Opinie

Franse en Belgische stakingen zijn een achterhoedegevecht

Raffinaderijen, kerncentrales, de spoorwegen en de metro, de luchtvaart en afvalverwerking in Frankrijk. Cipiers, conducteurs, de brandweer, leraren, zorgwerkers en postbodes in België. De junimaand ten zuiden van Nederland begint onrustig. Voor Frankrijk is de situatie extra penibel. Volgende week begint daar het Europees Kampioenschap voetbal. Noodweer sloeg al toe en de terreurdreiging rond het EK trekt toch al een zware wissel op het land. Daar komt de forse arbeidsonrust nog bovenop. In België dreigt de onrust intussen de nationale eenheid, die juist wat was opgebloeid na de aanslagen in Brussel, weer teniet te doen. De hardliners bevinden zich vooral in Wallonië.

En begin deze week vielen harde woorden van vice-premier Alexander De Croo over het mislukken van de postfusie tussen het Belgische Bpost en het Nederlandse PostNL. De Franstalige oud-minister Labille verklapte de plannen vorige week vrijdag. De twee beursgenoteerde bedrijven kwamen daarna onder onverwachte tijdsdruk, en moesten er opeens, voor het weekeinde over was, uitkomen. Dat lukte niet. Dat de fusie zou hebben geïmpliceerd dat de Belgische staat zijn meerderheid in Bpost zou verliezen, kan hebben meegespeeld bij het frustreren van de deal.

De incidenten verschillen. De werknemers in de betrokken bedrijfstakken hebben hun eigen agenda. In Frankrijk zijn de arbeidshervormingen van premier Valls, die onder meer de onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden wil decentraliseren naar het niveau van bedrijven, een steen des aanstoots. Maar onder alle plannen en protesten ligt de zorg om de verhouding tussen staat en markt, tussen kapitaal en arbeid. In veel eurolanden is veel te lang gedraald met hervormingen die de productiviteit kunnen verhogen en op termijn kunnen zorgen voor behoud van welvaart in een snel veranderende wereldeconomie.

Het resultaat van dit dralen op de arbeidsmarkt is een toegenomen wanverhouding tussen werknemers met gevestigde belangen, een grote bescherming en een goudgerand pakket van arbeidsvoorwaarden, en een nieuwe klasse van tijdelijke en flexibele werkers die volledig bloot staat aan de krachten van de markt.

Deze twee werelden zullen juist dichter bij elkaar moeten komen om de samenhang in de samenleving te waarborgen. Dat is lastig: ook in Nederland heeft de Flexwet van minister Asscher van Sociale ken, die precies dit beoogde, niet gebracht wat ervan werd verwacht. Vaste werknemers weten zich meer beschermd, flexwerkers zijn meer de dupe. Het onderstreept hoe moeilijk het proces is.

Het alternatief voor hervormingen op de arbeidsmarkt is om de kennelijke oorzaak weg te nemen van de noodzakelijke veranderingen. Die oorzaak wordt gezocht in de mondialisering, waar door open grenzen werknemers van over de gehele wereld met elkaar concurreren. Een race naar de bodem kan het gevolg zijn.

Die visie negeert de enorme welvaartstoename die globalisering heeft gebracht, en zet deze op het spel. Niet alleen globalisering, maar ook nieuwe technologie stelt andere voorwaarden aan de werknemer. Die valt onmogelijk terug te draaien.

Aanpassing is en blijft dan ook het antwoord. Met behoud van voldoende zekerheid, waardigheid en welvaart voor álle werknemers. Daar past geen collectief egoïsme, waar veel van het huidige protest onder valt. Juist nu de economie aantrekt is er de kans om dit zo oprecht mogelijk te regelen. In heel Europa.