlucht te slaan.

Je mag dit aandachtvragende karakter zijn essentie noemen. De V10-middenmotor van de nieuwe R8 ligt achter de cabine zichtbaar opgebaard onder een afdekplaat van glas, Sneeuwwitje in de Efteling. Bij het uitstappen gaat een xBox-achtige gong af, akoestische smiley voor de gameontwikkelaars die hem met andere luidruchtige stompzinnigheid verdienden. Op een stuur vol knoppen voor de meeste functies bevindt zich ter bestendiging van de geluidshinder de druktoets voor het Uitlaatgeluid Sport, die geen vlogger is ontschoten. De ronde airco- en ventilatieknoppen steken met trekkerachtige aanhangsels als vulpistolen uit de middenconsole. Bij het uitstappen projecteren de deuren ’s avonds het beeldmerk Quattro op de grond, het Audi-logo voor de vierwielaandrijving die mij met 120 klaverbladen liet verschalken. Alleen al de aandacht-overlast maakt dat ik zo’n auto nooit zou kopen. Geen schijn van kans trouwens; bijna drie ton.

Voor de motor zou je als provinciaal overigens graag iets extra’s neertellen. Op een platteland vol tractoren en bejaarde toeristen kan blik niet hard genoeg gaan. Ik kan nu iedereen inhalen en doe dat ook. Ze zijn op B-wegen geen obstakels meer, de boeren en de Zwitserlevenkolonnes op weg naar een midweek-arrangement in comateus Drenthe. Twee dagen lang, meer kan ik niet voor de techniek betekenen, doe ik weinig anders dan onbevreesd voor tegemoetkomend verkeer met achterlijke snelheden zoveel mogelijk auto’s tegelijk passeren.

Hard, scherp en formidabel wendbaar

Daarbij valt op hoe onwerkelijk goed de snelste productie-Audi is geworden. Er gaat een klap door de koets en de zeventraps automaat trekt de R8 zonder turbosteun in een duizelingwekkende tornado van kracht naar 8.250 toeren, waar hij zijn maximale vermogen van 610 pk vrijgeeft met een lawaai dat je alleen van Zandvoort kende. En ook bij maximaal accelereren is in het stuur geen spoor van aandrijfkrachten voelbaar. Zijn voorganger was al niet niks, maar dit is Audi’s doorbraak naar de supercar-elite. Hij is hard, scherp, precies en formidabel wendbaar. Alleen de stoelen zijn te min; ze steunen onvoldoende.

Maar weet je wat nou zo gek is, becommentarieert een autovriend uit Doha de obligate pronkfoto op Facebook, hier zien ze hem niet staan. Terwijl ze van Porsches, Bentleys, Ferrari’s en McLarens niet genoeg kunnen krijgen.

Aan de prijs kan het niet liggen, hij is duur zat. De praktische bezwaren vallen mee. Parkeerdrempels neemt hij soepel. Het geluidsniveau in de cabine blijft ondanks de nabijheid van het motorblok beschaafd, althans bij constante snelheden. Ik heb het donkerbruine vermoeden dat de nieuwe rijken hem wel eens te technocratisch zouden kunnen vinden. De R8 is geen organisch vormgegeven dier, zoals een Porsche. Geen monstrueus overgewichtige dino, zoals een Bentley Continental. Hij is een machine, een schitterende vorm zonder mysterie van een huis dat ook gewone auto’s maakt, en een machine zonder wortels. De Auto Unions uit de jaren dertig, in de ontstaansgeschiedenis van Audi verre voorvaders, of de rally- en Le Mans-successen van de Quattro’s zeggen jeugdige Qatari niets. De R8 mist nog de eigen stijl die voor iedereen herkenbaar op een rijk verleden rust, hij moet zijn mythe nog funderen. Verder ondermijnt Audi zijn exclusiviteit door bouwstenen voor het interieur te lenen van de mindere goden. Dat magistrale digitale dashboard vind je in gewone Audi’s ook. Hier geeft de navigatie via een onlineverbinding wel echte satelliet-beelden van googlemaps. Het bezwaar dat je die thuis ook hebt, kunnen de Audi-ingenieurs wegnemen door echte live-vliegtuigen over het scherm te laten schieten, akoestisch ondersteund met een upgrade van het Uitlaatgeluid Sport. Zo ver komt het vast nog wel.

    • Bas van Putten