Je moet geen heilige proberen te zijn

De massale immigratie van moslims in Europa is geen goed idee, vindt de Hongaarse schrijver György Konrád. „Iedereen die niet goed integreert, is geneigd zich tegen zijn omgeving te keren.”

Schrijver György Konrád: „Een kwart van de mensheid leeft in een democratie, driekwart niet. Die kwart kan nooit die driekwart opnemen.” Foto Andreas Terlaak

Middenin de vluchtelingecrisis, toen duizenden mannen, vrouwen en kinderen zich vorige zomer aan de Hongaarse grens meldden, kwam György Konrád met een even duidelijke als verrassende uitspraak: islam is een gevaar voor Europa, Europa moet zijn grenzen beter bewaken.

De Hongaarse schrijver Konrád? De voormalige dissident, de links-liberaal, voorvechter van de rechtstaat waarin ieder individu dezelfde rechten heeft? Met eenzelfde standpunt als zijn premier, de rechtspopulistische Viktor Orbán?

Zijn eigen vrienden in Boedapest konden het niet geloven. Een kleine delegatie van oud-dissidenten probeerde hem op andere gedachten te brengen. Tevergeefs, Konrád behoudt zich het recht voor om een eigen mening te hebben, zelfs als hij het op een enkel punt eens moet zijn met zijn premier die hij overigens beticht van maffiapraktijken en „een grote bek”.

De politieke ontwikkeling van de Hongaars-Joodse schrijver begon, vertelt hij, toen hij als vijfjarige op de schoot van zijn Beierse kindermeisje Hilda naar de radio zat te luisteren waar een hysterische stem opriep om alle Joden uit te roeien.

Dat moet 1938 geweest zijn. Konrád werd in 1933 geboren en is nu 83 jaar oud. Fascisme en het daaropvolgende communisme hebben de wereld van zijn jeugd volstrekt weggevaagd.

In zijn geboortedorp Berettyóújfalu in het oosten van het land, zijn alle Joden in 1944 weggevoerd. Van zijn klas zijn slechts drie kinderen teruggekomen. Zelf was Konrád kort tevoren met zijn zusje naar Boedapest gevlucht nadat zijn ouders door de Gestapo waren gearresteerd.

Niet alleen de mensen verdwenen, ook het soort leven dat de Konráds als gegoede burgers in het dorp hadden geleid, zou nooit meer terugkeren nadat de communisten na de oorlog de macht hadden gegrepen.

Het ene totalitaire systeem volgde het andere op. „We waren als Jood vijanden van de staat onder het fascisme, daarna als bourgeoisie vijanden van het communisme, en vervolgens werd ik als intellectueel ook als staatsvijand bestempeld.”

In een zangerig Engels, dat halverwege het gesprek plotseling overgaat in Duits, zegt Konrád met zachte, innemende stem: „Persoonlijk heb ik alle recht om achterdochtig te zijn.” We zitten in een hotel aan een van de Amsterdamse grachten. Konrád, een regelmatige bezoeker van Nederland, is in de stad voor het Re:Creating Europe festival. De vluchtelingenvraag knelt en moet als eerste op tafel. Ziet hij in de islam werkelijk een bedreiging voor Europa?

„Nou dat is een beetje simpel voorgesteld, maar het is wel zo dat ik geloof dat de meeste moslims de godsdienst boven de staat stellen. De islam heeft geen renaissance doorgemaakt, geen verlichting. Als je Turken vraagt of de religieuze leiders het laatste woord moeten hebben, dan zegt 85 procent ja. In Europa is dat maximaal 12 procent. Dat is een fundamenteel verschil in mentaliteit.”

En daarom moeten ze geweerd worden?

„Tot voor kort was de immigratie redelijk gereguleerd. Er kwamen moslims, maar die kwamen individueel en die werden opgenomen door de verschillende landen. Dat was geen collectieve mars, zoals nu. Daarbij heeft mevrouw Merkel met haar grote hart niet geholpen toen ze zei dat er geen beperkingen zouden zijn. Als mensen in nood zijn, zoeken ze een redder. Merkel werd hun godin en dat is logisch. Als ik in nood ben, hoop ik ook dat er goden en godinnen bestaan.”

Maar waarom is dat een bedreiging?

„Algemeen gezien is dat geen bedreiging. Heel weinig moslims zijn jihadstrijder. Maar als je het omdraait, dan moet je vaststellen dat misschien wel 80 procent van de terroristen moslim zijn.”

Dus?

„Iedereen die niet goed integreert, is geneigd zich tegen zijn omgeving te keren. Het is niet toevallig dat de daders van de aanslagen in Parijs en Brussel niet geïntegreerd waren. Mislukte, kleine boefjes die hun frustratie hebben omgezet in daden.”

Konrád vervolgt dat hij zelf ook zou proberen om naar het „gelukkige” noordwesten van Europa te vluchten, als hij in het Midden-Oosten of Afrika woonde. „Slechts een kwart van de mensheid leeft in een democratie, driekwart niet. Die kwart kan nooit die driekwart opnemen.” Een scherper toelatingsbeleid én meer geld naar de regio’s voor een beter leven is volgens de Hongaar het antwoord.

Maar dat is precies wat Europa probeert.

„Nee, daar is Europa behoorlijk karig in. En bovendien ook nogal hypocriet. Enerzijds zeggen dat mensen welkom zijn en ze anderzijds laten verdrinken in rubber bootjes. Als het ons echt menens is moeten we aan de poort gaan staan en zeggen: welkom, u bent gast in ons huis. Nu staan we alleen maar treurig toe te kijken, hoe de mensen verdrinken.”

Is naastenliefde geen Europese waarde?

„Ik heb niet bepaald de indruk dat de grootmoedigheid groeit in Europa. Ik ben het wel eens met de paus die zegt dat we iets moeten doen en zelf twaalf vluchtelingen opneemt in het Vaticaan. Dat vind ik goed, je moet doen wat je kan, maar niet hypocriet zijn en meer beloven dan je kunt waarmaken. Je moet geen heilige proberen te zijn, het is al mooi als je fatsoenlijk bent. Dat is al moeilijk genoeg. Ik ben bang dat de Duitse reactie voortkwam uit de behoefte om iets goeds te doen, iets héél goeds...”

Omdat het land zulke vreselijke dingen op zijn geweten heeft in Europa?

„Precies. Als we nu aardig zijn tegen de moslims, kunnen we misschien iets goed maken van wat we de Joden hebben aangedaan. Daar hou ik niet van. Merkel is een domineesdochter, zij probeert de eer te redden.”

Dan onderbreekt Konrád zijn eigen betoog en neemt een slokje tonic. „Misschien tijd voor een kleine anekdote”, glimlacht hij en vertelt van zijn ervaringen in een dorpje bij het Balatonmeer waar hij een buitenhuis heeft. Op de eerste dag werd hij daar meteen aangesproken door een buurvrouw die zich beklaagde over de zigeuners in het dorp. Of Konrád daar als man met invloed iets aan kon doen. Misschien zelfs wegjagen.

„Na een paar dagen heb ik haar gevraagd, tante Tereza, moet die oude grootmoeder ook weg? Nee zei ze, die zorgt voor haar kleinkinderen. En die jonge moeder? Nee die ook niet. Maar die Gyula wel, dat is een slechte man!”

Tante Tereza is bang voor de groep, maar niet voor het individu, legt Konrád uit. De groep zigeuners moet weg, maar de individuele zigeuner mag blijven. De politiek en de media veralgemeniseren. Dat leidt tot idiote ideeën zoals het referendum dat premier Orbán wil houden over de toelating van migranten.

Gaat dat referendum door?

„Ja, maar het zal waarschijnlijk niet geldig zijn omdat minstens 50 procent van de stemgerechtigden zijn stem moet uitbrengen. Dat gaat niet gebeuren.”

Ongemerkt zijn we van de vluchtelingenproblematiek beland in de binnenlandse Hongaarse politiek waar premier Viktor Orbán met een meerderheid van tweederde de dienst uitmaakt.

Toch zegt u dat men zich afkeert van de politiek?

„Ja.”

Ook van Orbán die zoveel macht heeft?

„Hij is een klein, slim mannetje dat zich enorm heeft opgeblazen. Maar we hebben inderdaad een democratisch probleem. De democratische oppositie is versplinterd, en de niet-democratische regeringspartij bestaat slechts uit één man, één staat, één volk en één leider.”

En dat is het resultaat van de democratische ontwikkeling sinds het einde van het communisme in 1989?

„Deze samenleving wordt steeds belachelijker. Deze maffia floreert. Maar op een gegeven moment komt er altijd strijd binnen een maffia en nemen de sterksten het tegen elkaar op.”

Lijkt Orbáns Hongarije op Polen dat ook steeds autocratischer wordt?

„Nee, de Hongaren zijn veel minder vroom. Ze zijn eigenlijk nogal heidens. Orbán laat zich het liefst zien terwijl hij worst maakt of palinka stookt, zinnelijke bezigheden. Jaroslaw Kaczynski [de leider van de regerende partij voor Recht en rechtvaardigheid (PiS) in Polen, red.] is veel meer ideologisch en religieus. Orbán is dankzij zijn stromannen misschien wel de rijkste man van het land.”

Waar gaat de Hongaarse democratie heen?

„Er gebeurt van alles. Orbán heeft nu de oorlog verklaard aan iedereen met een diploma: vaklui, leraren. Iedereen is boos. Maar voorlopig is hij nog sterker.”

Dan vormt zich een korte glimlach op het doorgroefde gezicht van de Hongaar. „Ik denk dat hij de EU nog een hoop last zal bezorgen.”

U zegt het alsof hij een stout kind is.

„Eerder iemand met een grote bek. Echt dapper is hij niet, hij zal niet tot het uiterste gaan.”

En wat moet het antwoord van Europa dan zijn?

„Streng zijn, strengere financiële controle. De zakken van Orbáns vrienden bulken van het Europese geld. De EU is onze oliebron. Strenger aanpakken dus.”

Maar om binnenslands iets te veranderen moeten de mensen de straat op.

„Er hebben al meer dan honderdduizend mensen op het plein voor het parlement gestaan. Leraren, verpleegsters.”

Wat verbindt ons eigenlijk? Hebben we wel gemeenschappelijke waarden in Europa?

„Die vragen zijn te moeilijk! Hebben Nederlanders en Duitsers dezelfde waarden? Zijn Nederlanders in essentie veel democratischer dan Oost-Europeanen? In Nederland is 68 procent van de Joden gedood. In Hongarije precies hetzelfde percentage. Dat was het Europese gemiddelde. Dus niemand heeft veel recht zich goed te voelen, we hebben allemaal veel reden om ons te schamen. Daarom zeg ik, we proberen dezelfde rechten en waarden na te streven en dat is niet gemakkelijk. Wat dat betreft ben ik realistisch.”

Dus we worden eerder door onze geschiedenis verbonden dan door onze waarden?

„Zo is het. Je moet dieper gaan. Wat is Midden-Europa? Dat ligt tussen oost en west, niet waar? Maar ooit vochten de katholieken en de protestanten tegen elkaar. Noord tegen zuid. En als nieuwsgierig jongetje heb ik nog de verhalen gehoord, bij ons thuis aan tafel, over de slag bij Isonzo, in de Eerste Wereldoorlog, waar Oostenrijk-Hongarije en Italië tegenover elkaar stonden en bijna een miljoen mensen omkwamen. De geschiedenis bestaat uit bewegingen. In de Tweede Wereldoorlog kende Hongarije twee soorten Westen: de as Duitsland-Italië en de geallieerden, Engeland en Frankrijk. Voor een Oost-Europees land zijn twee soorten Westen een ramp, de dood. Wat moet ik kiezen? Bij wie moet ik me aansluiten? Dat leidt altijd tot massavernietiging. De essentie van Europa gaat terug op Karel de Grote die al wilde voorkomen dat Fransen en Duitsers elkaar in de haren vlogen. Dat is nu bereikt en dat is het fundament van Europa.”

    • Renée Postma