Johnny, eeuwige kwajongen

Hij had miljonair kunnen zijn, maar het liep allemaal anders. Beursellende en drie huizen kwijt na een zwart-geldaffaire bij Saint-Étienne. Maar hij heeft nog steeds „een rijk leven”. Op Texel is een wielertoertocht naar hem genoemd. „De wildste jaren zijn wel voorbij.”

Johnny Rep na zijn eigen wielerronde op Texel. Liggend zijn biograaf Mark van den Heuvel. „Nou, ik heb het niet uitgefietst, maar het was wel mooi weer.” foto jan dirk van der burg

In het Stay Okay Hotel bij Den Burg (Texel) zat John Rep in wielerkleding op een bank, in de ene hand een glas Chardonnay, in de andere een flesje water. Naast hem, liggend, zijn biograaf Mark van den Heuvel, bezig aan zijn tweede biertje. Hij had de Johnny Rep Classic, een naar de oud spits van Ajax, Valencia, Bastia, AS Saint Étienne, PEC Zwolle, Feyenoord, FC Haarlem en het Nederlands elftal genoemde wielertoertocht over het eiland, wel uitgereden. John had na drie kilometer moeten opgeven.

„Toch jammer”, zei John, „ik ben nog wel naar de fietsenmaker geweest.”

De bedoeling was een gesprek over Frankrijk, waar hij voetbalde voor SEC Bastia en AS Saint-Étienne en het EK, maar zo gemakkelijk ging dat niet.

De biograaf: „Het is niet echt een biografie die we aan het maken zijn, meer een roadtrip. Op pad met Johnny Rep. We zijn vorig jaar begonnen, het eerste hoofdstuk gaat over de Johnny Rep Classic, vandaag is het weer Johnny Rep Classic. Dat wordt laatste hoofdstuk. Mooi rond.”

Rep: „Vorig jaar regende het behoorlijk, vandaag is het mooi weer. Helemaal toppie. Terwijl ze voor de hele week helemaal geen mooi weer verwacht hadden, gisteren was het ook al mooi.”

Knikkend naar zijn biograaf: „Ja, hij is een jaar meegelopen. Hij heeft genoeg, denk ik. Er is niets gebeurd. Ik heb gewoon mijn ding gedaan.”

De biograaf: „Ik moest ook naar Spanje komen. Zijn vriendin heeft een restaurantje in Carihuela, bij Torremolinos. Daar ben ik ook geweest, dat was wel een hoogtepuntje.”

Rep: „Voor hem was dat wel een hoogtepunt. ‘Uwe Majesteit’ heet het, dat ligt naast ‘De Klikspaan’. Ik help haar in de bediening.”

Een vriend, ook in wielerkleding, passeerde.

Johnny: „Dat is Jeroen, Jeroen Mantel. Die heb ik leren kennen bij de boekpresentatie van mijn vorige biografie. Waar was dat ook al weer? In Wijk bij Duurstede?”

Jeroen Mantel: „Nee, in Houten.”

Rep: „Waardeloos, was het. Het was waardeloos, toch?”

Jeroen Mantel: „Stonden we daar om tien uur ’s morgens met een glas champagne, maar er was niemand aanwezig.”

Rep: „Het was bij een voetbalruilbeurs, echt slecht. Hoe lang is dat al weer geleden? Vijf jaar? Ik weet het allemaal niet meer hoor, een jaar vliegt om.”

Johnny Rep woonde officieel in een 55-plus woning, schuin achter slagerij Deken in Wormerveer. Vandaar fietste hij regelmatig naar Texel, waar hij veel vrienden heeft.

„Ik had dik miljonair kunnen zijn, maar dat is niet het geval. Er zijn allemaal dingen fout gegaan. Effectenbeurzen die naar beneden gingen, en door die zwart geld affaire bij Saint-Étienne raakte ik in een keer drie huizen kwijt. Niet zo leuk, maar ik heb nog steeds een rijk leven. Ik heb meer gevoel bij Bastia en Saint-Étienne dan bij Ajax. Ajax is killer, als ik bij Saint-Étienne kom zit ik meteen naast de voorzitter. Dat is heel anders, daar ben ik nog een gewaardeerde kracht.”

De biograaf: „Bij Ajax moet je een pasje hebben, hè?”

Rep: „Je komt bijna nergens binnen, man! Bij Saint-Étienne loop ik gewoon overal doorheen. Drie weken geleden stond ik nog op het veld, draaiden ze dat nummer (‘Johnny Rep’) dat die gasten van Mickey 3D over me hebben gemaakt. Dat doet je dan toch wat.”

De biograaf: „Johnny is de eeuwige kwajongen, dat wordt toch wel de rode draad in mijn boek. Hij wilde eerst dat het boek ‘Hoeren en sloeren met Johnny Rep’ ging heten, maar dat gaat ’m denk ik toch niet worden. We overwegen het boek ‘Buitenbeentje’ te noemen.”

Rep: „Ik weet het niet hoor, de wildste jaren zijn wel voorbij geloof ik.”

De biograaf: „Torremolinos was heel gezellig, toch John?”

Rep: “Ik heb nog nooit een beroep gehad. Voetbal is hobby. Na mijn carrière als trainer van de Zwarte Schapen – een hele leuke tijd – en trainer van VV Texel ’94 – ook leuk – ben ik nog een tijdje scout geweest bij Almere City FC, tegenwoordig geef ik alleen nog maar punten voor De Telegraaf. Ik had ook wel in die praatprogramma’s willen zitten, maar dan moet je wel gevraagd worden. Het is allemaal vriendjespolitiek.”

Mark van den Heuvel bleek het gesprek ook op te nemen.

„Niet om je te controleren, maar gewoon voor het geval hij iets zegt wat hij nog niet heeft gezegd.”

Rep: „Pas op hoor, het is een gluiperd.”

Het gesprek ging eindelijk over het EK.

John: „Ik ga niet al die wedstrijden kijken, daar heb ik geen geduld voor. Frankrijk speelt thuis en die barsten van het talent dus dat is voor mij dan toch wel een kanshebber. Ze hebben gewoon een heel goed elftal. En verder België, Spanje en Italië. Nederland doet niet mee, het is toch niet om aan te zien? Bij Ajax verveel ik me ook te pletter. Ik zit al na een kwartier op mijn klokje te kijken of het al rust is. Dat deed ik niet toen Suárez er nog speelde.”

De biograaf: „Toen werden ze alleen geen kampioen.”

Rep: „Maar dat was wel een genot om naar te kijken. Met z’n bijten en met z’n schwalbes, er gebeurde altijd wat. Twee jaar geleden konden ze Zyech ophalen bij SC Heerenveen, die laten ze zo lopen.”

De biograaf: „John vindt dat er slecht gescout wordt bij Ajax.”

Rep: „Ja belachelijk, Gudelj, verschrikkelijk. Moesten ze geloof ik ook de rest van die familie afnemen. Belachelijk.”

Er passeerde een vrouw van middelbare leeftijd.

Rep: „Kijk dan, dat is mijn dochter! Die heeft tachtig kilometer gefietst.”

Roepend: „Netjes, hoor! Goed gedaan.”

Rep: „De hele familie is er hoor, een mannetje of zes. Ze hebben ’m allemaal gefietst, de Johnny Rep Classic, maar zelf was ik na drie kilometer klaar. Alles was stuk.”

De biograaf: „Het wordt steeds minder. Vorig jaar vijf kilometer, dit jaar drie.”

Rep: „Alles – alles – alles ging stuk. Alles naar de kloten, ik was klaar.”

Zijn dochter kwam er bij staan.

De biograaf: „Ik ga haar zo interviewen. Over vroeger.”

Rep tegen zijn dochter: „Lekker gedoucht?”

Na de vraag ‘Is het leuk om de dochter van John Rep te zijn?’ betrok haar gezicht.

„Verschrikkelijk”, zei ze.

De biograaf: „Johnny, wat vond je ervan dat Nederland zich niet heeft gekwalificeerd voor het EK, met IJsland en zo?”

Rep: „Achterlijk, maar er zat ook geen enkele beleving in. Zelfs in 1980 waren we beter. Het EK na een WK-finale is altijd een puinhoop. In 1976 was het ook kut, die Knobel had het helemaal niet onder controle. 1980 was ook kut, toen zat er ook helemaal niemand te kijken. Zelfs niet tegen Duitsland in Napels. Stond ik weer tegenover Horst Hrubesch, ken je die nog Horst Hrubesch? En Manfred Kaltz? Daar had ik een hekel aan, aan Horst Hrubesch. Een paar maanden eerder wonnen we met Saint-Étienne met 0-5 bij HSV. Sta ik nog op de foto met een raar hoedje op. Dan ben je blij hé, dat zijn bijzondere wedstrijden. PEC Zwolle weet ik ook nog veel van, dat was ook een leuk jaar. Ook groene shirts, net als Saint-Étienne, met Dr. Schupp er op.”

De biograaf: „Het eerste jaar van Co Adriaanse als trainer, toch?”

Rep: „Toen die kwam was ik snel weg, dictators is niet echt mijn ding. Ik ben een gevoelsmens, dus.”

Er passeerde weer een bekende, iemand van het goede doel waar ze die ochtend voor gefietst hadden.

Rep: „We zijn even aan het interviewen.”

De biograaf tegen zijn dochter: „Zullen wij ook gaan interviewen?”

Ze liepen weg.

Rep: „Ja, dat is mijn dochter. Die heeft dat natuurlijk ook allemaal ervaren, dat ik overal herkend werd en zo. Zelf heb ik daar geen moeite mee. Ik word overal meer herkend dan bij Ajax, die Overmars doet altijd alsof hij mij niet ziet. Die vergeet me elke keer te bellen als ze een scout zoeken. Ik had Gudelj nooit gehaald en de rest van die familie ook niet. Had ze veel geld bespaard, denk ik.”

Later die middag reikte Johnny Rep de medailles uit aan de tourfietsers. Hij hield een korte toespraak.

„Nou, ik heb het niet uitgefietst, maar het was wel mooi weer. Dus dat is verder top.”

    • Marcel van Roosmalen