De adembenemende dans van landbouwplastic

Kan een stofhoos, een dust devil, een kind de lucht in trekken? Meters hoog? Eind april zou het gebeurd zijn, midden in midden-China, in Guazhou, provincie Gansu. Alle grote netwerken hebben erover bericht. „China dust devil lifts schoolboy into air.” „Freak tornado sweeps a girl into the air.”

Het schokkerige smartphone-filmpje op YouTube is spannend genoeg. Een ruim plein vol vrolijke schoolkinderen, stralend blauwe lucht, nauwelijks wind, en dan opeens de razende stofhoos, geschreeuw en paniek. Complete rugzakken worden in de richting van de hoos gesleurd, kinderen grijpen zich aan elkaar vast. Maar uitgerekend het opgezogen slachtoffer zelf komt niet in beeld. Hoe die het eraf bracht blijft onduidelijk, de opnamen in het ziekenhuis zijn geblurd, het Chinees is onverstaanbaar.

Het kleine drama verdween weer uit de AW-dossiers. Tot Canvas vorige week American Beauty nog eens uitzond. De film uit 1999 van regisseur Sam Mendes is, onder veel meer, bekend van de ‘plastic bag scene’, ook geïsoleerd op YouTube te bekijken. Het vermaarde fragment toont een leeg plastic boterhamzakje dat minutenlang, meedrijvend op een zwakke luchtstroom, rondwervelt boven plukjes dorre bladeren die zijn bewegingen dan weer aarzelend, dan weer haastig volgen en soms vooruit hollen. De opname, technisch stevig gemanipuleerd, is van een grote schoonheid. Hij straalt een diepzinnigheid uit die velen ontroert: waarheen, waartoe.

Au fond laat de scene niets bijzonders zien. Als de Nederlandse steden vol liggen met verdroogde iepenzaadjes, kastanjebloemen, knopschubben van beuken of desnoods korreltjes piepschuim, dan komen dit soort windwervels net zo goed in beeld, vaak inclusief plastic zakken. Ze ontstaan op straathoeken en rond objecten en oneffenheden die bewegende lucht afbuigen of afremmen en al doende aan het draaien brengen. Het is goed om te bedenken dat de zakken en zaden de wervelingen niet precies volgen. De lucht beweegt meestal net anders dan de objecten die zij meevoert.

De windwerveltjes, zoals we ze maar blijven noemen, zijn de kleinste luchtwervels waarover moeder natuur beschikt. Haar assortiment loopt door naar stofhozen en vandaar naar windhozen/wervelstormen, tornado&aposs en cyclonen, oftewel tropische stormen – de nomenclatuur is een soepzootje. Stofhozen en windhozen lijken soms sterk op elkaar, maar zijn qua ontstaan en uitwerking volkomen verschillend. Windhozen vormen zich bij weer van een dramatisch karakter: zwarte wolken, zware regen, onweer. Ze zijn bepaald niet ongevaarlijk. Stofhozen ontwikkelen zich juist bij zonnig, droog weer zonder veel wind, als de stralende zon de grond goed kan verwarmen. Ze worden waargenomen boven droge akkers, afgebrande stoppelvelden en hete stranden en leven meestal maar een paar minuten. Schade wordt zelden gemeld.

Stofhozen kunnen wel degelijk een kind optillen. En schade aanrichten

Aan de basis van elke stofhoos staat een bel warme lucht die loslaat van het aardoppervlak en een onderdruk achterlaat die snel wordt aangevuld door toestromende lucht uit de omgeving, lucht die vaak ook warm is, ook weer opstijgt, enzovoort. Het proces houdt zichzelf in stand en kan zichzelf zelfs versterken. Lees het na op Wikipedia: ‘dust devil’.

Stofhozen staan de laatste jaren erg in de belangstelling omdat ze ook in de dunne CO2-atmosfeer van Mars zijn waargenomen. Hier op aarde blijken ze juist veel minder zeldzaam dan lang is gedacht, dat inzicht danken we aan de smartphone, de dashcam en YouTube. Er zijn op internet tientallen opnamen van stofhozen te vinden. Soms zijn het ijle, onzekere pluimpjes van een paar meter hoog, dan weer verschijnen brede, wilde wervels die stof, zand, hooi of parasols tientallen meters hoog de lucht in trekken.

Losjes googlen rond het thema ‘plastic bag scene’ bracht deze week opeens een film op het scherm van een ‘slow dust devil’ die zich in april 2010 ontwikkelde boven een aardbeienkwekerij in het Oostenrijkse Pupping. Zonnig weer, nauwelijks wind. De Puppinger aardbeienkweker bedekte de bodem tussen zijn eindeloze rijen aardbeien met lange, zware lappen plastic en de YouTube-film (‘Tornado in Pupping’) laat zien hoe de stofhoos die lappen kalmpjes één voor één de lucht in trekt. Elke lap weegt 60 kilo. Aan het eind van de film staat een reusachtige zuil langzaam wentelende lappen plastic recht omhoog tegen de blauwe hemel – te mooi voor woorden.

De filmer heeft niet nagelaten een bezoek te brengen aan de rand van de zuil. Daar blijkt een bulderende wind te staan, want in werkelijkheid is dit natuurlijk geen ‘langzame’ stofhoos.

Zo komen we tot de conclusie: stofhozen zijn onderschat, ze kunnen wel degelijk een kind optillen. En schade aanrichten.

Waar zoetjesaan ook antwoord op mogelijk is, is de vraag of kinderen een stofhoos kunnen opwekken. De hier vaker geciteerde dr. M. Minnaert suggereert dat in deel drie van De natuurkunde van ’t vrije veld, daarbij afgaande op een publicatie in het Meteorologische Zeitschrift (51) 1934. „Kinderen lopen op zandgrond in een kring van 15 meter middellijn. In het midden ontstaat een wervel die in dezelfde zin draait en zand tot 5 meter opzuigt.” Nergens op internet is de beschrijving van een experiment te vinden met hetzelfde resultaat. Tot nader order besluiten we: Deutsche Fantasie.

    • Karel Knip