Opinie

    • Hugo Camps

Kiki

De enige vrouw in de sport voor wie ik ooit een wekker heb gezet, was Yvonne van Gennip. Calgary ’88. Een meisje uit Haarlem won drie gouden medailles op de Olympische Winterspelen. Bij thuiskomst werd ze bejubeld door zestigduizend verliefden. Koningin van het volk.

Yvonne was een schuchtere kampioene met een getralied hart. Maar haar wonderschone glimlach was onweerstaanbaar. Een lach om in te kaderen.

Schitterende sportvrouwen als Leontien van Moorsel, Ireen Wüst, Marianne Vos en Dafne Schippers werden volkshelden, maar de aanbidding van Yvonne van Gennip hebben ze niet. Ik denk dat het met kwetsbaarheid te maken heeft. De schaatskampioene van Calgary bleek fragieler dan haar palmares. Soms zag je haar nog in een humanitaire présence, maar tot commercieel mediageweld liet ze zich niet verleiden. Ze droeg een last van haar alleen.

Kiki Bertens heeft het magnetische parfum van Van Gennip. Ze is meer dan een halve finale tegen Serena Williams op Roland Garros. Je wil samen koffie drinken, mysterie zijn. Niet voor diepgaande gesprekken, maar om te proeven van haar vrolijkheid en hartstocht. In alles een Hollandse vrouw met de potentie van een ansichtkaart.

Quasi uit het niets in de halve finale staan op Roland Garros is geschiedenis schrijven. Natuurlijk was ze beloftevol, maar blessureleed en onzekerheid over haar gezondheid hielden haar twee jaar op. Niemand associeerde haar nog met een tenniswonder. Tot ze nu dan in Parijs losging. Met kracht en souplesse, met geloof en vertrouwen. Het blonde sneeuwvrouwtje had vanaf de eerste wedstrijd het publiek mee. Op het thuisfront was ze de voorbije weken klokvast geworden voor televisiekijkend Nederland. Het gevoel ‘Zij is van ons’ kwam in Kiki voor het eerst weer helemaal terug. Met Dafne en Marianne is de afstand groter.

Het verhaal ging dat Bertens leed aan faalangst. Daar is een sportpubliek gevoelig voor, want dat herkennen ze bij zichzelf. Faalangst is brandstof voor sympathie. Het mooie aan Kiki is dat je in de roes van de overwinning nog steeds het restant van faalangst kon zien. Ze hield het kort en zakelijk in interviews, keek nooit recht in de camera. Er viel geen smash meer te rapen, na de wedstrijd.

Ze bezondigde zich ook niet aan een litanie van dankbaarheid waar tennissers een patent op hebben. Allicht deelde ze het succes met haar coaches en begeleiders, maar ze maakte er geen familiegebed van. Overigens is ze zelf te springerig en te guitig om er een bidprentje bij te denken. Kiki Bertens is een glanzende waterspiegel die uitnodigt voor een frisse duik.

Ze was dertien toen ze met coach en vertrouwenspersoon Van der Brugghen een bezoekje bracht aan Roland Garros. De omgeving en de ambiance intimideerden haar. Ze kon zich niet voorstellen dat ze daar ooit zou staan. De afgelopen weken intimideerde zij de tegenstanders. Zelfs Serena Williams moest diep gaan om de eerste set te winnen. Het gezicht van Bertens stond in vuur: krijger aan net en baseline, ondanks een kuitblessure. Door een moment van concentratieverlies verloor ze van Serena, maar ze speelde een geweldige partij.

Stormend de top tien van het vrouwentennis binnen, het is nog een kwestie van details. Ze heeft de mannen achter zich gelaten als sukkels. Het Nederlandse tennis is feminien.

Schattig en ontroerend was hoe ze na de laatste slag in de kwartfinale minuten lang op haar hurken ging zitten. Vastgeschroefd in het heilige gravel, alsof ze daar nooit meer weg wilde.

    • Hugo Camps