Opeens was ik een blanke, elitaire overheerser

OpinieNa een tweet moest Rob Waumans zich verantwoorden voor de kleur van zijn vriendenkring. Opiniemakers strijden tegen een zelf geconstrueerde vijand, schrijft hij. „Ik moest kapot.”

Op 19 mei 2016 verstuurde Nadia Ezzeroili, verslaggever van de Volkskrant, de volgende tweet: „Als je het raar en jammer vindt dat je vriendenkring zo wit is, dan moet je je eens afvragen wat jou geen leuke/veilige vriend maakt.”

Hoewel mijn vriendenkring niet wit is en ik ook niet weet of ik wel zo’n leuke vriend ben, vond ik het een merkwaardig bericht.

Ik retweette het met de toevoeging: „Nadia begint de dag met een flesje wodka.”

Dat had ik beter niet kunnen doen. Vanaf dat moment zit ik dankzij mijn huidskleur (wit), mijn beroep (schrijver) en woonplaats (Amsterdam) in het hokje van witte, elitaire klootzak dat zich alleen met witte mensen inlaat.

Ezzeroili gaat op zoek naar foto’s van mij met collega-auteurs, die ze op Twitter post met de tekst: „Vragen zich niet af waarom hun vriendenkring in een stad als Amsterdam zo homogeen as fuck is.”

Ik heb kinderen met Sloveens bloed, een Iraaks-Israëlische geliefde en niet-blanke vrienden. Maar dat is natuurlijk moeilijk te zien op een profielfoto. Trouwens, best vreemd om dit ineens te moeten doen: verantwoording afleggen over de etnische samenstelling van mijn familie en vrienden.

Ezzeroili is een veel gehoorde stem in het racisme-debat en ik had iets doms gedaan: Ik had een weerwoord gegeven aan iemand die geen tegenspraak duldde. En ik was nog blank ook. En man. Kortom, de verpersoonlijking van eeuwenoude blanke overheersing. Ik moest kapot. Ezzeroili zette alles op alles om haar vijfduizend volgers te laten zien dat ik een witte, elitaire klootzak ben die zich alleen met witte mensen inlaat. Een man die schijt heeft aan alles wat multicultureel is, want dát zag zij in die selfie met zes blanke mensen.

De ironie van deze aanval is dat Ezzeroili doet waar ze zelf zegt tegen te strijden: met verzonnen middelen en argumenten tegen een zelf geconstrueerde vijand vechten. Vaak gebruik makend van retoriek en toon die we van de PVV kennen.

Dat zien we vaker, ook in andere debatten. Sterker, op bijna alle strijdtonelen waarop gelijkheid wordt nagestreefd, zien we dit terug.

In elk debat – laat me dit een domein noemen – zijn opinieleiders actief, en deze leiders hebben belangen. Vaak zijn deze leiders bekend bij het grote publiek, vanwege hun tv-optredens en uitgesproken mening in het domein.

Gelijk krijgen betekent: discussie blijft. Gelijk geven betekent: einde discussie

Voorbeelden zijn Sunny Bergman, Sylvana Simons, Quinsy Gario en Leon de Winter, actief in respectievelijk de domeinen feminisme, racisme en antisemitisme. In bijna ieder van bovengenoemde domeinen wordt dezelfde strategie gehanteerd als Ezzeroili bezigt: de aanval openen op de ‘tegenpartij’, de verpersoonlijking van ongelijkheid en onrecht. In die nietsontziende jacht naar het ultieme gelijk, en gelijkheid, is alles toegestaan. Doordat ze zo overtuigd zijn van het eigen gelijk, zijn ze blind geworden voor de eigen immoraliteit en hanteren ze dezelfde wapens als waar tegen ze strijden.

Door de eenvoudige, snelle ontsluiting naar het publiek, mogelijk gemaakt door social media, neemt het aantal opiniemakers toe. Ze zijn overal, en vaak anoniem – een Twitteraccount is zo gemaakt. Omdat er zoveel opiniemakers zijn, dienen zij zichzelf in de kijker te spelen. Er zijn immers meer kapers op de kust, dus het is zaak je te onderscheiden van de rest. En onderscheiden lukt vaak met hard spel, met het scherpe woord, en het aloude functionele middel: tegenstander framen, isoleren en uitsluiten.

„Och jee, daar spreekt een man.”

„Maar jij bent blank, jij weet niet waar je over praat.”

Onderscheiden met hard spel, isolatie en uitsluiting levert vaak aandacht op, aanhangers en prestige. Sunny Bergman en Quinsy Dario bijvoorbeeld, zijn opinieleiders in de domeinen feminisme en de Zwarte Pieten-discussie. Zij beheersen bovengenoemde middelen goed en genereren als vertegenwoordigers van deze domeinen veel aandacht met lezingen en columns. De discussie komt hun in die zin niet alleen goed uit, het is tevens hun bestaansrecht geworden; ze zijn afhankelijk van het debat.

En daarmee wordt de zuiverheid en dynamiek van de discussie natuurlijk in de wielen gereden. Er is immers voor deze opinieleiders geen enkel belang om de discussie zuiver en integer te blijven voeren. Gelijk krijgen is het doel, gelijk geven is funest. Gelijk krijgen betekent: discussie blijft. Gelijk geven betekent: einde discussie. En einde discussie betekent einde domein. Kortom, de opinieleiders hebben geen enkel belang bij een oplossing of einde van het conflict, omdat deze oplossing het einde van hun bestaansrecht inluidt.

Afgezien van het feit dat de oppositie in het debat bij deze strategie en tactiek van isolatie zich alleen maar sterker gaat verzetten – en het conflict in stand wordt gehouden of groeit – richt het ook andere schade aan. Het heeft tot gevolg dat er in de (potentiële) achterban iets optreedt dat ik graag ‘sympathie-vertroebeling’ noem. Ik heb het over het fenomeen dat optreedt als de toon van het debat de medestanders dermate tegen de borst stuit, dat men een tegenstander wordt. De medestander is nog wel feminist, maar zet zich af tegen de eigen opinieleider waarmee de collectieve kracht van de beweging afneemt. Op deze manier wordt de opinieleider die door onzuivere motieven wordt geleid, de grootste vijand van het eigen gelijk en beweging.

Ik heb aan den lijve ondervonden hoe het voelt als iemand ten koste van mij, middels uitsluiting en leugens, haar gelijk probeert te halen. Ik heb gemerkt dat het de neiging oproept in de aanval te gaan en daarmee een vicieuze cirkel van onbegrip en agressiviteit in gang te zetten; van een medestander een tegenstander te worden.

Ik heb mij kunnen beheersten en heb de aanval gedwee ondergaan, maar het had intussen al een golf van woede en frustratie teweeggebracht.

Het legt het oneindige karakter van de discussie bloot. Want zolang opiniemakers van deze domeinen gelijk krijgen belangrijker vinden dan een oplossing bereiken, maken zij geen deel uit van een mogelijke oplossing, maar zijn zij onlosmakelijk onderdeel van het probleem.