Het zou pas in 2050 zó hard gaan regenen

Nederland is best goed voorbereid op de verwerking van regen. Maar in de plannen waren de extreme buien van nu pas voorzien voor 2050.

Een inwoner van Roermond ruimt het huis op nadat de vloer heeft blank gestaan door de wateroverlast van de afgelopen dagen. Foto Piroschka van de Wouw / ANP

Bij de meeste vergaderingen van waterschappers staat het onderwerp tegenwoordig steevast op de agenda: wateroverlast. „We zijn er druk over in gesprek”, zegt Wiebe van der Ploeg, bestuurder van het noordelijke waterschap Hunze en Aa’s en van de Unie van Waterschappen.

De urgentie daarvan blijkt deze week opnieuw door de overstromingen in Oost-Brabant en Limburg. Er zal de komende jaren meer wateroverlast volgen, verwacht Van der Ploeg. „We hebben te maken met extreme buien. Dat heeft alles te maken met klimaatverandering. De veranderingen gaan sneller dan wij vijftien jaar geleden hebben gedacht.”

Er zijn de eerste tien jaren van deze eeuw veel plannen gemaakt en uitgevoerd die waren gebaseerd op modellen voor de verwachte waterhoeveelheden halverwege deze eeuw. Nieuwe wijken zijn uitgerust met grotere rioleringen die het afvalwater en het regenwater apart afvoeren; steden hebben vijvers en waterpleinen; boerenland kan worden gebruikt als tijdelijk waterbassin. „We hebben het watersysteem in Nederland redelijk op orde”, zegt Van der Ploeg.

Maar, zo blijkt uit de huidige extreme buien, „nu zijn we ingehaald”. Van der Ploeg: „We hebben te maken met piekbuien met een hevigheid en een duur die we pas in 2050 hadden verwacht. Je moet zeggen: 2050 is 2015 geworden.”

Er moeten méér maatregelen worden genomen. „Er moet méér ruimte komen voor het tijdelijk bergen van water”, zegt Van der Ploeg. Gemeenten moeten overwegen „of ze niet toch hun rioleringsplannen sneller moeten uitvoeren”, ook al moeten ze de belasting voor de burger verhogen; en de burgers moeten zélf zorgen voor meer waterberging, bijvoorbeeld door groene daken, het plaatsen van regentonnen, en „de stenen uit hun tuinen te halen en de graspollen er weer in te planten”.

Met de capaciteit van de Nederlandse rivieren heeft de huidige wateroverlast weinig te maken, zeggen rivierdeskundigen van Ruimte voor de Rivier. Dit nationale project, waarvan de kosten 2,3 miljard euro belopen, behelst 34 projecten zoals de aanleg van geulen in uiterwaarden en het verbreden van rivierbeddingen. Cor Beekmans: „De maatregelen zijn bedoeld om zeer hoge waterstanden in de winter te kunnen verwerken. De afvoer van rivierwater bij Lobith is nu 4.500 kubieke meter per seconde. Dat is heel veel voor een zomer, en dat komt zelden voor. Maar het is veel minder dan de 15.000 tot 16.000 kubieke meter per seconde waar wij in de winter rekening mee houden.”

    • Arjen Schreuder