Column

Mensen met schulden zijn feitelijk overspannen

Waarom steken mensen met schulden hun hoofd in het zand? Waarom laten ze enveloppen ongeopend, blijven ze weg bij afspraken, negeren ze dwangbevelen en laten ze sollicitaties lopen? Half april schreef ik hier over de 3,4 miljoen Nederlanders met riskante of problematische schulden. Ze worden behandeld als calculerende profiteurs die tot inkeer gebracht moeten worden. Met verhogingen, boetes, naheffingen en dwangincasso’s.

Hulpverleners zien vooral machteloze mensen, die er ‘niet meer uit komen’. Dat geldt voor zowel de intelligente ondernemer als de marginale werknemer. Hoe kan dat? Is ontwijkgedrag te beïnvloeden, anders dan met de botte bijl? Wie daar antwoord op zoekt, loopt aan tegen de bestseller Scarcity van de Harvard-economen Mullainathan en Shafir over de psychologie van tijd- of geldgebrek. Zij laten zien dat schulden het denken gaan beheersen – ze leggen beslag op je mentale capaciteit.

De focus op overleven wordt totaal. Persoonlijkheid, culturele en sociale opvattingen, locatie en opvoeding bepalen armoede uiteraard ook – in ieder geval deels. Maar schuldenaren kun je het beste zien als overspannen, gericht op de korte termijn, behept met tunnelvisie – dus selectief blind – en niet goed in staat tot planning en organisatie. Hun hoofd loopt om, letterlijk.

Armen scoren juist slecht, als het gaat om het vermogen zichzelf te managen. Je medicijnen niet innemen komt in alle inkomensklassen voor, maar armen zijn er het slechtst in. In Afrika blijken de armste boeren het minst hun akkers te wieden, wat toch een efficiënte vorm van inkomensverhoging is. Armen zijn als ouders en opvoeders ook kwalitatieve hekkensluiters.

Schulden vormen een zware cognitieve belasting. Wil je armen dus begrijpen, aldus de auteurs, stel je dan iemand voor die met zijn gedachten elders is, snel van streek raakt en zichzelf moeilijk in de hand houdt. Van schulden slaap je slecht – is d de kans groot dat zo iemand moe is. Het ontbreekt armen dus niet aan vaardigheden of motivatie, maar letterlijk aan energie, mentale capaciteit en ‘vrijheid van geest’. Dat leidt ertoe dat ze hun afspraken bij de hulpverleners nauwelijks nakomen. En dat leidt weer (mede) tot hulpafhankelijkheid.

Het vergroten van de druk met boetes, verhogingen, limieten, termijnen en gedragsplichten heeft weinig zin. En toch doen we dat. Bij een groep die aan tunnelvisie lijdt – waar alle toekomstige problemen steeds moeten wijken voor die van vandaag. Dat geldt ook voor straffen en beloningen: hoe verder weg ze liggen, hoe minder ze in de tunnel doordringen. Prikkels werken pas als mensen ze kunnen zien.

Hoe kun je deze schuldenaren doelmatig bejegenen? De twee auteurs houden het simpel. Hou bij het organiseren van scholing rekening met uitval: maak het makkelijk gemiste dagen of blokken in te halen. Alles wat je voor of met deze groep doet, moet ‘ fout-tolerant’ zijn. Armen die de uitdaging aangaan om uit hun penibele situatie te komen, moeten makkelijk succesvolle stappen kunnen zetten. Resultaten motiveren, sancties of harde prikkels niet. De capaciteit om teleurstellingen te incasseren is ook bijzonder klein. Hou de stappen dus klein en eenvoudig. Vervang lange termijn-limieten, plichten of sancties door tussentijdse regelmatige deadlines, liefst met minder ingrijpende gevolgen. Dus liever uitkeringen eerder verlagen dan langer laten doorlopen en dan stoppen.

Hetzelfde geldt voor scholing: simpel, dicht bij de praktijk, makkelijk toepasbaar. Financiële steun: maak het laagdrempelig, snel en beperk het tot kleine bedragen. Armen zijn constant bezig met brandjes blussen. Voor de samenleving als geheel geldt: investeer in gemoedsrust. Het leidt tot minder armoede.