De Bijbel als landbouwboek

Orang-oetankenner Carel van Schaik analyseerde de Bijbel als een antropoloog. Opeens werden de verhalen begrijpelijk. „Ze beschrijven de pijnlijke overgang van de mens naar een landbouwsamenleving.”

Carel van Schaik (rechts) en co-auteur Kai Michel in de Noorderkerk in Amsterdam. Foto Roger Cremers

Een beetje ongewoon is het wel. Als een van de bekendste orang-oetankenners ter wereld een boek schrijft over de antropologie van de bijbel. Maar de Nederlander Carel van Schaik (1953), hoogleraar aan de Universiteit van Zürich, deed het. Zijn veldonderzoek in Indonesië bracht ooit de orang oetan in het centrum van de primatologie, naast de chimpansees en bonobo’s. Want Van Schaik ontdekte in de jaren negentig dat ook orang oetans cultuur hebben en werktuigen gebruiken. En dat ze diep sociale wezens zijn.

Maar eerder dit jaar verscheen dus zijn boek Het oerboek van de mens. De evolutie en de bijbel. In die kloeke paperback loopt Van Schaik samen met de Duitse historicus en journalist Kai Michel (1967) bijna alle bijbelverhalen door op zoek naar algemene waarheden over de mens en over de culturele ontwikkeling in de afgelopen duizenden jaren. Het is een totaal andere aanpak dan de gebruikelijke bijbelanalyses, waarin meestal literaire verhaalstructuren of de historische ontstaansomstandigheden centraal staan. Hier worden op fascinerende wijze bijbelverhalen in verband gebracht met ontwikkelingen op een schaal van millennia. Van Schaik: „Het gaat ons om de histoire de très, très longue durée.”

Een belangrijk thema van Van Schaik is dat tienduizend jaar geleden door de uitvinding van de landbouw het leven voor de mens veel onzekerder werd en de rampen groter. „Jagers-verzamelaars leven veel relaxter. Bij hen kwamen geen grote sterftes voor zoals wel bij landbouwers door misoogsten en besmettelijke ziektes die de boeren van hun vee kregen”, legt de energieke Van Schaik uit tijdens een gesprek in Amsterdam. Omdat grote rampen grote oorzaken moeten hebben, werden in de landbouwtijd de goden steeds groter en machtiger. En de rituelen om ze te vriend te houden, werden ingewikkelder. „Dat zie je allemaal terug in de bijbel, een echt landbouwverhaal. Jagers hebben geen machtige goden.”

De bijbelverhalen vormen voor Van Schaik een inkijkje in een cultureel laboratorium. Dat begint al direct met het paradijs waarin de mens nog relaxed leeft als verzamelaar, maar dan daarbuiten plotseling keihard moet gaan werken om te overleven, in pijn en ellende. In het verhaal van Genesis worden bezit, sociale ongelijkheden, despotisme en onderling geweld (allemaal directe consequenties van de landbouw) belangrijk, net als huwelijkstrouw (nuttig vanwege de geslachtsziekten). Van Schaik, enthousiast: „Dáárom wordt Kaïn niet zwaar gestraft voor de moord op Abel: geweld is de weg van het succes in de nieuwe landbouwwereld. Dat vind ik het leuke hiervan: als we de bijbel nu op deze manier lezen, wordt dat boek ineens een stuk simpeler te begrijpen.”

En het zijn ook niet allemaal zinloze rituelen, in de bijbel. Sommige religieuze voedings- seksuele en reinigingsregels beperkten ook daadwerkelijk verspreiding van ziekten. En door het geloof in één god – de grote vernieuwing van de bijbel binnen de oude religies van het Midden-Oosten – konden alle waarnemingen van schuld en boete binnen één systeem worden geclassificeerd. Een intellectueel meesterwerk, oordelen daarom de auteurs van Het oerboek van de mens.

Hoe komt een apenonderzoeker bij de bijbel uit? Bent u gelovig?

Van Schaik: „Nee hoor, absoluut niet. Ik begon ooit als plantenbioloog, maar ben gedragsbioloog geworden, onder invloed van Jan van Hooff en Frans de Waal. En dan ga je apen kijken, orang oetans in mijn geval. Ik weet nog precies: we wilden grote dichtheden vinden, want dan hoef je niet zo lang naar die beesten te zoeken. Maar toen we op die plek kwamen, bleek het een moerasbos! Overal water. Dat was afzien. Onze grote ontdekking daar was dat orang oetans werktuigen gebruikten en ook heel veel sociaal gedrag vertoonden. Dat had niemand verwacht. En zo raakte ik geïnteresseerd in cultuur. Ik wilde dat sociale doorgeven van gewoontes begrijpen, en de manieren van imitatie.”

Maar dan ben je nog lang niet bij de bijbel.

„Nee, dat klopt! Maar ik kwam toen wel terecht in de antropologie-afdeling op de universiteit en moest colleges gaan geven over menselijke evolutie. Ik had toen al de cultuur bij de orang oetans ontdekt, maar in feite heb ik toen pas de cultuur bij mensen ontdekt! Die culturele evolutie van de mens wordt in de wetenschap vooral bekeken door biologisch antropologen, met een cognitieve inslag, en door historici natuurlijk. Maar tussen die twee groepen ligt een niemandsland: tussen 12.000 jaar geleden, als de landbouw begint, en de eerste schriftelijke bronnen, zo’n 5.000 jaar geleden. Dat gebied is van de archeologen, maar die hebben niet altijd al die eerdere periodes voor ogen. Het boek van Jared Diamond Guns, Germs, and Steel: The Fates of Human Societies (1997) was voor mij een doorbraak in nieuw inzicht. Hij zag de uitvinding van de landbouw als de grootste fout van de mensheid. Dat is natuurlijk ironisch, want we leven nu beter dan ooit en zelfs langer dan de jagers-verzamelaars ooit deden. Maar dus niet nadat we door een enorm diep dal van rampspoed zijn gegaan. Maar ja, wat betekent dat diepe dal dan voor de menselijke cultuur? Daar kijkt niemand naar.”

Maar dan ben je nog stééds niet bij de bijbel.

„Nee, maar wel bijna! Ik wilde toen dus al wel die vroege landbouwtijd met een evolutiebiologisch oog gaan bekijken. De vonk naar de bijbel sloeg over in een interview door Kai Michel, mijn latere medeauteur dus, dat over iets heel anders ging. Aan het eind liet ik me ontvallen dat we met de komst van de landbouw uit het paradijs gegooid zijn, net als in Genesis. Dat leidde tot veel gesprekken en onderzoek. Met Kai vorm ik een mooie combinatie: ik ben de gedragsbioloog en hij is historicus, en ook niet gelovig trouwens.”

Maak je die bijbel niet veel te belangrijk? Jullie beschrijven hem zelf al als het product van een kleine tempelelite in een klein landje. En dat monotheïsme was ook daar al nooit echt werkelijkheid, maar een droom van priesterschrijvers. En niet onbelangrijk: als de bijbel opgeschreven wordt, is er al 9.000 jaar landbouw in Israël.

„Nou, die bijbelboeken werden toch eindeloos gekopieerd, geredigeerd en becommentarieerd. Het was wel toch iets dat beklijfde, in al die eeuwen. En je moet ook niet vergeten dat bijvoorbeeld Genesis een collectie verhalen is die al millennia rondzongen in het Midden-Oosten.

„Of collectieve herinnering wel 9.000 jaar terug kan gaan, is wel een goede vraag. Het makkelijkste antwoord is: het is dan toch wel heel toevallig dat die bijbelverhalen zo mooi bij die landbouwovergang passen. Misschien kan collectieve herinnering dus toch wel zo lang doorwerken. En anders: misschien zijn op verschillende plaatsen in het Midden Oosten verschillende verhalen bewaard gebleven die hier weer samen komen. Die landbouwovergang is ook niet overal even oud. En sowieso zijn er ook altijd jagerssamenlevingen blijven bestaan aan de randen van de landbouwstreken.”

Maar in dezelfde tijd als de bijbel ontstond bijvoorbeeld ook het boeddhisme: een totaal andere ideologie en godsbeeld.

„Dat is een goed punt! Kai en ik gaan daarom voor ons volgende boek dezelfde ontwikkelingen in andere werelddelen bekijken. Om in de andere omstandigheden van China, India en Zuid-Amerika onze wetmatigheden te controleren. Want als ons verhaal klopt, moet ook daar een verband bestaan tussen godsdienst en rampspoed. Als er minder honger en ziekte is, moet je andere godsdiensten krijgen. Ik heb het gevoel dat er bijvoorbeeld in Oost-Azië door de veeteelt minder ziektes zijn ontstaan dan elders. In Zuid-Amerika is het ook weer anders! Maar we voorspellen dat overal die rampen werden gezien als handelingen van goden. Dat is echt universeel. Mensen interpreteerden ze als gemotiveerde acties.

„Een ander principe is dat de sociale hiërarchie de godenwereld beïnvloedt. Ook evenwicht is belangrijk: mensen willen een rechtvaardige balans hebben. Hoeveel geef ik jou en hoeveel geef jij mij? Met grote sociale machthebbers komt dat in gevaar, maar meestal zit dus ook daar een soort wederkerigheid in. Anders komen de boeren in opstand. Kijk eens hoe bijbelse profeten strijden voor een rechtvaardiger bestuur! In het offeren voor de goden zit ook die wederkerigheid. Dat gaat allemaal onbewust. Al die grote religies uit de tijd van de bijbel, ook elders dus, zijn reacties op de extreem groeiende sociale ongelijkheid sinds het begin van de bronstijd, denk ik wel eens.”

Maar dan is het toch juist overdreven om toch te doen alsof dat allemaal bij uitstek in die bijbel tot uiting komt?

„We moesten ergens beginnen. Vanuit modern gezichtspunt zijn de bijbelverhalen moeilijk te begrijpen, maar wij hebben juist duidelijk willen maken dat ze uitstekend zijn te begrijpen vanuit de antropologie. Het is ook een stijlfiguur.

„Maar er is nog iets. Het unieke element van de bijbel is het monotheïsme. En dat leidt tot een helderheid van denken waardoor de processen in de bijbel extra duidelijk zijn. Met maar één god moet je alles veel beter uitwerken. Bij polytheïsme is alles veel minder precies, dan kan je rampen ook simpel verklaren uit de ruzie tussen twee goden. Het interessante is trouwens dat wij dit soort problemen allemaal niet meer zo ervaren. Wij leven nu onder de beschermende paraplu van sterke industriële staten en sociale organisaties. Wij herkennen die oude onzekerheden soms niet eens meer.”

    • Hendrik Spiering