Presteren, presteren en nog eens presteren, zonder jolijt

Nederland telt op de Spelen in Rio een grotere diversiteit aan sporters. En meer teams. De door Maurits Hendriks gewenste verbreding is een feit.

Foto's ANP, AFP, NOVUM, David van Dam

De Nederlandse olympische ploeg heet tegenwoordig TeamNL. Bedacht door sportkoepel NOC*NSF als marketingmodel én om het ongelijksoortige gezelschap sporters één gezicht te geven. Het is peperduur om op olympisch niveau te kunnen presteren. In tijden van schaarste kan een ploeg met de marktwaarden van Dafne Schippers, Epke Zonderland, Ranomi Kromowidjojo, Marianne Vos, Tom Dumoulin en Kiki Bertens voor extra inkomsten zorgen. Slimme zakelijke zet van NOC*NSF, dat de vaste Lotto-inkomsten de laatste jaren met miljoenen zag teruglopen.

Parallelle doelstelling is sporters met TeamNL een gevoel van saamhorigheid te geven. Daarvoor heeft NOC*NSF drie kernwaarden geformuleerd: ‘excelleren’, ‘samen’ en ‘respect’. Prachtige uitgangspunten waar olympische sporters zich ongetwijfeld aan conformeren, maar ook waarden die met het oog op de Olympische Spelen van Rio een zekere schijneenheid weergeven. Hoe is te verdedigen dat sporters die klaar zijn halverwege de Spelen verplicht moeten terugkeren naar Nederland? Staat dat besluit van chef de mission Maurits Hendriks niet op gespannen voet met zowel de kernwaarden van TeamNL als dat speciale olympische gevoel van sporters? Ja, erkent Hendriks. Maar hij kan niet anders, vindt het hoofd van de Nederlandse ploeg.

Het gaat om de medailles

Hendriks is verantwoordelijk voor „het prestatieklimaat” en hanteert de stelregel dat alle sporters zich onder gelijke omstandigheden op hun wedstrijd moeten kunnen voorbereiden. Hij wil waken voor een jolige boel in de tweede week als een groot deel van de ploeg, die in Rio uit zo’n 240 sporters zal bestaan, klaar is. Ervaringen uit het verleden leren dat zoiets verstorend kan werken. Hendriks: „Dan willen ze naar andere wedstrijden, het Holland Huis bezoeken en familie ontmoeten. Begrijpelijk, maar wij als staf moeten dat allemaal managen. Daar komt nog eens bij dat we voor het eerst als complete ploeg in het olympisch dorp zitten; bij andere Spelen hadden de roeiers en zeilers hun eigen dorp. Ander puntje: wie de stad ingaat vergroot het gevaar op infecties. Ja, ik weet dat het wringt, maar het gaat uiteindelijk wel om het winnen van medailles, tot op de laatste dag.”

Het plan voor een gesplitste terugkeer had Hendriks al vier jaar terug voor de Spelen van Londen, zijn eerste als chef de mission. Hij kreeg destijds geen toestemming van het NOC*NSF-bestuur, vooral vanwege de houding van de atletencommissie, die tegen was. „Inmiddels is het topsportklimaat in Nederland verbeterd”, stelt Hendriks genoegzaam vast. Maar dat geldt niet altijd voor de buren in het olympisch dorp. In Londen maakten de Grieken in het belendende perceel er in zijn ogen de laatste dagen een potje van. „Die waren zo lawaaiig dat onze sporters er ’s nachts wakker van werden. Toen ik de Griekse chef de mission daarop wilde aanspreken, bleek die al naar huis te zijn. Over het Griekse topsportklimaat gesproken…”

Nu is het zo geregeld dat in week twee van de Spelen, op dinsdag 16 augustus, sporters terugkeren die klaar zijn en geen medaille hebben gewonnen. Wie tot 48 uur voor die datum niet is uitgespeeld, mag in Rio blijven. Naar verwachting zal dat neerkomen op een vervroegde terugreis voor iets meer dan de helft van TeamNL, met name roeiers, zwemmers en judoka’s. Medaillewinnaars keren later terug vanwege de traditionele ontvangst bij de koning.

Verplichte clinics en ontvangsten

Protesteren tegen de vervroegde thuisreis is zinloos, want alle sporters hebben voor uitzending naar de Spelen de Olympische Overeenkomst moeten tekenen, waarin alle rechten en plichten staan vermeld, dus ook het vervoer. Dat contract komt in nauwe samenspraak met de vakbond NL Sporter tot stand. Volgens directeur Adam Bakker verlopen die onderhandelingen de laatste jaren soepel en heeft hij voor ‘Rio’ geen klachten van sporters ontvangen. Maar er is wel een puntje dat hem dwarszit. Hij vindt dat in de Olympische Overeenkomst ook oneigenlijke zaken worden geregeld. Bakker: „Het contract zou een zuivere sportieve afspraak moeten zijn. Nu staan er ook verplichtingen over clinics en ontvangsten in. Voor alle commerciële zaken zou naar onze mening een apart document opgesteld moeten worden. Wat als een sporter weigert een clinic te geven of naar een ontvangst te gaan? Mag hij dan niet naar de Spelen? Tot dusver zijn daar geen problemen over ontstaan, en hoe welwillend NOC*NSF zich ook opstelt, het blijft een overeenkomst met een monopolist, een partij met het alleenrecht sporters naar de Spelen af te vaardigen.”

Hoe dan ook, Hendriks is tevreden met de samenstelling van TeamNL. De teleurstelling over de missers bij waterpolo (vrouwen) en rugby sevens, twee sporten waarin veel geld is geïnvesteerd, zijn verwerkt. Daar staat tegenover dat de gewenste verbreding van sporten – „nodig om de top-10 te halen” – is bereikt dankzij atletiek, badminton, boksen, schoonspringen, turnen, handboogschieten, worstelen en taekwondo. En het doet de chef de mission vooral deugd dat er met handbal en volleybal twee teamsporten zijn bijgekomen, want dat was na de evaluatie van ‘Londen’ een sterke wens.

TeamNL, de zakelijke kant

Wat resteert is presteren. En goed ook, als het aan Hendriks ligt. Om sportieve én zakelijke redenen. Want TeamNL moet ook in de markt gepositioneerd worden. Hendriks: „We willen TeamNL klaarmaken voor de fans in Nederland en dat platform commercieel benutten. Daarvoor is onlangs een belangrijke stap gezet toen de sportbonden unaniem hebben ingestemd met het voorstel hun marketingrechten bij TeamNL onder te brengen. Ik ga er vanuit dat goede Nederlandse prestaties in Rio de onderhandelingen met grote partijen zullen helpen.”

Bloedgegevens blijven geheim

De ontwikkelingen rond TeamNL en de fusie van de Staatsloterij en De Lotto stemmen Hendriks na lange tijd weer positief. De jaarlijkse loterij-afdracht lijkt te gaan stijgen en als er dan ook extra geld uit de markt wordt gehaald, kan de ingeslagen prestatieve weg worden vervolgd. Hendriks: „Het hoge niveau dat Nederlandse sporters nu hebben bereikt kost jaarlijks meer geld. Dat betekent wereldwijd meer toptoernooien met meer hoogwaardige begeleiding. We moeten beseffen dat naarmate het mondiale niveau stijgt, de afstand naar de top groter wordt. De Nederlandse prestaties kunnen alleen duurzaam worden als er in talentontwikkeling wordt geïnvesteerd. Iedereen snapt dat de nieuwe Dafne, Ranomi, of Epke niet structureel voorbij komt. Dat succes gaan we niet zomaar reproduceren.”

Hendriks vertrekt om nog een andere reden met een opgeruimd gemoed naar Rio. Hij is blij met het standpunt van sportminister Edith Schippers dat sportmedische gegevens onder de geheimhoudingsplicht van de arts vallen. In een tv-uitzending van Nieuwsuur bleek onlangs dat de medische staf van NOC*NSF bloedgegevens van olympische sporters verzamelt, maar eventueel verdachte waarden niet doorgeeft aan de Dopingautoriteit. In antwoord op vragen van het Kamerlid Tjeerd van Dekken (PvdA) deelt Schippers de mening van NOC*NSF dat die verplichting niet geldt vanwege het beroepsgeheim. Hendriks: „Wij willen op een schone manier medailles winnen, laat dat duidelijk zijn. En als wij op trendmatig verdenkingen hebben van doping, dan melden we dat. Maar onze artsen moet wel hun beroepsgeheim tegenover de sporters overeind kunnen houden. De houding van de minister schept gelukkig duidelijkheid in onze positie.”

    • Henk Stouwdam