De digitale markt? Die bestaat niet

Interview Andrus Ansip Zijn thuisland geeft het goede voorbeeld. Nu probeert eurocommissaris Andrus Ansip, voormalig premier van Estland, alle 28 Europese lidstaten samen te smeden tot één digitale markt. „Het is nodig om economisch te overleven.”

Andrus Ansip: „Het maakt niet uit of je je data hier opslaat, in Europa, of in de VS. Je privacy wordt goed beschermd. Zowel hier als daar.” Foto Olivier Middendorp

Waarom kost het 13 euro om een pakketje van Nederland naar Spanje te sturen en 32 euro als je een pakketje van Spanje naar Nederland stuurt? Waarom werkt Uitzending Gemist niet in het buitenland en weigert een Italiaanse webwinkel je Nederlandse creditcard?

Dit zijn de gevallen van eurojeuk – onzichtbare grenzen waar je ze niet meer verwacht – waarover Andrus Ansip, commissaris voor de Europese Digitale Markt, zich dagelijks buigt.

„We hebben in de Europese Unie al decennialang één markt in de fysieke wereld en daar profiteert iedereen van. De digitale markt bestaat nog niet, al telt Europa meer dan 500 miljoen gebruikers. Ons leven, onze economie, wordt elke dag digitaler en toch worden de barrières tussen de lidstaten hoger. Die barrières moeten we afbreken.”

De 59-jarige Est heeft net een conferentie in Amsterdam achter de rug met minister Plasterk van Binnenlandse Zaken (PvdA) en startup-aanjager Constantijn van Oranje, over de ‘digitale en open overheid’. Dat is gefundenes Fressen voor Ansip: hij was tot twee jaar geleden premier van Estland, het land dat bekend staat om zijn sterk gedigitaliseerde overheid. Een derde van de burgers stemt via internet, Estland kent een digitaal burgerschap en deelde aan alle 1,3 miljoen bewoners een ‘smart’ identiteitskaart uit.

Estland kon een technologische sprong maken toen het zich in 1991 losmaakte van de Sovjet-Unie en het hele overheidsapparaat opnieuw opbouwde. Nu moet Ansip een zelfde soort klus klaren in de EU: maak van 28 lidstaten één markt zonder grenzen, met vrij verkeer van talent en digitale goederen. Dat zou de Europese economie een boost van 415 miljard euro geven en honderdduizenden banen creëren.

Tot zover de theorie. Hoe creëer je een digitale markt die het kan opnemen tegen de Noord-Amerikaanse en de Chinese afzetmarkt?

Ook lezen:
Waarom Europa een digitale markt nodig heeft
Onderzoek naar geoblocking: tv-aanbieders, videosites en webwinkels blokkeren bezoekers binnen de EU.

Bent u aangesteld omdat heel de EU het model van Estland moet overnemen?

„Nee, je kunt niet één op één voorbeelden kopiëren naar andere lidstaten. De culturele situaties verschillen per land. Ik wil Estland en ons systeem van een digitale overheid niet promoten. Finland was bijvoorbeeld al een jaar eerder met een smart ID-kaart begonnen, maar stelde dat niet verplicht. In Estland was de kaart wel verplicht en dat werkte: onze inwoners voeren per week nu 1,3 miljoen elektronische transacties uit. Daarmee bespaart Estland 2 procent op de overheidsuitgaven – het hele defensiebudget.”

Het meest recente EU-onderzoek stelt de webhandel aan de kaak. Is dat zo’n groot probleem?

„We hebben een mystery shopper Europese webwinkels laten bezoeken. Uit dat onderzoek bleek dat je in 2 procent van de gevallen wordt geblokkeerd op basis van je locatie. In veel meer gevallen kunnen mensen zich niet registreren, accepteert de winkel de betaalmethode niet of wordt er niet bezorgd of alleen tegen hoge kosten. Er is zo veel potentiële handel die we daardoor mislopen. Denk aan open aanbesteding via internet. Je wilt als Nederlandse fabrikant van stropdassen via internet een offerte kunnen uitbrengen als de Roemeense politie nieuwe uniforms zoekt. Het is niet de schuld van de bedrijven of de burgers, maar van de overheden, die moeten geoblocking verbieden.”

Sommige grenzen worden bewust in stand gehouden, zoals de licenties die de film- en platenindustrie hanteren.

„Musici die ik spreek sluiten vaak al contracten voor heel Europa af en willen liever een zo groot mogelijke markt bereiken. Het is toch onzin dat het Zweedse Spotify naar Amerika moet om een grote markt met 320 miljoen inwoners te benaderen en in Europa alleen stapsgewijs, land per land, kan uitbreiden? Aan de andere kant, op sommige gebieden zijn we in de EU minder verdeeld dan in de VS; bijvoorbeeld met de betaalsystemen. Daar profiteert onze fintechsector van.”

Als er één uniforme markt is voor Europa, profiteren Amerikaanse techreuzen als Amazon of Facebook daar niet veel meer van?

„Natuurlijk is een grote Europese markt ook gunstig voor de wereldwijde spelers. Aan de andere kant, die grote bedrijven hebben geld en advocaten genoeg om nu al te opereren in 28 landen met verschillende regels. De kleine en middelgrote lokale Europese spelers hebben die mogelijkheden echter niet. Zij zullen profiteren het meest van één digitale markt.”

U was betrokken bij de onderhandelingen over een nieuw privacy-akkoord tussen de EU en de VS. Zijn onze gegevens nu wel veilig voor de Amerikaanse geheime diensten?

„Safe Harbor was niet safe genoeg, bleek uit de Snowden-documenten. De onderhandelingen over het nieuwe Privacy Shield tussen de EU en de VS werden gedaan door eurocommissaris Jourová van Justitie, maar het viel wel onder mijn verantwoordelijkheid. Het is een heel andere aanpak dan het oude Safe Harbor-verdrag. Het is een proces: elk jaar kunnen we de voorwaarden aanpassen.”

Als een Nederlands bedrijf data in de cloud wil opslaan, zonder dat de Amerikaanse geheime dienst mee kijkt, moet die dan per se op een server in Europa staan?

„Op basis van het Privacy Shield kan ik zeggen dat het niet uitmaakt of je je data hier opslaat, in Europa, of in de VS. Je weet zeker dat je privacy goed beschermd wordt. Zowel hier als daar.”

Dus de fysieke locatie van de data of datacentra speelt geen rol meer?

„Nee. Datalocalisatie is volgens mij een doodlopende weg: het is geen oplossing en heeft geen toekomst. Onze strategie is gericht op een vrije en veilige datastroom binnen de Europese Unie En die moet ook buiten Europa gelden, zoals in de VS.

„Denk aan medische onderzoek. Het is mogelijk om patronen te halen uit grote hoeveelheden medische data. Daar kunnen we allemaal van profiteren. Bij een zeldzame ziekte, die maar vier of vijf keer voorkomt in een klein land, vallen weinig patronen te ontdekken. Voor goed onderzoek is dus een vrije datastroom nodig – met bescherming van de privacy.”

Geduld is een schone zaak in Brussel. Volgend jaar juni wordt roaming eindelijk compleet afgeschaft – dan hoef je geen extra hoge tarieven meer te betalen als je binnen de EU sms’t, belt of mobiel internet gebruikt.

„Ondertussen groeide een hele generatie Europeanen op die bang is om hun telefoon in het buitenland te gebruiken, zegt Ansip. Hun eigen digitale content – films, tv-zenders – is in het buitenland ontoegankelijk, omdat rechten van tv-programma’s versnipperd zijn in de EU.

Ansips werk is divers; van privacy tot frequenties voor mobiele netwerken en cultuur. Zo eist de EU dat videodiensten als Netflix minstens 20 procent van de films en series uit Europa haalt. Netflix zegt al „vele honderden miljoenen” te steken in Europese producties en vreest dat een verplicht quotum leidt tot meer goedkope ‘opvullertjes’ in het aanbod.

Ansip zit op Amsterdam Centraal, te wachten op de trein naar Brussel. Tijd om naar Estland te gaan is er zelden: „Ik was het afgelopen jaar vaker in Amsterdam op bezoek dan in Estland”, zegt hij. „Gelukkig komen mijn kinderen en kleinkinderen vaak naar Brussel.” Videobellen met zijn jongste dochter doet hij via Facetime (van Apple), niet via Skype – terwijl dat ontwikkeld werd in Estland.

Moet u niet heel veel geduld hebben bij het doorvoeren van deze veranderingen? Heeft u daadwerkelijk politieke macht of bent u meer een ambassadeur?

„Als premier van Estland was ik al negen jaar betrokken bij de EU, en daarvoor nog een paar jaar als minister van Economische Zaken. Ik was dus niet verrast door de werkwijze van Brussel. „Iedereen weet wel dat het goed is, die digitale markt. Totdat het over de invulling van de details gaat. Maar een democratisch proces kost nu eenmaal tijd. De samenwerking met de andere commissarissen is gebaseerd op collegialiteit en compromissen. Het heeft geen zin om mensen met de koppen tegen elkaar te slaan.”

    • Marc Hijink