Wand met namen werkt heel goed

Ook sociologen moeten feiten checken. Het Holocaustmonument groot, groter, grotesk (28/5) wordt niet bijna vijf meter hoog. De muur wordt niet hoger dan twee meter, zodat de namen kunnen worden aangeraakt. Vijf feiten die socioloog Herman Vuijsje in zijn artikel niet noemt:

1) Nergens zijn in de door Duitsland bezette gebieden, op Polen na, zoveel Joodse baby’s, kinderen, mannen, vrouwen tot en met bejaarden vermoord als in Nederland.

2) Er is geen tastbare, zichtbare plek waar de grootste moord in Nederland aanschouwd wordt.

3) Er is grote ongerustheid bij de Joodse bevolking in Nederland (en daarbuiten) over de enorme toename van het antisemitisme, 70 jaar na de oorlog.

4)Docenten met veel allochtone leerlingen durven niet meer over de Holocaust te praten. Antisemitische opmerkingen liggen erg makkelijk in de mond. Mano Bouzamour (Het Parool): „Antisemitisme is net zo gewoon als ademen.”

5) De namenwand zal een belangrijke educatieve rol spelen. Iedereen ziet straks met eigen ogen, en kan het zelfs aanraken, wat er is gebeurd: van baby’s tot en met bejaarden in de Tweede Wereldoorlog in Nederland.

Ik heb in het hoger onderwijs gewerkt. Niets werkt beter dan met leerlingen ergens naar toe gaan en met elkaar praten over wat je ziet, hoort, voelt.

De aanraakbare namenwand zal ook een belangrijke rol vervullen als er geen overlevenden meer zijn. Geschiedenisonderwijs en maatschappijleer over de Holocaust zullen hierdoor nieuw elan krijgen.

Onderwijssocioloog Amsterdam

    • Drs. Theo van Praag