Murw geslagen land snakt naar iets moois

Sentiment Het angstig in zijn schulp gekropen Frankrijk hunkert naar een moment van saamhorigheid. Het land heeft de terreuraanslagen nog altijd niet verwerkt. Les Bleus kunnen kampioen worden, maar de stemming zit er nog niet in.

Franse supporters tijdens de oefeninterland tussen Frankrijk en Kameroen op 30 mei in Nantes (3-2). foto LOIC VENANCE/AFP

Wie in Frankrijk aan een willekeurige voorbijganger vraagt wanneer het land voor het laatst collectief tevreden was, krijgt na een verbaasde blik vaak hetzelfde antwoord: 1998.

De economie loopt stroef, globalisering en immigratie bedreigen de identiteit en politici en vakbondsleiders vechten elkaar in een verstikkende polarisatie de tent uit. In het jaar nadat een reeks terreuraanslagen de verhoudingen verder op scherp heeft gezet, loopt de Franse zwaarmoedigheid, de beruchte morosité, tegen het kookpunt aan. Wat lijkt het dan lang geleden dat een verenigde mensenmassa op de Champs-Élysées het elftal van Zinédine Zidane zonder morren toejuichte. Daar stond het nieuwe multiculturele Frankrijk van ‘black-blanc-beur’: zwart, blank en Arabisch, maar allemaal Frans.

Het angstig in zijn schulp gekropen land zou zo’n positief moment van saamhorigheid goed kunnen gebruiken. Maar hoewel buitenlandse waarnemers Les Bleus voor het Europees kampioenschap op Franse bodem grote kansen toedichten, wil in Frankrijk zelf de stemming er maar niet in komen.

Natuurlijk, de supermarkt die de Franse bond sponsort deelt pakjes Panini-plaatjes van spelers uit: #FiersDêtreBleus. Sommige cafés kondigen schermen aan en op verzoek van de socialistische regering hebben musea in speelsteden plichtmatig tentoonstellingen ingericht om hoge en lage cultuur te verzoenen. Maar de eerste straat moet waarschijnlijk nog worden versierd en na Johnny Hallidays kraker ‘Tous Ensemble’ uit 2002 is het repertoire vederlichte aanmoedigingsnummers nauwelijks verder gekomen.

We zijn windvanen

Veel Fransen zijn ingetogen mensen en in het algemeen kun je zeggen dat ze bang zijn te falen: op school, op het werk en in de maatschappij. Maar in de sport, en zeker bij voetbal, is er meer aan de hand. Pas als sporters die het grote Frankrijk mogen vertegenwoordigen daadwerkelijk succes hebben, komt er enig enthousiasme op gang. „We zijn windvanen, we houden niet van voetbal, maar we aanbidden teams die winnen”, vatte journalist Joachim Barbier van voetbalblad SoFoot de afwachtende supportersmentaliteit onlangs samen.

In zijn boek Ce pays qui n’aime pas le foot (2012) probeert Barbier de haat-liefdeverhouding van de Fransen met voetbal en hun nationale team te verklaren. Die is volgens hem voor een deel cultureel bepaald: Fransen hebben niet de gemeenschapszin die je in Latijnse landen vindt, maar ook niet de protestantse loyaliteit die in meer Noord-Europese landen de sportgekte verklaart. Maar cruciaal was volgens hem de buitensporige explosie van enthousiasme na het gewonnen WK in 1998. Die zou debet zijn aan de hoogoplopende en soms pijnlijke debatten die voetbal in Frankrijk nu nog altijd kunnen losmaken.

Doordat de voorheen nooit echt in voetbal geïnteresseerde Franse elite na de finale op 12 juli 1998 de sport in Barbiers woorden heeft „gekidnapt”, gaan die discussies niet over het spelletje zelf maar over de samenleving: voetbal en voetballers kregen een morele voorbeeldfunctie die inherent niet bij ze past.

„Doordat ze met het voetbal een goede manier gevonden hadden over zichzelf te praten, zijn de elites gaan geloven dat voetbal tegelijk een verlengstuk en een spiegel kon zijn van de waarden die zij wilden verdedigen”, schrijft Barbier. Daardoor (en door een extreem strikt persbeleid van Les Bleus) is volgens hem de afstand tussen voetballers en supporters alleen maar groter geworden.

Euro 2016’, kan volgens Hollande het murw geslagen land in goed humeur brengen

Praat Frankrijk over voetbal, dan gaat het dus vaak niet over sport. Dat bleek in 2010 bij het traumatische WK in Zuid-Afrika. Na een aanvaring in de kleedkamer met coach Raymond Domenech werd sterspeler Nicolas Anelka uit het team gezet, wat leidde tot een ware revolte in de selectie en uiteindelijk tot een weinig glorieuze uitschakeling in de groepsfase.

Het Franse team dat op 30 mei vriendschappelijk tegen Kameroen speelde. Zie pagina 15.Foto FRANCK FIFE/AFP

Toenmalig president Nicolas Sarkozy gebruikte voor zijn karakterisering van de spelers hetzelfde woord als hij vijf jaar eerder had gebruikt voor jongeren die de banlieue in brand zetten: „racaille”, geteisem. De minister van Sport ging nog verder. Zij sprak van „caïds immatures”, wat zoiets als onvolwassen crimineeltjes betekent, maar waarbij het gebruik van het Frans-Arabische caïd niet willekeurig lijkt: dat woord is vooral in zwang om tuig van niet-Franse afkomst uit de voorsteden te typeren.

Dat heeft de relaties tussen die elite en voetballiefhebbers in de banlieue er niet veel beter op gemaakt. In veel grote steden was tijdens het laatste WK, in 2014, groter enthousiasme wanneer Algerije speelde, dan wanneer Les Bleus aantraden. Zelfs na het verlies in de groepsfase reden auto’s met rode Algerijnse vlaggen uit het raam toeterend door de straten van Parijs.

De sfeer in de aanloop naar het huidige EK is niet veel beter en opnieuw vooral om redenen die buiten het voetbal liggen. Dat begon met de wonderlijke affaire rond Karim Benzema, die ervan verdacht wordt jeugdvrienden uit een cité bij Lyon te hebben geholpen bij het afpersen van zijn mede-international Mathieu Valbuena met een sekstape. Hoewel er juridisch geen bezwaar was de meest succesvolle Franse spits in lange tijd mee te nemen, koos bondscoach Didier Deschamps ervoor Benzema thuis te laten.

Hij had weinig keus. Premier Manuel Valls had in december al verordonneerd dat er voor een speler als Benzema geen plaats in het nationale elftal is. Valls weet wat leeft onder de mensen: Benzema mag bij Real Madrid een ster zijn, een ruime meerderheid van de Fransen liet in een peiling kort na de aanslagen in Parijs weten hem niet te mogen. De banlieue is meer suspect dan ooit en Benzema cultiveert juist die herkomst.

Gespuugd tijdens Marseillaise

Voorafgaand aan de emotionele oefenwedstrijd tussen Engeland en Frankrijk op Wembley, drie dagen nadat zelfmoordterroristen hadden geprobeerd het Stade de France tijdens Frankrijk-Duitsland binnen te komen, zou Benzema bovendien tijdens de Marseillaise op de grond gespuugd hebben. Zelf ontkent Benzema dat er enige samenhang was, maar de toon bleek gezet.

Hoewel Benzema’s kennelijke gedrag tegenover Valbuena niet valt goed te praten, zijn de ongewoon felle reacties niet los te zien van de verharding van het Franse klimaat sinds de aanslagen in november en de instelling van de nog altijd geldende noodtoestand. Was de voetballer wel solidair met de zo zwaar getroffen natie?

Niet alleen Benzema, die net als Zidane uit een Algerijnse familie komt, ook de dit seizoen zeer succesvolle Frans-Tunesische middenvelder Hatem Ben Arfa (OGC Nice) speelt niet mee bij het EK. Deschamps, de aanvoerder van Les Bleus in 1998, toont zich zo een „marionet” van de Franse politiek, zei oud-international Eric Cantona tegen The Guardian. Hij betichtte de coach ervan moedwillig twee topspelers met Noord-Afrikaanse wortels buiten de selectie te houden. Deschamps is „gezwicht voor een racistisch deel van Frankrijk”, oordeelde Benzema zelf deze week.

Een herhaling van ‘black-blanc-beur’ zit er daarom dit jaar niet in, noteerde romancier François Bégaudeau nuchter in Le Monde. „In het beste geval kunnen we spreken van een ‘black-blanc’ overwinning”, schreef hij, want bij de 23 van Deschamps zijn geen ‘beurs’ (Arabieren) vertegenwoordigd.

Weinig Arabieren

Daar is de verbroedering die Frankrijk nu zo goed zou kunnen gebruiken volgens Bégaudeau niet mee geholpen, maar opnieuw waren politieke motieven belangrijker dan sportieve criteria. „In geval van winst zullen er even weinig Arabieren op de Champs-Élysées zijn als op 11 januari op Place de la République”, concludeerde hij met een verwijzing naar de ‘republikeinse mars’ na de bloedbaden in januari 2015.

Verbroedering: dat is wel waar president François Hollande op gehoopt had. Net als bij Frankrijk-Duitsland op vrijdag 13 november, toen terroristen toesloegen maar de wedstrijd werd uitgespeeld, zal de president bij alle optredens van Les Bleus op de tribune zitten. Hij heeft coach Deschamps ontboden op het Élysée (maar zich volgens Le Monde niet bemoeid met de selectie) en zal waarschijnlijk in het trainingskamp in Clairefontaine met het nationale elftal een vorkje meeprikken.

‘Euro 2016’, en vooral een succesvol toernooi voor Frankrijk, kan volgens Hollande het murw geslagen land „in goed humeur brengen”, verklapte een medewerker van het Élysée aan Le Figaro. Een jaar voor de presidentsverkiezingen probeert hij uit te leggen dat het best een beetje beter gaat met Frankrijk sinds hij president is. Winst van Les Bleus en een feestje op de Champs-Élysées kunnen volgens een adviseur „bewijzen dat de samenleving er acht maanden na de aanslagen beter voor staat”.

Maar dat is misschien wat veel gevraagd van een team waarvan volgens een peiling van onderzoekbureau BVA vooralsnog 53 procent van de Fransen een „slecht beeld” heeft. Nu nog geen enkele wedstrijd gespeeld is, denkt slechts een op de tien Fransen dat Frankrijk in staat is Europees kampioen te worden. Maar: „Impossible n’est pas français”, zou Napoleon ooit gezegd hebben. Het is, tegen de klippen op, al jaren de slogan op de Franse spelersbus.

    • Peter Vermaas