Die zware stortbuien komen 35 jaar eerder dan was verwacht

De gevolgen van klimaatverandering komen in Nederland veel eerder dan de waterschappen hadden voorzien.

Een inwoner van Roermond ruimt zijn woning op nadat de vloer blank heeft gestaan door de wateroverlast van afgelopen dagen. Foto PIROSCHKA VAN DE WOUW/ANP

Bij de meeste vergaderingen van waterschappers staat het onderwerp tegenwoordig steevast op de agenda: wateroverlast. „We zijn er druk over in gesprek”, zegt Wiebe van der Ploeg, bestuurder van het noordelijke waterschap Hunze en Aa’s en van de Unie van Waterschappen.

De kwestie is actueel, blijkt deze week weer door overstromingen die Oost-Brabant en Limburg lokaal hebben getroffen. Er zal de komende jaren meer wateroverlast volgen, verwacht Van der Ploeg. „We hebben te maken met extreme buien. Dat heeft alles te maken met klimaatverandering. De veranderingen gaan sneller dan wij vijftien jaar geleden hebben gedacht.”

Er zijn de eerste tien jaren van deze eeuw veel plannen gemaakt en uitgevoerd die waren gebaseerd op modellen voor de verwachte waterhoeveelheden halverwege deze eeuw. Nieuwe wijken zijn de afgelopen jaren uitgerust met grotere rioleringen die het afvalwater en het regenwater apart afvoeren; steden hebben vijvers en waterpleinen aangelegd; boerenland kan hier en daar worden gebruikt als tijdelijk waterbassin. „We hebben het watersysteem in Nederland redelijk op orde”, zegt Van der Ploeg.

Maar, zo blijkt uit de huidige extreme buien, „nu zijn we ingehaald”. Van der Ploeg: „We hebben te maken met piekbuien met een hevigheid en een duur die we pas in 2050 hadden verwacht. Je moet zeggen: 2050 is 2015 geworden.”

Meer maatregelen

Er moeten méér maatregelen worden genomen. Het watersysteem als geheel moet volgens Van der ploeg „nog robuuster worden dan het nu al is”; er moet méér ruimte komen voor het tijdelijk bergen van water; gemeenten „moeten zich achter de oren krabben of ze niet toch hun rioleringsplannen sneller moeten uitvoeren”, ook al moeten ze daarvoor de belasting voor de burger verhogen; en de burgers moeten zélf zorgen voor meer waterberging, bijvoorbeeld door de aanleg van groene daken, het plaatsen van regentonnen, en „de stenen uit hun tuinen te halen en de graspollen er weer in te planten”. Van der Ploeg: „We moeten met z’n allen aan de bak.”

Met de capaciteit van de Nederlandse rivieren heeft de huidige wateroverlast weinig te maken, zeggen rivierdeskundigen van Ruimte voor de Rivier. Dit nationale project, waarvan de kosten 2,3 miljard euro belopen, behelst 34 projecten zoals de aanleg van geulen in uiterwaarden en het verbreden van rivierbeddingen. Er zijn er al 28 klaar; eind dit jaar moeten dat er 31 zijn. Cor Beekmans: „De maatregelen zijn bedoeld om zeer hoge waterstanden in de winter te kunnen verwerken. De afvoer van rivierwater bij Lobith is op dit moment 4.500 kubieke meter per seconde. Dat is heel veel voor een zomer, en dat komt zelden voor. Maar het is veel minder dan de 15.000 tot 16.000 kubieke meter per seconde waar wij in de winter rekening mee houden.”

Nu al effect

Toch hebben sommige maatregelen van Ruimte voor de Rivier ook nu al effect. Zo zijn onlangs in de Waal tussen Nijmegen en Gorinchem ruim vierhonderd kribben verlaagd en daarmee is ook de waterstand bij hoog water aanzienlijk verlaagd. „Daardoor overstroomt ook in de zomer de zomerkade niet, en blijven de uiterwaarden hier en daar droog. Dat is goed nieuws voor de boeren. Stel dat je daar twintig hectare gras of mais hebt staan dat je door het water niet kunt oogsten, dan heb je een flinke schadepost. Nu niet.”

    • Arjen Schreuder