De Duitse zoektocht naar geluk

Op de negende Berlin Biennale voor hedendaagse kunst wordt op vijf locaties in de stad op een lichtvoetige manier gespeeld met grote thema’s. Dat levert geluksgevoel op.

Zelfspot is niet waar Duitsland om bekend staat. En toch vind je het dezer dagen in hartje Berlijn – uitgerekend hier, waar de loodzware geschiedenis je aan alle kanten omringt en waar tegelijk het nieuwe, zelfbewuste Duitsland pronkt met zijn democratische instellingen en zijn economische rijkdom.

Een betere plaats om de negende Berlin Biennale voor hedendaagse kunst te laten beginnen dan de Pariser Platz is moeilijk denkbaar. Buiten staan toeristen zichzelf te fotograferen voor de Brandenburger Tor, paardenkoetsjes wachten op klanten, motoragenten begeleiden donkere limousines naar de Franse ambassade, er staat zelfs een draaiorgeltje te jengelen – een verstandig mens vlucht de Akademie der Künste in.

En niet om vanaf het fraaie balkon te kijken naar de koepel van het Rijksdaggebouw of naar het beroemde Atlon Hotel, waar – over geschiedenis gesproken – Michael Jackson ooit zijn baby uit het raam liet bungelen. Maar om binnen te stappen in de werkelijkheid van jonge kunstenaars als Simon Fujiwara. The Happy Museum heeft hij het zaaltje genoemd waar een tiental van zijn werken staat opgesteld. Het is een plagerig contrapunt voor alle óngelukkige musea in deze stad.

Seks, racisme, goed willen leven, maar ook goed willen doen – Fujiwara, die in Londen is geboren maar in Berlijn woont en werkt, speelt op een lichtvoetige manier met grote thema’s. Heel actueel is de vitrine waarin als dominostenen keurig achter elkaar elf repen van het merk Kinderschokolade zijn opgesteld, met daarop kinderfoto’s van voetballers van de Duitse nationale ploeg – niet allemaal lelieblanke jongetjes dus. Ze liggen al een tijdje in de winkel, maar vorige week ontstond er opeens ophef over omdat aanhangers van de anti-islambeweging Pegida schande hadden gesproken van de multiculturele aanblik die de geliefde chocola nu bood. Parallel aan de elf repen heeft Fujiwara iets anders dat Duitsers in deze tijd van het jaar hevig bezighoudt neergelegd: elf verse asperges. Dik en dun, lang en kort, recht en krom – maar allemaal wit.

Op een los staande grote deur staat een gouden bord: Agentur Paradies, met daaronder de openingstijden voor dit paradijs. Het eerste voor rolstoelen toegankelijke bordeel in Berlijn, meldt een toelichtend tekstbordje aan de achterkant.

In meer werk van Fujiwara zijn de toelichtende teksten belangrijk. Een vitrine met daarin een berg roze poeder, zoals op een Indiase markt de kruiden zijn opgetast, is blijkens het tekstbordje een voorraadje van de make-up van bondskanselier Merkel. Een onooglijke, nog onbeschilderde tuinkabouter krijgt ook pas betekenis door het tekstbordje, waarop twee citaten staan. Eén van een Duitse ondernemer die klaagt dat Poolse concurrenten inferieure kopieën van zijn kabouters maken. En één van een Poolse metselaar die inmiddels ‘tuinkaboutermagnaat’ is en die erkent: onze kabouters zijn inderdaad van mindere kwaliteit, maar de Duitse klant kiest voor de lagere prijs. De Duitse zoektocht naar geluk is ook in deze tijd niet eenvoudig.

Fujiwara zegt dat hij zich heeft laten bijstaan door zijn broer Daniel, econoom gespecialiseerd op het gebied van Happiness Economics. Dansen maakt een mens even gelukkig, heeft de broer berekend, als een loonsverhoging van 2073,25 euro.

Vijf locaties

De Berlijnse Biennale (met werk van meer dan vijftig kunstenaars) is over vijf locaties verspreid. Bezoekers die alles willen zien doen er goed aan een fiets te huren. Behalve in de Akademie der Künste vind je de kunstwerken in een rondvaartboot, een voormalige telecommunicatiebunker in Kreuzberg die tegenwoordig de particuliere Feuerle Collectie huisvest, het voormalige gebouw van de Oost-Duitse Statsrat (een fraai staaltje DDR-modernisme waar nu de European School for Management and Technology zit) en, het hoogtepunt, het KW Institute for Contemporary Art.

Op die laatste locatie, tussen de vele galeries van de wijk Mitte, is van de Nederlandse kunstenaar Anne de Vries het indrukwekkende videowerk ‘Critical Mass: Pure Immanence’ te zien, te horen, te beleven. De Vries neemt je mee naar een massaal ‘dance event’ in de open lucht, met een spectaculaire lichtshow. De camera vliegt over de zee van mensen met hun armen zwiepend in de lucht, en duikt tussen hen door naar beneden. Dan zie je: het zijn geen echte mensen, maar eindeloos veel minuscule poppetjes. De camera, of de per computer gesimuleerde camera, duikt verder onder hun voeten, alsof ze op glas staan te dansen, en diep, diep onder hun voeten kijkt de camera naar boven. Daar zijn vuurwerk en de lichtshow met laserstralen bezig, verrijkt door de sterrenhemel van de duizenden oplichtende mobieltjes van het publiek.

Vliegtuigraampjes

Curator van deze Biennale is het New Yorkse collectief DIS (‘discover, distaste, dystopia, disco, discussion…’): Lauren Boyle, Solomon Chase, David Toro en Marco Roso. Zij hebben een heel gevarieerde, maar niet overladen tentoonstelling samengesteld – met veel nieuw werk van jonge kunstenaars. Als thema hebben ze gekozen voor The Present in Drag, ‘Het heden verkleed’ of ‘Het heden in travestie’. Daar kan je alle kanten mee op en dat hebben de curatoren en de kunstenaars gelukkig ook gedaan.

In de ruime, donkere bunker in Kreuzberg komt het subtiele glaswerk van de Duitse Yngve Holen goed uit: reeksen van steeds elf licht gekleurde, glazen panelen, met de vorm en de ronde witte randjes van vliegtuigraampjes. Ze zijn op ooghoogte naast elkaar en iets van de muur bevestigd, met titels als Window Seat 30-40 F en Window Seat 10-22 F. Door de spotjes die de raampjes beschijnen, ontstaan er op de achterwand grillige schaduwen en lichtpatronen.

Het spel tussen de kunst binnen en de werkelijkheid buiten wordt fraai gespeeld door Lucie Stahl. Haar bewerkte foto’s, duistere beelden van industriële landschappen met schoorstenen en buizen, bevatten soms ronde gaten – waardoor je achter het kunstwerk, door de muur en soms zelfs door een lange buis, als door een periscoop, naar de Berlijnse buitenlucht kan kijken. Waar je dan zowaar een échte buis of schoorsteen ziet.

Als dansen even veel geluk oplevert als een loonsverhoging van ruim 2.000 euro, dan moet deze Biennale qua gelukseuro’s ook aardig in die buurt komen. Oftewel: je reis- en verblijfkosten heb je er zo uit.

    • Juurd Eijsvoogel