Haal de passie uit het racismedebat

Lilian Thuram Een van de Franse voetbalsterren van het WK van 1998 was Lilian Thuram. Tijdens zijn profloopbaan speelde hij voor onder meer Juventus en Barcelona. Nu houdt hij zich bezig met het bestrijden van racisme en discriminatie, een onderwerp van discussie in Frankrijk waar het nationale elftal meestal niet-blank is. Simon Kuper sprak met Thuram.

Lilian Thuram: „De media gebruiken het voetbal om te verkopen. Weken- en wekenlang praten over een sekstape van het Franse elftal, dat gebeurt ook om mensen naar jouw krant of tv-zender te lokken.” Foto: CHRISTOPHE KETELS/BELGA PHOTO

Lilian Thuram (44) won in 1998 met Frankrijk het WK. De Frans recordinternational (130 interlands) is echter veel meer dan een voetballer. Thuram emigreerde als kind van Guadeloupe, een Frans overzees departement in de Caribische Zee, naar een buitenwijk van Parijs. Daar groeide hij op in een kosmopolitische omgeving – een van zijn amateurclubs heette Les Portugais, De Portugezen – en al jong raakte hij in de ban van het antiracisme.

We hebben geschreeuwd, gescandeerd, we waren gelukkig. En iedereen was gelukkig. Ik vind dat het mooie aan voetbal: die sterke emoties.

Hij voetbalde meer dan een decennium als verdediger in de wereldtop, bij clubs als Parma, Juventus en Barcelona. Maar daarna schakelde hij over naar iets heel anders. Thuram creëerde zijn eigen anti-discriminatiestichting, de Fondation Lilian Thuram. Hij geeft lezingen op scholen en distribueert studiebeurzen. In 2012 was hij met onder meer de Nederlandse antropologe Nanette Snoep medecurator van een veelgeprezen, doorwrochte historische tentoonstelling, ‘L’invention du sauvage’, ‘De uitvinding van de wilde’, in het Parijse museum Quai Branly.

Deze voetballer-intellectueel kan als geen ander de moeizame verhouding tussen de Fransen en hun veelal niet-blanke nationaal elftal analyseren. We spreken hem in een café nabij zijn woning in het chique 16de arrondissement van Parijs.

In 1998 won je hier in Parijs met Frankrijk het WK. Welke herinneringen blijven daarvan over?

„De glimlach op de gezichten van de mensen die ik tegenkom, die me aankijken en zeggen, ‘Dat was té mooi, ’98.’ Heel weinig mensen krijgen de kans een van hun meest krankzinnige dromen te zien uitkomen. Zelfs profvoetballer worden was een droom die ik nooit had gedroomd.

„Ik denk dat ’98 een heel positief ijkpunt is voor de Franse maatschappij. Bepaalde vraagstellingen werden toen duidelijker: waarom kan een elftal winnen met mensen van verschillende kleuren, godsdiensten, culturen, en waarom vind je diezelfde dingen niet terug in een regering of onder bedrijfsleiders?

„Ik bof, want nu mag ik de maatschappij analyseren omdat ik het geluk had dat WK te winnen. Wat me tegenwoordig echt interesseert, is mensen laten inzien dat iemand niet als racist wordt geboren, maar racist wordt.”

Als Fransen nu over het Franse voetbalelftal praten, gaat het vaak over etniciteit. De spelers worden gezien als symbolen voor alles wat slecht is aan de arme niet-blanke banlieue, de buitenwijken van de grote steden. Als de Franse spits Karim Benzema verdacht wordt van medeplichtigheid aan het chanteren van zijn teamgenoot Mathieu Valbuena over een sekstape, breekt meteen een nationale discussie uit over niet-blanke Fransen.

„Wat heeft een sekstape te maken met andere personen dan de direct betrokkenen? Hoe kun je mensen betrekken in een verhaal over een sekstape terwijl zij daar zelf niets mee te maken hebben? Dat is surrealistisch.

„De media gebruiken het voetbal om te verkopen. Weken- en wekenlang praten over een sekstape van het Franse elftal, dat gebeurt ook om mensen naar jouw krant of tv-zender te lokken. Als je ziet dat het tv-avondnieuws van 8 uur met Karim Benzema opent, dat is ongelofelijk.”

Maar waarom gaat zo’n voetbaldiscussie meteen over etniciteit?

„Dat is verbonden aan de Franse geschiedenis : het is vaak gebeurd dat mensen als illegitiem worden gepresenteerd. Veel mensen dragen hun eigen blanke huidskleur als iets superieurs, als iets dat legitiemer is. Dat heeft volgens mij ook te maken met – ik weet niet of dit het juiste woord is – jaloezie. Als jij de gewoonte hebt bepaalde mensen als minderwaardig te beschouwen, dan kan het een maatschappij ergeren als mensen van andere godsdiensten, andere huidskleuren en culturen, via het voetbal de bovenlaag van de maatschappij bereiken. Dat zie je als bepaalde mensen bij de Franse voetbalbond, waaronder een monsieur [François] Blaquart die technisch directeur is, zeggen: ‘Voilà, we hebben quota nodig voor mensen van een bepaalde huidskleur of etniciteit.’ Blijkbaar moeten niet te veel van dat soort mensen bovenaan de ladder komen.”

Je doelt op de beruchte geheime discussie binnen de voetbalbond, die in 2011 uitlekte, over de wenselijkheid van quota om het aantal zwarte spelers in jeugdopleidingen te beperken. Destijds veroorzaakte dat een groot schandaal. Is zo’n plan vandaag nog steeds denkbaar?

„Ik denk het wel. Ze hebben ervoor gekozen om monsieur Blaquart als technisch directeur te behouden, dat wil zeggen dat ze zijn ideeën niet zo erg vonden.”

De toenmalige bondscoach Laurent Blanc nam ook deel aan die geheime discussie. Hij was je ploeggenoot in het Franse elftal van 1998, maar je hebt hem publiekelijk bekritiseerd. Was daar moed voor nodig, gezien de omerta-cultuur in het voetbal?

„Nee, helemaal niet. Je moet gewoon aan de maatschappij uitleggen dat het abnormaal is dat je dertienjarige kinderen discrimineert. Ik denk dat Laurent Blanc in deze zaak van een totale naïviteit is geweest.”

Heb je dat met hem besproken?

„Ja, tijdens een bijeenkomst van de Frankrijk ’98 groep, om hen uit te leggen waarom ik me heb uitgesproken. Voor mij is dat quotaverhaal een gebrek aan respect tegenover een generatie spelers die de kleuren van Frankrijk heeft gedragen, en die een dubbele nationaliteit had. Er werd in hun gezichten gespuugd. Zelf heb ik geen dubbele nationaliteit, want ik kom van de Franse Antillen. Maar ik weet nog dat alle overwinningen die ik met het Franse elftal heb behaald, mede te danken waren aan de spelers met dubbele nationaliteit.”

Op het EK speelt straks een overwegend niet-blank Frans elftal, dat niet geliefd is bij de overwegend blanke fans.

„Volgens mij zijn de spelers van het Franse elftal nu wel geliefd. Je had de spelersstaking op het WK van 2010, dat erg slecht is ontvangen. Later had je problemen, ik geloof in 2012….”

De mensen willen maar één ding: van het Franse team houden. De meesten vragen zich niet af van welke huidskleur de spelers zijn.

Samir Nasri die op dat EK na een doelpunt een vervelend gebaar maakte richting de Franse journalisten. En daarna de sekstape, en een prostitutieschandaal rond bepaalde spelers.

„Al die verhalen beschadigden de liefde voor het Franse team. Het voetbal is de sport waar de mensen het meest van houden. En als je van iets houdt, dan kan dat morgen omslaan juist omdat je er zo van houdt.

„Maar ik denk dat het besluit van bondscoach Didier Deschamps om Karim Benzema niet voor het EK te selecteren, de mensen heeft aangemoedigd om dichter bij het Franse elftal te gaan staan. De mensen willen maar één ding: van het Franse team houden. De meesten vragen zich niet af welke huidskleur de spelers hebben. De media overdrijven, in verhouding tot de gevoelens van de bevolking.”

Ben je het eens met de uitsluiting van Benzema?

„Heel belangrijk in een spelersgroep is dat je de spelers er altijd aan moet herinneren dat het instituut belangrijker is dan zij zelf. In het verleden, bijvoorbeeld bij de spelersstaking in Zuid-Afrika, denk ik dat de spelers zichzelf belangrijker voelden dan het instituut, omdat het instituut daar niet duidelijk over was. Sindsdien hebben de spelers als gevolg van alle problemen geleerd dat ze zich zo correct mogelijk moeten gedragen.

„Didier Deschamps [Franse captain in 1998] is iemand met wie ik heb gespeeld. Het was een extreem intelligente speler, en ik denk dat hij een extreem intelligente trainer is, die een groep kan leiden. Ik denk dat spelers nu begrijpen dat als ze de groep en het instituut niet respecteren, de kans groot is dat ze eruit worden gegooid.”

Je begon als activist tegen racisme, maar nu kom je tevens op voor de gelijkheid van vrouwen en van mensen met andere geaardheid. Het is toch raar dat er geen profvoetballers zijn die voor hun homoseksualiteit durven uit te komen?

„Dat is niet raar. Die persoon heeft misschien geen zin om over zijn seksualiteit te praten. Toen ik voetballer was, heb ik nooit over mijn seksualiteit gesproken. En die mensen weten heel goed dat ze vervolgens misschien alleen daarop zullen worden beoordeeld, en misschien niet op een welwillende manier. De intelligentie vereist dus dat ze daar niet over praten.” [Lacht.]

Wanneer ben je je zelf bewust geworden van discriminatie tegen homo’s en vrouwen?

„Ik begon met nadenken over de relatie tussen de verschillende huidskleuren. Beetje bij beetje ging ik begrijpen dat hetzelfde mechanisme bestaat tussen man en vrouw, of rond homoseksualiteit. Ik kom uit een Antilliaanse maatschappij die heel homofoob is, en heel macho. Dus ik heb mezelf daar vragen over moeten stellen. Iedereen moet zichzelf over zijn eigen vooroordelen ondervragen.”

Dat is wat jij wilt van mensen die een dominante positie bezitten – blanken, bijvoorbeeld.

„Het is heel belangrijk dat mensen in een dominante positie begrijpen dat ze een dominante positie hebben. Je moet ze zover krijgen dat ze gaan nadenken, door ze te vragen, ‘Denk jij dat je blank bent?’ ‘Ach, ik heb mezelf die vraag nooit gesteld….’ ‘Ja maar ik ben zwart, dus wat denk jij dat jij bent ? Beschouw je jezelf niet als blank?’

„Als je een blanke huid hebt, dan ben je geprivilegieerd. Mensen hebben vaak moeite met zo’n gesprek. Dat is heel grappig: zij mogen praten over gekleurde mensen, maar als je hen zegt, ‘Jullie zijn blank’, dan beschouwen ze dat als een aanval.

„Maar ik wil de passie uit het debat halen, zodat we kunnen nadenken. Ik zeg dan, ‘Nee, ik heb het niet over jou. Ik zeg dat je moet nadenken over hoe de maatschappij functioneert.’ Als er mensen zijn die worden gediscrimineerd, dan zijn er ook mensen die worden bevoordeeld – dat is een optelsom. Neem het verhaal van Rosa Parks en de bus [de zwarte Amerikaanse weigerde in 1955 haar zitplaats in de bus aan een blanke te geven]. Als blanke kan je het je permitteren om later te komen, je zult toch een zitplaats in de bus krijgen. Als er zwarten zitten, zullen zij voor jou op moeten staan.”

Heb jij als activist het gevoel progressie te boeken? Raak je nooit gefrustreerd?

„Als je het hebt over gelijkheid, dan is dat een heel lang verhaal. Als we vandaag in deze maatschappij leven, dan komt dat omdat er gisteren en eergisteren mannen en vrouwen waren die onrecht aan de kaak stelden. Elke generatie zal dat werk moeten doen, omdat er personen zijn die hun privileges niet willen verliezen.”

Hoe ga jij het EK beleven?

„Als oud-voetballer, die met een bepaalde afstand zal kijken en de wedstrijden zal analyseren. En als Franse supporter. Ik hoop dat er een zekere communie van emotie zal zijn, want die macht heeft het voetbal.

Ik herinner me heel goed toen ik jong was, en in de regio Parijs woonde, in Avon dichtbij Fontainebleau, toen Frankrijk het EK ’84 won. Ik was twaalf jaar, en nadat Frankrijk de finale won, ik geloof tegen Spanje, zijn we de straat opgegaan. We hebben geschreeuwd, gescandeerd, we waren gelukkig. En iedereen was gelukkig. Ik vind dat het mooie aan voetbal: die sterke emoties. Je kunt naar iemand toegaan die je niet eens kent, en dat geluk met hem delen. Voor mij is voetbal bovenal gedeelde emoties, of het nou emoties van geluk of van droefheid zijn.”

Thuram staat moeizaam van zijn stoel op, en zucht diep. De botten klagen. „Ik voel me als een man van negentig. Waarom ben ik voetballer geworden?”