Opinie

Opmars van het vuil

Een paar weken geleden is bij mij in de buurt voor het eerst de vuilnisman in zijn nieuwste gedaante verschenen. Jarenlang hebben we grote metalen containers gehad, met een soort brievenbussen voor het oud papier en ronde openingen voor de lege flessen. I love the sound of breaking glass, zong Nick Lowe. De rest van het vuil stopte je in plastic zakken die je twee avonden per week buiten moest zetten, het liefst bij een boom. Al gauw kwamen dan de kraaien en de meeuwen. Ze pikten het plastic kapot en begonnen het gevecht om de etensresten.

Toen, na jaren kwam iemand op het idee dat het beter zou kunnen, onvermijdelijk. Ik weet niet hoeveel experimenten eraan vooraf zijn gegaan maar eindelijk was het bijna zover. De heren van de gemeente kwamen met een soort huisje van ik schat één bij één bij twee meter, donkerbruin geschilderd, aan weerszijden grote gaten met kleppen en een luchtkokertje op het dak. In dit huisje zit de nieuwe vuilcontainer. Behoedzaam werd het prachtstuk neergezet, naast de lantarenpaal, precies op de plaats waar jaren geleden een van de laatste openbare telefooncellen heeft gestaan. Waar blijft de tijd. Nu fietsen ze daar al telefonerend elektrisch voorbij.

De installatie moest eerst geprobeerd worden. Er verscheen een kraanwagen, drie heren van de gemeente sprongen er kwiek uit en de leider begon aanwijzingen te geven. Kabels aan de container, die werd feilloos uit zijn huisje gehesen en weer teruggezet. Proef geslaagd. Werk dat perfect wordt uitgevoerd levert altijd weer een meeslepend schouwspel. En hier was de volgende mijlpaal bereikt. De weg was vrij voor een nieuwe fase in de ontwikkeling van het vuil ophalen. Een ontwikkeling die een reeks van veranderingen in onze beschaving weerspiegelt.

In Nederland is in de vroege jaren dertig de vuilnisdienst gemotoriseerd. Ik heb geprobeerd in de Wikipedia een paar wetenswaardigheden op te sporen, maar ik vond voornamelijk foto’s over de technische ontwikkeling. En tegenwoordig kun je voor niet al teveel geld een tweedehands vuilnisauto kopen.

Toen de eerste auto’s verschenen, was ik een jaar of drie. Van die vernieuwing herinner ik me één bijzonderheid. De hoofdman van iedere vuilnisequipe was uitgerust met een ratel, een korte stok met aan het einde een plat vlak dat verdeeld was over een reeks dunne latjes. Door middel van een tandwieltje kon zo’n latje even worden opgetild waarna het met een harde klap weer terugkwam op een holle ruimte. De hoofdman bracht de ratel aan het draaien, de latjes kwamen in beweging en dat veroorzaakte het alarmerend oorverdovend geluid. Ik wilde ook een ratel hebben.

Ik kan me niet herinneren of we in de oorlog last hadden van een afvalprobleem. Ik woonde in Rotterdam, heb mijn stad door bommen en branden binnen een paar dagen in een puinhoop zien veranderen. Niet lang daarna begonnen de vuilnismannen van de oorlog met hun werk dat pas jaren na de oorlog als min of meer voltooid kon worden beschouwd. Tussen de Kralingseweg en de Ringvaartweg staat een soort villadorpje dat op het puin van de stad is gebouwd. Allemaal geschiedenis.

Vuil is in onze tijd een andere rol gaan spelen. We doen wel meer dan ooit ons best om het zo hermetisch mogelijk te behandelen, schadelijke stoffen te verbieden, we hebben de strijd met het plastic aangebonden, enz. Maar maak in Amsterdam eens een wandeling over het Museumplein kort nadat daar een feest is geweest. Of neem een kijkje op een ander feestterrein. Je weet niet wat je ziet. De woestijn van rotzooi, verpakkingen, kledingstukken, bedrukt papier, zo gek kun je het niet opnoemen of het ligt er. We verzinnen steeds vernuftiger apparaten om het vuil te bestrijden en het wordt steeds meer tot ons dagelijks gezelschap.